woensdag 23 maart
Jullie kracht zal liggen in kalmte en vertrouwen. — Jes. 30:15.
De apostelen hadden duidelijke bewijzen dat Jehovah met ze was. Hij had ze de macht gegeven om wonderen te doen (Hand. 5:12-16; 6:8). Wij hebben dat niet gekregen. Maar Jehovah geeft in zijn Woord liefdevol de verzekering dat als je moet lijden ter wille van rechtvaardigheid, hij blij met je is en zijn geest met je is (1 Petr. 3:14; 4:14). Blijf dus niet piekeren over hoe je in de toekomst zult reageren op zware vervolging, maar focus op wat je nu kunt doen om je vertrouwen te versterken in Jehovah’s vermogen om je te steunen en bevrijden. Je moet vertrouwen op Jezus’ belofte: ‘Ik zal jullie woorden van wijsheid geven die al jullie tegenstanders bij elkaar niet kunnen weerstaan of tegenspreken.’ We hebben de garantie: ‘Door te volharden zul je je leven redden’ (Luk. 21:12-19). En vergeet nooit dat Jehovah zijn trouwe aanbidders kan opwekken als ze sterven, want hij slaat de kleinste details van hen in zijn geheugen op. w21.01 4 ¶12
donderdag 24 maart
Op God heb ik mijn hoop gevestigd, namelijk dat er een opstanding zal zijn van zowel de rechtvaardigen als de onrechtvaardigen. — Hand. 24:15.
Paulus was niet de eerste die de hoop uitsprak dat er een opstanding zou zijn. Ook Job had het daarover. Hij was ervan overtuigd dat God aan hem zou denken en hem tot leven zou wekken (Job 14:7-10, 12-15). ‘De opstanding van de doden’ behoort tot ‘de grondleer’, het ‘fundament’ van alles wat christenen geloven (Hebr. 6:1, 2). Paulus heeft het uitgebreid over de opstanding in 1 Korinthiërs 15. Wat hij schreef moet de christenen in de eerste eeuw echt hebben opgebouwd. Het kan ook jou opbouwen en het kan je hoop versterken, ongeacht hoelang je al naar de opstanding uitkijkt. De opstanding van Jezus Christus is de basis voor de hoop dat overleden dierbaren weer kunnen terugkomen. Het was deel van ‘het goede nieuws’ dat Paulus aan de Korinthiërs bekendmaakte (1 Kor. 15:1, 2). Hij zei zelfs dat het geloof van een christen nutteloos zou zijn als hij niet in de opstanding geloofde (1 Kor. 15:17). w20.12 2 ¶2-4
vrijdag 25 maart
Hij ging naar buiten en huilde bitter. — Matth. 26:75.
Wat hielp Petrus te herstellen? Jezus had eerder voor hem gebeden dat zijn geloof niet zou bezwijken. Jehovah verhoorde dat oprechte gebed. Later verscheen Jezus persoonlijk aan Petrus, ongetwijfeld om hem aan te moedigen (Luk. 22:32; 24:33, 34; 1 Kor. 15:5). Jezus verscheen ook aan zijn apostelen nadat ze de hele nacht hadden gevist en niets hadden gevangen. Bij die gelegenheid gaf hij Petrus de kans opnieuw zijn liefde voor hem te bevestigen. Jezus had zijn goede vriend vergeven en vertrouwde hem meer werk toe (Joh. 21:15-17). De manier waarop Jezus met Petrus omging laat uitkomen hoe barmhartig hij was. En Jezus is het volmaakte evenbeeld van zijn Vader. Dus als je fouten maakt, denk dan niet dat er geen hoop meer voor je is. Bedenk dat Satan wil dat je aan zulke gevoelens toegeeft. Doe je best om jezelf — en degenen die tegen je zondigen — te bezien met de meelevende en liefdevolle ogen van je hemelse Vader (Ps. 103:13, 14). w20.12 20-21 ¶17-19