Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • Wee de weerspannigen!
    Jesaja’s profetie — Licht voor de hele mensheid I
    • 1. Welke verschrikkelijke fout maakte Jerobeam?

      TOEN Jehovah’s verbondsvolk in twee koninkrijken werd verdeeld, kwam het noordelijke tienstammenrijk onder de heerschappij van Jerobeam te staan. De nieuwe koning was een bekwaam, energiek heerser. Maar het ontbrak hem aan echt geloof in Jehovah. Daardoor maakte hij een verschrikkelijke fout die een funeste invloed op de hele geschiedenis van het noordelijke koninkrijk had. Krachtens de Mozaïsche wet moesten de Israëlieten driemaal per jaar naar de tempel in Jeruzalem reizen, nu in het zuidelijke koninkrijk Juda gelegen (Deuteronomium 16:16). Uit angst dat door die periodieke reizen bij zijn onderdanen de gedachte aan hereniging met hun zuidelijke broeders zou opkomen, maakte Jerobeam „twee gouden kalveren en zei tot het volk: ’Het is te veel voor u om naar Jeruzalem op te gaan. Hier is uw God, o Israël, die u uit het land Egypte heeft opgevoerd.’ Toen plaatste hij het ene in Bethel, en het andere zette hij in Dan.” — 1 Koningen 12:28, 29.

      2, 3. Welke gevolgen had Jerobeams fout voor Israël?

      2 Voor een poosje scheen Jerobeams plan te werken. Het volk stopte er geleidelijk mee naar Jeruzalem te gaan en ging zich in aanbidding voor de twee kalveren neerbuigen (1 Koningen 12:30). Maar dit afvallige religieuze gebruik bezoedelde het tienstammenrijk. In later jaren bleef zelfs Jehu, die zich zo loffelijk had ingezet voor de zuivering van Israël van de Baälaanbidding, zich voor de gouden kalveren neerbuigen (2 Koningen 10:28, 29). Wat vloeide er nog meer uit Jerobeams betreurenswaardige beslissing voort? Politieke instabiliteit en lijden voor het volk.

      3 Omdat Jerobeam afvallig was geworden, zei Jehovah dat zijn zaad niet over het land zou regeren, en uiteindelijk zou het noordelijke koninkrijk door een verschrikkelijke ramp getroffen worden (1 Koningen 14:14, 15). Jehovah’s woord kwam uit. Zeven van Israëls koningen regeerden twee jaar of nog korter — sommige slechts een paar dagen. Eén koning pleegde zelfmoord en zes werden er vermoord door eerzuchtige mannen die de troon wederrechtelijk bestegen. Vooral na de regering van Jerobeam II, die omstreeks 804 v.G.T. eindigde terwijl Uzzia in Juda regeerde, werd Israël geteisterd door onrust, geweld en moorden. Tegen deze achtergrond zendt Jehovah via Jesaja een rechtstreekse waarschuwing, „een woord”, aan het noordelijke koninkrijk. „Er was een woord dat Jehovah zond tegen Jakob, en het viel op Israël.” — Jesaja 9:8.a

  • Wee de weerspannigen!
    Jesaja’s profetie — Licht voor de hele mensheid I
    • a Jesaja 9:8–10:4 bestaat uit vier strofen (delen van een ritmische passage), die allemaal eindigen met het onheilspellende refrein: „Met het oog op dit alles heeft zijn toorn zich niet afgewend, maar zijn hand is nog steeds uitgestrekt” (Jesaja 9:12, 17, 21; 10:4). Het effect van deze literaire vorm is dat Jesaja 9:8–10:4 tot één samengesteld „woord” wordt gemaakt (Jesaja 9:8). Merk ook op dat Jehovah’s ’hand nog steeds uitgestrekt is’, niet als gebaar van verzoening maar om een oordeel te vellen. — Jesaja 9:13.

Nederlandse publicaties (1950-2026)
Afmelden
Inloggen
  • Nederlands
  • Delen
  • Instellingen
  • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
  • Gebruiksvoorwaarden
  • Privacybeleid
  • Privacyinstellingen
  • JW.ORG
  • Inloggen
Delen