-
Vrede van God — Wanneer?De Wachttoren 1986 | 1 oktober
-
-
19. Hoe zal „Jehovah’s dag” losbreken?
19 De apostel Paulus heeft het over een „plotselinge vernietiging” die „ogenblikkelijk” komt. En Gods profeet Jesaja zegt: „Zie! Zelfs hun helden hebben het uitgeschreeuwd op de straat, zelfs de vredeboden zullen bitter wenen” (Jesaja 33:7). Op vele plaatsen laat de bijbel zien dat het oordeel dat Jehovah aan goddeloze natiën en mensen voltrekt, snel en onverwacht zal komen — werkelijk „als een dief in de nacht” (1 Thessalonicenzen 5:2, 3; Jeremia 25:32, 33; Zefanja 1:14-18; 2 Petrus 3:10). Wanneer de wereld op een gegeven moment luidkeels bekendmaakt dat ze een bepaald niveau van vrede en veiligheid heeft bereikt, zal „Jehovah’s dag” angstwekkend plotseling losbreken. Gods volk zal de werkelijke betekenis van deze roep „Vrede en veiligheid” hebben onderscheiden en zal zich veilig in de door Jehovah verschafte toevlucht bevinden. — Psalm 37:39, 40; 46:1, 2; Joël 3:16.
-
-
Vrede van God — Wanneer?De Wachttoren 1986 | 1 oktober
-
-
21. (a) Welk optreden kenmerkt het begin van „Jehovah’s dag”? (b) Wat is vervolgens de finale van de „dag”?
21 Hoe zal „Jehovah’s dag” losbreken? In deze duisterste nacht van de menselijke geschiedenis zal die dag inderdaad „als een dief” komen! Het moment daarvoor is aangebroken op het ogenblik dat God de natiën van het VN-beest zodanig manoeuvreert dat ze zich plotseling tegen de valse religie keren. In een tentoonspreiding van hun lang verborgen haat tegen Babylon de Grote zullen ze haar ontmaskeren en volledig verwoesten. Deze terechtstelling zal zo snel komen dat vroegere politieke minnaars zullen uitroepen: „Wat jammer, wat jammer, gij grote stad, Babylon, gij sterke stad, want in één uur is uw oordeel gekomen!” Doch de natiën en hun legers zullen ook Gods volk aanvallen. Dan zal de Koning der koningen, Jezus Christus, al deze vijanden vernietigen en de aartstegenstander, Satan de Duivel, in de afgrond slingeren. — Openbaring 17:16, 17; 18:10; 19:11-21; 20:1-3; vergelijk Ezechiël 38:11, 16, 18-23.
-