Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • g93 22/1 blz. 3-8
  • Onze toegetakelde aarde — De klappen vallen op veel terreinen

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Onze toegetakelde aarde — De klappen vallen op veel terreinen
  • Ontwaakt! 1993
  • Vergelijkbare artikelen
  • Het nut van het regenwoud
    Ontwaakt! 1998
  • Waarom moet het regenwoud gered worden?
    Ontwaakt! 1990
  • Wanneer onze atmosfeer geschaad wordt
    Ontwaakt! 1994
  • Hoe waardevol zijn bossen?
    Ontwaakt! 2003
Meer weergeven
Ontwaakt! 1993
g93 22/1 blz. 3-8

Onze toegetakelde aarde — De klappen vallen op veel terreinen

IN JUNI vorig jaar werd in het Braziliaanse Rio de Janeiro de wereldconferentie over het milieu gehouden. In samenhang daarmee werd diezelfde maand in India Today een hoofdartikel gepubliceerd van de hand van Raj Chengappa, een van de redacteuren. Het was getiteld „De gewonde aarde”. In de openingsparagrafen werd een onverbloemd beeld geschilderd:

„Toen Edgar Mitchell in 1971 aan boord van de Apollo 14 naar de maan vloog, werd hij lyrisch bij zijn eerste glimp van de aarde vanuit de ruimte. ’Ze ziet er uit als een fonkelende blauw met witte edelsteen . . . Afgezet met traag wervelende sluiers van wit . . . Als een kleine parel in een nachtzwarte mysterieuze zee’, liet hij uitbundig via de radio aan Houston weten.

Zou Mitchell nu, 22 jaar later, opnieuw de ruimte ingestuurd worden, deze keer met een speciale bril die hem in staat stelde de onzichtbare gassen van de aardatmosfeer te zien, dan zou hem een wel heel andere aanblik wachten. Hij zou reusachtige gaten in de beschermende ozonschilden boven Antarctica en Noord-Amerika zien. In plaats van een fonkelende blauw met witte edelsteen zou hij een doffe, vuile aarde zien, vol donkere, wervelende wolken van kool- en zwaveldioxide.

Als Mitchell zijn camera zou pakken en foto’s zou maken van de woudbedekking van de aarde en ze zou vergelijken met die op zijn in ’71 genomen foto’s, zou hij versteld staan van de mate waarin ze geslonken is. En als hij zijn speciale telescoop zo zou instellen dat hij het vuil in de wateren van de aarde kon bekijken, zou hij linten gif door de continenten zien lopen en een groot deel van de oceaanbodem met donkere klompen teer bedekt zien. ’Houston,’ zou hij via de radio uitgeroepen hebben, ’wat ter wereld hebben we gedaan?’

In feite behoeven wij geen 36.000 kilometer ver de ruimte in te gaan om te weten wat wij gedaan hebben. Thans kunnen wij de vervuiling drinken, inademen, ruiken en zien. In nog geen honderd jaar tijd, en vooral de afgelopen dertig jaar, hebben mensen de aarde naar de rand van de afgrond gevoerd. Door buitensporige hoeveelheden warmte vasthoudende gassen in de atmosfeer uit te stoten, brengen wij slopende klimaatveranderingen teweeg. Gassen die in onze koelkasten en airconditioners toegepast worden, zijn nu verantwoordelijk voor het dunner worden van de beschermende ozonlaag, waardoor wij blootstaan aan huidkanker en waardoor de genstructuren in kleinere dieren veranderen. Ondertussen hebben wij enorme stukken land geruïneerd, wouden in zelfmoordtempo verwoest, tonnen gif lukraak in rivieren gedumpt en toxische chemicaliën in onze zeeën gestort.

Nu wordt de mensheid in de allereerste plaats bedreigd door de verwoesting van het aardmilieu. En er is een ontwikkeling van planetaire afmetingen nodig om de holocaust een halt toe te roepen.”

Na talrijke problemen met betrekking tot het milieu opgesomd te hebben die dringend om een oplossing vragen, besluit Raj Chengappa zijn artikel met deze woorden: „Dit alles moet zonder uitstel gebeuren. Want de dreiging geldt niet meer de toekomst van uw kinderen. Die dreiging is er nu. En hier.”

Dus scharen de dokters van de aarde zich rond het bed van hun patiënt. Er worden conferenties gehouden en geneesmiddelen aangedragen, maar zij kunnen het niet eens worden. Zij redetwisten. ’Ze is niet echt ziek’, zeggen sommigen. ’Ze ligt op sterven!’, roepen anderen. De retoriek wordt feller, de remedies worden talrijker, de artsen treuzelen, terwijl de patiënt achteruitgaat. Er gebeurt niets. Zij moeten verdere onderzoeken doen. Zij schrijven recepten die nooit uitgevoerd worden. Helaas is een groot deel ervan niets dan een vertragingstactiek om de vervuiling te laten voortduren en de winsten te laten groeien. De patiënt krijgt nooit medicijnen, zijn kwalen verergeren, de crisis wordt ernstiger en het toetakelen van de aarde gaat door.

De aarde en het leven erop zijn heel complex, ten zeerste verweven. De miljoenen nauw met elkaar verbonden, levende soorten zijn wel als het web des levens aangeduid. Knip één draad door en het web kan gaan rafelen. Duw één dominosteen om en tientallen andere volgen. Het kappen van een tropisch regenwoud is daar een duidelijk voorbeeld van.

Door fotosynthese neemt het regenwoud kooldioxide op uit de lucht en brengt er zuurstof in terug. Het drinkt enorme hoeveelheden regenwater maar gebruikt heel weinig voor de aanmaak van zijn voedsel. Verreweg het meeste ervan wordt als waterdamp opnieuw in de atmosfeer gebracht. Daar vormt het nieuwe regenwolken, waaruit weer de noodzakelijke neerslag valt voor het regenwoud en de miljoenen levende planten en dieren die het onder zijn groene gewelf koestert.

Dan wordt het regenwoud gekapt. De kooldioxide blijft in de lucht hangen als een deken die de zonnewarmte binnenhoudt. Er wordt weinig zuurstof aan de atmosfeer toegevoegd ten behoeve van de dieren. Weinig regen doorloopt opnieuw de cirkelgang voor meer neerslag. In plaats daarvan stroomt de regen die er valt in snel tempo van het land de rivieren in, daarbij de bovengrond meevoerend die nodig is voor nieuwe plantengroei. Rivieren en meren worden modderig, vissen sterven. Slib wordt naar de oceanen gevoerd en bedekt tropische riffen, die sterven. Miljoenen planten en dieren die eens goed gedijden onder het groene gewelf verdwijnen, de zware regens die eens het land van water voorzagen, nemen af en het lange trage woestijnvormingsproces neemt een aanvang. Bedenk dat de uitgestrekte Sahara in Afrika eens groen was, maar dat deze grootste zandvlakte ter wereld nu stilletjes delen van Europa binnenrukt.

Op de milieutop oefenden de Verenigde Staten en andere welvarende landen druk uit in een poging Brazilië en andere ontwikkelingslanden ertoe te bewegen het kappen van hun regenwouden te staken. „De Verenigde Staten voeren aan”, aldus een bericht in The New York Times, „dat wouden, en vooral tropische wouden, in de Derde Wereld in alarmerend tempo worden vernietigd en dat de planeet in haar geheel de grote verliezer zal zijn. Wouden, zo redeneren ze, zijn voor de hele wereld een kostbaar bezit omdat ze bijdragen tot regulering van het klimaat door warmte vasthoudend kooldioxide te absorberen; tevens herbergen ze een belangrijk deel van de levende soorten van de wereld.”

Prompt kwamen de ontwikkelingslanden met de beschuldiging van huichelarij. Volgens The New York Times zijn ze „verontwaardigd over wat ze zien als een poging tot beknotting van hun zelfbeschikking door landen die lang geleden hun eigen bomen uit winstbejag hebben omgehakt, maar nu de hoofdverantwoordelijkheid voor het bosbehoud van de wereld op de schouders van landen willen leggen die worstelen om economisch het hoofd boven water te houden”. Een diplomate uit Maleisië wond er geen doekjes om toen ze zei: „Wij sparen onze wouden beslist niet voor degenen die hun eigen wouden hebben vernietigd en nu proberen aanspraak te maken op de onze als een onderdeel van het erfgoed der mensheid.” In het Pacifische noordwesten van de Verenigde Staten is nog maar 10 procent van de oorspronkelijke regenwouden over en er wordt nog steeds gekapt; toch wil dit land dat Brazilië, dat nog 90 procent van zijn wouden in het Amazonegebied heeft, al het kappen staakt.

Zij die tot anderen prediken: ’Vernietig uw wouden niet’, terwijl zij hun eigen wouden wel vernietigen, doen denken aan de mensen die in Romeinen 2:21-23 worden beschreven: „Gij echter die een ander onderwijst, onderwijst gij uzelf niet? Gij die predikt: ’Steel niet’, steelt gij? Gij die zegt: ’Pleeg geen overspel’, pleegt gij overspel? Gij die een afschuw van de afgoden te kennen geeft, berooft gij tempels? Gij die u beroemt op de wet, onteert gij God door uw overtreden van de Wet?” Of om in milieutermen te spreken: ’Gij die predikt: „Spaar uw wouden”, kapt gij de uwe?’

Met de verwoesting van wouden hangt nauw de bezorgdheid over de opwarming van de aarde samen. De chemische en thermische reacties en interacties zijn ingewikkeld, maar de bezorgdheid richt zich voornamelijk op één chemische verbinding in de atmosfeer, kooldioxide. Dat speelt een voorname rol in het warmer worden van de aarde. Onderzoekers van het Byrd Polar Research Center berichtten vorig jaar dat „alle berggletsjers op middelmatige en lage hoogte nu smelten en slinken — sommige ervan heel snel — en dat het in deze gletsjers opgeslagen bericht over het ijs laat zien dat de afgelopen vijftig jaar veel warmer zijn geweest dan enige andere periode van vijftig jaar” waarover wij gegevens hebben. Te weinig kooldioxide zou kouder weer kunnen betekenen; te veel kooldioxide zou smeltende poolijskappen en gletsjers en overstroming van kuststeden kunnen betekenen.

Over kooldioxide stond in India Today te lezen:

„Het mag dan slechts een fractie vertegenwoordigen van de gassen in de atmosfeer, 0,03 procent van het totaal, maar zonder kooldioxide zou onze planeet net zo koud zijn als de maan. Door de warmte die het aardoppervlak afgeeft vast te houden, zorgt het voor een gemiddelde wereldtemperatuur van een levensinstandhoudende 15 graden Celsius. Maar als de hoeveelheid kooldioxide toeneemt, zou de aarde één reusachtige sauna kunnen worden.

Als wij op de weerstations van de wereld kunnen afgaan, is er haast geboden. De jaren ’80 gaven zes van de zeven warmste zomers te zien sinds men ongeveer 150 jaar geleden het weer begon bij te houden. De waarschijnlijke schuldige: een stijging van 26 procent van de hoeveelheid kooldioxide in de atmosfeer vergeleken met het niveau van voor de Industriële Revolutie.”

Men denkt dat dit te wijten is aan de 1,8 miljard ton kooldioxide die jaarlijks uitgestoten wordt door de verbranding van fossiele brandstoffen. Er was gehoopt dat men op de recente milieutop tot een verdrag zou komen tot het uitoefenen van meer controle op de uitstoot van kooldioxide, maar dit werd zo verwaterd dat naar verluidt ’de gemoederen van de aanwezige klimatologen verhit raakten’. Een van hen was zo woedend dat hij zei: „Wij kunnen gewoon niet doorgaan alsof er niets aan de hand is. Het is een onweerlegbaar feit dat wereldwijd de gasbalans niet meer sluit. Er moet iets gebeuren of wij hebben binnenkort miljoenen milieuvluchtelingen.” Hij doelde daarmee op degenen die hun overstroomde woongebieden zouden ontvluchten.

Nog een brandende kwestie betreft de zogenoemde gaten die zich voordoen in de ozonlaag die de aarde beschermt tegen kankerverwekkende ultraviolette straling. De hoofdschuldigen zijn de CFK’s (chloorfluorkoolwaterstoffen). Ze worden toegepast in de koel- en airconditioning-techniek, in vetoplosmiddelen en als blaasmiddel bij de produktie van schuimplastic. In veel landen komen ze nog steeds in royale hoeveelheden uit spuitbussen. Wanneer ze de stratosfeer bereiken, worden ze door de ultraviolette straling van de zon afgebroken en ontstaan er vrije chlooratomen, die elk minstens 100.000 ozonmoleculen kunnen vernietigen. Daardoor ontstaan er gaten, gebieden met drastisch verminderde ozonniveaus, in de ozonlaag, zowel boven Antarctica als boven noordelijke breedten, wat betekent dat meer ultraviolette straling de aarde bereikt.

Deze straling doodt fytoplankton en kril, die zich onder aan de voedselketen van de oceaan bevinden. In de DNA-moleculen die de genetische code van het leven bevatten, ontstaan mutaties. Gewassen worden aangetast. De straling veroorzaakt grauwe staar en huidkanker bij mensen. Toen aan de NASA verbonden onderzoekers hoge concentraties chloormonoxide boven noordelijke streken van de Verenigde Staten, Canada, Europa en Rusland constateerden, zei een van de onderzoekers: „Dit moet iedereen verontrusten. Het is veel erger dan wij dachten.” Lester Brown, directeur van het Worldwatch Institute, berichtte: „Wetenschappers schatten dat het versneld dunner worden van de ozonlaag op het noordelijk halfrond, alleen al in de VS 200 000 extra sterfgevallen door huidkanker teweeg zal brengen in de komende vijftig jaar. Wereldwijd staan miljoenen levens op het spel.”

Biodiversiteit, het laten blijven functioneren van zo veel mogelijk planten en dieren in hun natuurlijke woongebied, is ook een actuele reden tot bezorgdheid. Het blad Discover publiceerde een uittreksel uit het recente boek The Diversity of Life van de bioloog Edward O. Wilson, waarin hij het uitsterven opsomde van duizenden soorten vogels, vissen en insekten, alsook van soorten die gewoonlijk als onbelangrijk worden afgedaan: „Veel van de verdwenen soorten zijn mycorrhizale schimmels, symbiotische vormen die de opname van voedingsstoffen door de wortelstelsels van planten bevorderen. Ecologen vragen zich al lang af wat er met land-ecosystemen zou gebeuren als deze schimmels verdwenen, en daar zullen wij spoedig achter komen.”

In dat boek stelde en beantwoordde Wilson ook deze vraag over het belang van het redden van soorten:

„Wat voor verschil maakt het als sommige soorten uitsterven, als zelfs de helft van alle soorten op aarde verdwijnt? Laat mij eens een optelsom maken. Nieuwe bronnen van wetenschappelijke informatie zullen verloren gaan. Reusachtige potentiële biologische rijkdommen zullen vernietigd worden. Nog onontwikkelde medicijnen, gewassen, farmaceutische produkten, hout, vezels, pulp, bodemherstellende vegetatie, vervangingsmiddelen voor aardolie en nog veel meer produkten en dingen die het leven veraangenamen, zullen nooit het licht zien. In sommige regionen is het in zwang het belang van het kleine en onopvallende, van ongedierte en onkruid, weg te wuiven, daarbij vergetend dat een onopvallende mot uit Latijns Amerika Australiës weidegrond ervoor behoed heeft door cactussen overwoekerd te worden, dat de roze maagdenpalm het geneesmiddel heeft verschaft voor de ziekte van Hodgkin en lymfatische leukemie bij kinderen, dat de schors van de Taxus brevifolia hoop biedt voor vrouwen met kanker van de eierstokken en borstkanker, dat een scheikundige verbinding uit het speeksel van bloedzuigers bloedstolsels oplost tijdens operaties, enzovoort, een reeds lange en vermaarde lijst, ondanks het minimale onderzoek dat op dit gebied verricht is.

In vergeetachtig gemijmer zou men ook gemakkelijk de diensten over het hoofd zien die ecosystemen de mensheid bieden. Ze verrijken de bodem en scheppen zelfs de lucht die wij inademen. Zonder deze aangename dingen zou het bestaan dat de mensheid nog rest akelig en kort zijn.”

En om nog maar eens de afgezaagde maar nu eenmaal zo toepasselijke uitdrukking te gebruiken, het voorgaande is slechts het topje van de ijsberg. Wanneer zal er een eind komen aan het toetakelen van de aarde? En wie zal er een eind aan maken? In het volgende artikel leest u de antwoorden.

[Inzet op blz. 4]

De uitgestrekte Sahara in Afrika was eens groen

[Inzet op blz. 5]

’Gij die predikt: „Spaar uw wouden”, kapt gij de uwe?’

[Inzet op blz. 5]

Te weinig kooldioxide — kouder weer

Te veel kooldioxide — smeltende gletsjers

[Inzet op blz. 6]

„Wat voor verschil maakt het als sommige soorten uitsterven?”

[Inzet op blz. 6]

Zonder micro-organismen zou het bestaan van de mensheid kort en akelig zijn

[Illustraties op blz. 7]

Het regenwoud in het Amazonegebied in al zijn maagdelijke schoonheid

Ook regenwoud, na door de mens toegetakeld te zijn

[Verantwoording]

Abril Imagens/João Ramid

F4/R. Azoury/Sipa

[Illustratie op blz. 8]

Giftig chemisch afval dat lucht, water en grond verontreinigt

[Verantwoording]

Feig/Sipa

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen