31 En GIJ moogt geen losprijs aannemen voor de ziel van een moordenaar, die verdient te sterven,+ want hij dient zonder mankeren ter dood gebracht te worden.+
2 want zijn oordelen zijn waarachtig en rechtvaardig.*+ Want hij heeft het oordeel voltrokken aan de grote hoer,* die met haar hoererij* de aarde verdierf, en hij heeft het bloed van zijn slaven van haar hand gewroken.”+