14 Gij zult stevig bevestigd blijken te zijn in louter rechtvaardigheid.+ Gij zult verre zijn* van onderdrukking+ — want gij zult niemand vrezen — en van iets schrikaanjagends, want het zal niet tot u genaken.+
25 En ik wil met hen een vredesverbond sluiten*+ en ik zal stellig het schadelijk wild gedierte uit het land wegdoen,+ en zij zullen werkelijk in zekerheid in de wildernis wonen en in de wouden slapen.+
26 En zij zullen hun schande hebben gedragen+ en al hun ontrouw waarmee zij tegenover mij gehandeld hebben,+ wanneer zij in zekerheid op hun grond wonen,+ zonder dat er iemand is die [hen] doet beven.+