8 Hoe kan ik u opgeven, o E̱fraïm?+ [Hoe] kan ik u overleveren, o I̱sraël?+ Hoe kan ik u maken als A̱dma?+ [Hoe] kan ik u gelijkstellen met Ze̱boïm?+ Mijn hart is in mij veranderd;+ terzelfder tijd is al mijn mededogen ontvlamd.
2 Jehovah is een God* die exclusieve toewijding eist+ en wraak neemt; Jehovah neemt wraak+ en is tot woede geneigd.*+ Jehovah neemt wraak op zijn tegenstanders,+ en hij toont zich gebelgd jegens zijn vijanden.+
2 „Dit heeft Jehovah der legerscharen+ gezegd: ’Ik wil jaloers zijn ten opzichte van Si̱on met grote jaloezie,+ en met grote woede+ wil ik jaloers zijn ten opzichte van haar.’”