10 Maar Mozes zei tegen Jehovah: ‘Neem me niet kwalijk, Jehovah, maar ik ben nooit een goede spreker geweest — vroeger niet, en ook niet nu u tot uw dienaar gesproken hebt. Ik kan namelijk moeilijk uit mijn woorden komen.’*+
12 Maar Mozes antwoordde Jehovah: ‘Zelfs de Israëlieten hebben niet naar me geluisterd.+ Zou de farao dan wel naar me luisteren, terwijl ik moeilijk uit mijn woorden kom?’*+