11 Er werden dus opzichters* over hen aangesteld om hen met zware arbeid te onderdrukken:+ de Israëlieten moesten voorraadsteden voor de farao bouwen, namelijk Pi̱thom en Raä̱mses.+
7 Jehovah voegde eraan toe: ‘Ik heb gezien hoe moeilijk mijn volk het in Egypte heeft, en ik heb hun hulpgeroep vanwege hun onderdrukkers gehoord. Ik weet heel goed wat voor lijden ze ondergaan.+