-
Genesis 24:2, 3Nieuwewereldvertaling van de Bijbel (studie-uitgave)
-
-
2 Abraham zei tegen zijn dienaar, de oudste van zijn huis, die het beheer had over al zijn bezittingen:+ ‘Leg je hand alsjeblieft onder mijn bovenbeen 3 en zweer bij Jehovah, de God van de hemel en de God van de aarde, dat je voor mijn zoon geen vrouw zult kiezen uit de dochters van de Kanaänieten, die om me heen wonen.+
-
-
Deuteronomium 7:3, 4Nieuwewereldvertaling van de Bijbel (studie-uitgave)
-
-
3 Je mag je niet door een huwelijk met hen verbinden.* Geef je dochters niet aan hun zonen en laat je zonen niet met hun dochters trouwen.+ 4 Want ze zullen je zonen van mij afkeren zodat ze andere goden gaan aanbidden.+ Dan zal Jehovah’s woede tegen jullie oplaaien en zal hij jullie snel vernietigen.+
-
-
Nehemia 13:25, 26Nieuwewereldvertaling van de Bijbel (studie-uitgave)
-
-
25 Daarom riep ik ze ter verantwoording en vervloekte ik ze. Ik sloeg sommigen van de mannen+ en trok hun haar uit. Ik liet ze bij God zweren en zei: ‘Jullie mogen je dochters niet aan hun zonen geven, en jullie mogen geen van hun dochters voor je zonen of voor jezelf tot vrouw nemen.+ 26 Was het niet door hen dat koning Salomo van Israël zondigde? Onder de vele volken was er geen koning zoals hij.+ Zijn God hield van hem,+ en God maakte hem koning over heel Israël. Maar zelfs hij zondigde vanwege buitenlandse vrouwen.+
-