-
Handelingen 2:29-32Nieuwewereldvertaling van de Bijbel (studie-uitgave)
-
-
29 Mannen, broeders, sta me toe vrijuit met jullie over het familiehoofd David te praten. Hij is overleden en begraven,+ en zijn graf is tot op deze dag bij ons. 30 Hij was een profeet en hij wist dat God hem met een eed had gezworen dat een van zijn nakomelingen op zijn troon zou zitten.+ 31 Daarom voorzag hij de opstanding van de Christus en sprak hij erover. Hij zei dat de Christus niet achtergelaten zou worden in het Graf en dat zijn lichaam niet tot ontbinding zou overgaan.+ 32 God heeft deze Jezus opgewekt, en daar zijn wij allemaal getuigen van.+
-