Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • g77 8/3 blz. 5-8
  • De Habitat-conferentie — Een hoop voor de mensheid?

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • De Habitat-conferentie — Een hoop voor de mensheid?
  • Ontwaakt! 1977
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • De doeleinden
  • De hoofdzittingen
  • Explosieve kwestie
  • Is „gelijkheid” de ware oplossing?
    Ontwaakt! 1976
  • De „derde wereld” aan het woord
    Ontwaakt! 1977
  • De hongerige miljoenen der wereld — Kunnen ze worden gevoed?
    Ontwaakt! 1978
  • De betekenis van Europa’s grootste vredesconferentie
    Ontwaakt! 1976
Meer weergeven
Ontwaakt! 1977
g77 8/3 blz. 5-8

De Habitat-conferentie — Een hoop voor de mensheid?

Door Ontwaakt!-correspondent in Canada

HET woord „habitat” duidt op de woonplaats of woonomgeving van levende wezens. De woonplaats of het „tehuis” van de mens is in zijn algemeenheid de planeet de aarde en in specifiekere zin de stad, het dorp en het huis waar hij woont.

’s Mensen tehuis verkeert momenteel in slechte staat en vertoont duidelijke tekenen van verval. Volgens sommigen staat zelfs het voortbestaan van de mens op het spel. Vandaar dat de Verenigde Naties overeenkwamen in het midden van 1976 in het Canadese Vancouver een „Habitat-conferentie” te beleggen.

„De wereld is een schip met iedereen op het tussendek”, aldus de milieudeskundige Barbara Ward op de conferentie. Op het tussendek van een schip zijn de slechtste verblijven, waar dan ook de passagiers vertoeven die het minste betaald hebben. Zij vergeleek de inferieure levensomstandigheden op aarde met het verblijf op een tussendek.

Velen beschouwden de conferentie als een keerpunt in het bestaan van de Verenigde Naties. Waarom? Omdat men in het succes of falen van deze conferentie een aanduiding meende te mogen zien van de waarde die de V.N. voor het oplossen van wereldproblemen heeft.

De doeleinden

De plannenmakers voor de conferentie probeerden de aandacht te vestigen op de toenemende huisvestingsproblemen in de grote steden. Zo’n honderd jaar geleden waren er maar elf steden in de wereld met een inwonertal van meer dan een miljoen. Volgens de voorspellingen zullen er echter tegen 1985 273 steden van die grootte zijn, waarvan 147 in de minder ontwikkelde landen.

Ja, wanneer de huidige tendens aanhoudt, zullen er tegen het jaar 2000 meer stadsbewoners dan plattelandsbewoners op de wereld zijn, en dat met een totale wereldbevolking van tussen de zes en zeven miljard. Deze reusachtige verandering in de menselijke woonomgeving heeft nu reeds tal van reusachtige problemen geschapen.

Denk bijvoorbeeld maar aan de opslokking van goede landbouwgrond door de onverzadigbare vraag van de grote steden — meer en meer mensen, maar steeds minder land om voedsel voor hen te verbouwen. Denk ook eens aan de enorme stijging van de grondprijzen naarmate goed land schaarser wordt. De hygiënische verwijdering van menselijke afvalstoffen en de aanhoudende levering van voldoende schoon water zijn nog twee andere problemen die voortdurend in omvang toenemen.

Denk ook eens aan de ontwikkelingslanden. De overgrote meerderheid van de armen op aarde leeft in de niet-geïndustrialiseerde landen, in plattelandsdorpen en stedelijke sloppenwijken. Kan het bevoorrechte deel van de wereldbevolking ertoe gebracht worden deze minder bevoorrechten te helpen? De oplossing van zulke problemen lag binnen het streven van de Habitat-conferentie.

Ja, het was vooral in verband met dit laatste aspect dat de Habitat-conferentie anders moest worden dan de vijf andere conferenties over wereldproblemen die de afgelopen tien jaar onder toezicht van de V.N. waren gehouden. Ze was sterk gericht op het oplossen van problemen, in plaats van enkel op het signaleren ervan. Bovendien was het de grootste en meest representatieve conferentie van allemaal, omdat uit meer dan 140 landen teams van afgevaardigden aanwezig waren.

Al weken voordat de afgevaardigden arriveerden, stonden de kranten in Vancouver bol van nieuws over de conferentie. Aanplakbiljetten riepen de aandacht wakker voor het komende „feest” en vlaggen en wimpels wapperden van masten en lantaarnpalen. Een sfeer van optimisme heerste alom.

Nochtans waren er ook veel sceptische geluiden te horen. Een popzanger vertolkte de gevoelens van velen met zijn lied: „I’m wondering what they mean in all they say, talk-talk, talk-talk-talk.” („Ik vraag me af wat ze bedoelen met alles wat ze zeggen, praten-praten, praten-praten-praten.”)

De hoofdzittingen

De hoofdconferentie vond plaats in het Queen Elizabeth-​theater van Vancouver, en begon in een sfeer van idealisme en hoop. In de openingstoespraak verklaarde premier Trudeau van Canada dat de mensheid een „tijdperk van gemeenschappelijke belangen” was binnengetreden, „rechtstreeks verband houdend met het voortbestaan van het leven op aarde”. Hij wilde de wereld aansporen naar een „samenwerking in liefde” te streven.

Andere hoopgevende stappen werden in de loop van de week genomen — in de vorm van resoluties die opriepen tot actie tegen de volgende problemen:

(1) De groei van sloppenwijken.

(2) De ongezonde trek van het platteland naar de stad.

(3) De buitensporige winst van grondspeculanten.

Andere actiepunten betroffen een oproep tot zuiver water voor iedereen, hetgeen tegen 1990 een realiteit moet zijn; de noodzaak van toezicht op de overdracht van landbouwgrond naar de steden; aansporingen om energie te sparen en nieuwe bronnen van energie te ontwikkelen; de aanmoediging om vrouwen een groter aandeel aan nationale activiteiten te laten hebben; en de aansporing het publiek meer bij het nemen van beslissingen te betrekken.

Explosieve kwestie

Er waren echter al „stormwaarschuwingen” te signaleren die erop duidden dat de sfeer van goede wil en samenwerking waarschijnlijk niet tot het einde toe zou blijven bestaan. Die waarschuwingen hielden verband met de komende stemming over de omstreden beginselverklaring, welke door een voorbereidingscommissie was opgesteld en waarin ook opvattingen waren opgenomen met betrekking tot kwesties als rassendiscriminatie.

Al eerder in het jaar was er in de Verenigde Naties een resolutie aangenomen waarin het zionisme als een vorm van racisme en rassendiscriminatie was veroordeeld. Er heerste grote vrees dat deze kwestie opnieuw aan de orde zou komen en de harmonie op de conferentie zou verstoren. De kranten waarschuwden al voor de ophanden zijnde storm Een krantekop luidde: „Canada hoopt op uitstel zionisme-kwestie.” En een ander: „Israëli’s op Habitat hopen op politiek van gezond verstand.”

Maar het mocht allemaal niet baten. De zionisme-kwestie veroorzaakte een storm die de hele Habitat-conferentie op de klippen dreigde te jagen. Al op de vierde dag van de conferentie liepen tientallen afgevaardigden van „Derde wereld”-landen demonstratief weg toen het hoofd van de Israëlische delegatie opstond om te spreken. Bovendien waren er in de straten demonstraties gaande betreffende andere politieke kwesties en werden ook via de toespraken nog diverse politieke vraagstukken op de congrestafel gebracht. Het doel om niet over verdeeldheid-zaaiende politieke problemen te gaan spreken, werd niet bereikt.

Niettemin waren er nog velen die bij het naderen van de dag waarop de beginselverklaring zou worden aangeboden hoopten dat er een compromis bereikt zou kunnen worden. In heftige debatten achter de schermen probeerde men naar bewoordingen te zoeken waarmee de verdeeldheid tussen de zogenaamde „groep van 77” (een verbond van ontwikkelingslanden uit Afrika, Azië en Latijns-Amerika) en het Westerse blok over de zionisme-kwestie zou zijn te overbruggen.

Ten slotte brak de storm los. De „nieuwe meerderheid” van „Derde wereld”-landen — de „groep van 77” — was nu uitgegroeid tot een totaal van meer dan honderd naties, die ten eerste stemden voor een verandering in de gang van zaken bij de stemming — dat voor het aannemen van een motie geen meerderheid meer van twee derde, maar gewoon van meer dan de helft nodig zou zijn, en ten tweede zorgden voor de opneming van een „heet hangijzer” in de beginselverklaring, namelijk een bepaling waarin „het vestigen van nederzettingen op grondgebieden die met geweld bezet worden gehouden”, onwettig werd verklaard. Dat was duidelijk gericht tegen de Israëlische bezetting van Arabisch grondgebied.

Op de laatste dag van de conferentie werd de gewijzigde beginselverklaring ter aanneming voorgelegd. En op dat moment brak het Habitat-schip in tweeën. Vijftien landen, waaronder de Verenigde Staten, Israël, de EG-landen en Canada, weigerden voor de verklaring te stemmen. Het hoofd van de Canadese afvaardiging noemde het eindresultaat „droevig en erg teleurstellend”. En de Amerikaanse afgevaardigde verklaarde dat „de voortzetting van dit soort tactiek” voor zijn land nu niet direct „een aanmoediging was om nog aan toekomstige V.N.-conferenties aangaande wereldproblemen deel te nemen of daaraan zijn steun te verlenen”. Natuurlijk waren andere landen een andere mening toegedaan.

Opnieuw had een grote V.N.-conferentie aangetoond dat tussen idealen en werkelijkheid de wijde kloof van politieke verdeeldheid ligt. Op het eind vertoonde de conferentie een pijnlijk gespleten beeld. Velen hadden weliswaar uiting gegeven aan hun medegevoel met de armen van de wereld en de wens te kennen gegeven dat zij hulp wilden bieden, maar dat ideaal was zwaar versluierd door de onderlinge rivaliteit. De Canadese premier had gehoopt op een „samenwerking in liefde”, het was uitgedraaid op een samenzwering in haat. „Hoorden wij het doodsgerochel van de V.N. zoals wij haar nu kennen?”, aldus de vraag van een plaatselijke rubriekschrijver.

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen