Kruiswoordpuzzel
Horizontaal
1. Dit harde werken ziet men ze niet doen, die toch zo fraai getooide leliën des velds (Mattheüs 6:28)
4. Hun overste haalde zich Farao’s verontwaardiging op de hals (Genesis 40:2)
9. De Assyrische plunderaar vergelijkt zich met iemand die een vogel hiervan verjaagt en dan de eitjes wegneemt (Jesaja 10:14)
11. In zijn sterfbedprofetie had Jakob Naftali als een „. . . hinde” aangeduid (Genesis 49:21)
12. Een zoon van Issaschar, later ook de naam van een rechter uit die stam (Genesis 46:13; Rechters 10:1)
13. Aldus (Mattheüs 2:5)
14. Veertiende letter van het Hebreeuwse alfabet (Psalm 25:13)
17. De naam betekent ’aangezicht van God’ (Genesis 32:30)
18. Een bede tot Jehovah om te luisteren naar gebed, „. . . uw oor, o Jehovah, en hoor” (2 Koningen 19:16)
21. Een kleinzoon van Kaïn (Genesis 4:18)
22. Zij schonk David zijn zesde zoon (2 Samuël 3:5)
25. Dit dier werd geslacht voor Saul en zijn dienaren (1 Samuël 28:24)
26. Opdracht, gevolgd door een tweede, „eet” (Openbaring 10:9)
27. Beter dan één (Prediker 4:9)
29. De zestiende letter (Psalm 25:15)
31. Het aantal van de zonen van Isaï (1 Samuël 16:10, 11)
34. Waarin Jehovah’s aanbidders hem willen nabootsen: ’liefderijke goedheid en . . . betrachten’ (Jozua 2:14; 2 Samuël 2:6)
35. Dit soort werken omvatten ook bezigheden die vruchteloos zijn (Hebreeën 6:1)
39. Het beeld van de oogst: „een . . . pasgemaaid koren” (Amos 2:13; Micha 4:12; Zacharia 12:6)
40. De woordvoerder der joden roemde Felix’ vooruitziende . . . (Handelingen 24:2)
41. Van hem was er geen dienstafdeling onder de zonen van Aäron (1 Kronieken 24:1, 2)
42. Kenschets van een heel belangrijke weg (Mattheüs 7:14)
43. Aanduiding van Noachs bezigheden na de Vloed (Genesis 9:20)
44. De afzonderlijke delen van hun tocht (Numeri 33:1, 2)
Verticaal
1. Reddingsdaden van Jehovah vormden een aanleiding om dit te doen (Exodus 15:1)
2. ’Neem, en . . .!’; het tweede was het onverwachte (Openbaring 10:9)
3. Onderdeel van de grensaanduiding van Aser (Jozua 19:28)
5. Letter nummer een (Psalm 25:1)
6. Wat de vrouwen had aangegrepen na wat zij hadden gehoord in het graf waar Jezus niet bleek te liggen (Markus 16:8)
7. Deel van de kledij waarmee Tamar zich vermomde (Genesis 38:14, 19)
8. Elke, zelfs van hen die nog door middel van de opstanding terugkomen (Filippenzen 2:10)
10. Een van de zonen van Gad (Genesis 46:16)
15. Paulus ontleent zijn voorbeelden van geloofsgetuigen aan deze periode (Hebreeën 11:2)
16. Geen mens (Prediker 8:7)
17. Onwrikbaar, niet wijkend, niet terugdeinzend (Spreuken 11:19)
19. Een man zonder waardering voor heilige dingen (Hebreeën 12:16)
20. Wat Sichem verwachtte opgelegd te krijgen (Genesis 34:12)
23. Zij besefte wat het kind zou betekenen voor Jeruzalems bevrijding (Lukas 2:36-38)
24. Samen met letter één terug te vinden in het woord alfabet
28. Dit is de zesde van het alfabet
30. De handen van een slechte vrouw, een prostituée (Prediker 7:26)
32. Zoon van Noach (Genesis 5:32)
33. Met de korrels van het zand is dit al niet mogelijk (Psalm 139:18)
34. Een van de zonen van Jafeth; later komt zijn naam voor als aanduiding van een volk of land ten noorden van Israël (Genesis 10:2; Ezechiël 39:1, 2)
36. Vage aanduiding van een toekomstig moment (Genesis 27:46)
37. Zij die in Judea waren, moesten . . . trekken (Lukas 21:21)
38. Zij wordt tientallen malen genoemd in de bijbel (Genesis 17:15)
42. Een vocht dat een verfrissende drank opleverde (Hooglied 8:2)
Oplossing op blz. 27
Oplossing horizontaal
1. ZWOEGEN
4. BAKKERS
9. NEST
11. RANKE
12. TOLA
13. ZO
14. NOEN
17. PNIËL
18. NEIG
21. IRAD
22. EGLA
25. KALF
26. NEEM
27. TWEE
29. AJIN
31. ACHT
34. TROUW
35. DODE
39. RIJ
40. BLIK
41. ABIHU
42. SMAL
43. LANDMAN
44. ETAPPEN
Oplossing verticaal
1. ZINGEN
2. EET
3. EBRON
5. ALEF
6. EMOTIE
7. SJAAL
8. KNIE
10. SUNI
15. OUDHEID
16. NIEMAND
17. PAL
19. ESAU
20. GIFT
23. ANNA
24. BETH
28. WAW
30. BOEIEN
32. CHAM
33. TELLEN
34. TUBAL
36. OOIT
37. ERUIT
38. SARA
42. SAP