Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • es22 blz. 47-57
  • Mei

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Mei
  • Bestudeer dagelijks de Schrift 2022
  • Onderkopjes
  • zondag 1 mei
  • maandag 2 mei
  • dinsdag 3 mei
  • woensdag 4 mei
  • donderdag 5 mei
  • vrijdag 6 mei
  • zaterdag 7 mei
  • zondag 8 mei
  • maandag 9 mei
  • dinsdag 10 mei
  • woensdag 11 mei
  • donderdag 12 mei
  • vrijdag 13 mei
  • zaterdag 14 mei
  • zondag 15 mei
  • maandag 16 mei
  • dinsdag 17 mei
  • woensdag 18 mei
  • donderdag 19 mei
  • vrijdag 20 mei
  • zaterdag 21 mei
  • zondag 22 mei
  • maandag 23 mei
  • dinsdag 24 mei
  • woensdag 25 mei
  • donderdag 26 mei
  • vrijdag 27 mei
  • zaterdag 28 mei
  • zondag 29 mei
  • maandag 30 mei
  • dinsdag 31 mei
Bestudeer dagelijks de Schrift 2022
es22 blz. 47-57

Mei

zondag 1 mei

Hij bleef aan hen onderworpen. — Luk. 2:51.

Toen Jezus nog jong was, koos hij ervoor zijn ouders te gehoorzamen. Hij verzette zich nooit tegen de leiding van zijn ouders omdat hij dacht dat hij meer wist dan zij. Ongetwijfeld nam hij zijn verantwoordelijkheid als oudste zoon serieus. Hij heeft vast zijn best gedaan om een vak te leren van zijn adoptievader zodat hij kon helpen om in hun onderhoud te voorzien. Waarschijnlijk hebben Jezus’ ouders hem verteld over zijn wonderbaarlijke geboorte en de boodschappen van God die over hem gingen (Luk. 2:8-19, 25-38). Maar dat was niet alles. Hij moet ook zelf een studie hebben gemaakt van Gods Woord. Hoe weten we dat? Omdat de leraren in Jeruzalem ‘zich bleven verbazen over zijn inzicht en zijn antwoorden’ toen hij nog jong was (Luk. 2:46, 47). Toen Jezus nog maar 12 was, had hij al voor zichzelf vastgesteld dat Jehovah zijn Vader was (Luk. 2:42, 43, 49). w20.10 29-30 ¶13-14

maandag 2 mei

Christus is uit de dood opgewekt. — 1 Kor. 15:12.

Geloof in de opstanding van Jezus is essentieel voor onze christelijke hoop. Aan het begin van zijn betoog over de opstanding noemt Paulus drie feiten: (1) ‘Christus is voor onze zonden gestorven.’ (2) ‘Hij is begraven.’ (3) Hij ‘is op de derde dag opgewekt, zoals in de Schrift staat’ (1 Kor. 15:3, 4). Wat betekenen Jezus’ dood, begrafenis en opstanding voor ons? De profeet Jesaja voorspelde dat de Messias zou worden ‘verwijderd uit het land der levenden’ en ‘een graf bij slechte mensen’ zou krijgen. Maar dat was niet alles. Jesaja zei ook dat de Messias ‘de zonden van veel mensen’ zou dragen. Dat deed Jezus toen hij zijn leven gaf als losprijs (Jes. 53:8, 9, 12; Matth. 20:28; Rom. 5:8). De dood, begrafenis en opstanding van Jezus vormen dus een solide basis voor onze hoop op bevrijding van de zonde en de dood en hereniging met onze overleden dierbaren. w20.12 2-3 ¶4-6; 5 ¶11

dinsdag 3 mei

Juist ik zou alle reden hebben om op het vlees te vertrouwen. Denkt iemand anders dat hij redenen heeft om op het vlees te vertrouwen? Ik heb er meer. — Fil. 3:4.

Paulus predikte vaak in Joodse synagogen. In de synagoge in Thessalonika bijvoorbeeld ‘redeneerde hij drie sabbatten achter elkaar met [de Joden] aan de hand van de Schrift’ (Hand. 17:1, 2). Waarschijnlijk voelde hij zich in de synagoge op zijn gemak. Hij was als Jood opgevoed (Hand. 26:4, 5). Paulus kon zich met de Joden identificeren en kon dus vol vertrouwen tot ze prediken (Fil. 3:5). Toen Paulus uit Thessalonika en daarna uit Berea moest wegvluchten, ging hij naar Athene. Ook daar ‘ging hij in de synagoge redeneren met de Joden en anderen die God aanbaden’ (Hand. 17:17). Maar toen hij ging prediken op het marktplein, kreeg hij te maken met een ander publiek. Daar waren filosofen en heidenen bij die zijn boodschap bezagen als een ‘nieuwe leer’. Ze zeiden tegen hem: ‘U begint over een aantal dingen die ons vreemd in de oren klinken’ (Hand. 17:18-20). w20.04 9 ¶5-6

woensdag 4 mei

Als ik het goede wil doen, is het slechte bij mij aanwezig. — Rom. 7:21.

Veroordeel jezelf niet als je tegen een zwakheid moet vechten. Bedenk dat niemand van ons een rechtvaardige positie voor God kan verdienen. We zijn allemaal afhankelijk van Gods onverdiende goedheid en de losprijs (Ef. 1:7; 1 Joh. 4:10). Voor aanmoediging kun je terecht bij je broeders en zusters, bij je geestelijke familie. Bij hen vind je een luisterend oor als je behoefte hebt om te praten. Ze kunnen je opvrolijken met vriendelijke woorden (Spr. 12:25; 1 Thess. 5:14). Joy, een zuster in Nigeria die het door ontmoediging heel moeilijk heeft gehad, zegt: ‘Ik weet niet wat ik zonder m’n broeders en zusters had gemoeten. Ze zijn een bewijs dat Jehovah m’n gebeden verhoort. Ik heb zelfs van ze geleerd hoe ik anderen kan aanmoedigen.’ Houd wel in gedachte dat je broeders en zusters niet altijd weten wanneer je aanmoediging nodig hebt. Dus misschien moet je zelf op een ervaren broeder of zuster afstappen en vertellen dat je hulp nodig hebt. w20.12 24 ¶7-8

donderdag 5 mei

Ik noem jullie vrienden. — Joh. 15:15.

Om iemands vriend te worden, moet je tijd met hem doorbrengen. Als je dan met elkaar praat en je gedachten en gevoelens deelt, word je vrienden. Maar vriendschap opbouwen met Jezus is moeilijker. Een reden daarvoor is dat je Jezus nooit hebt ontmoet. Dat gold ook voor veel christenen in de eerste eeuw. Toch zei Petrus: ‘Jullie hebben hem nooit gezien, en toch houden jullie van hem. En ook al zie je hem op dit moment niet, toch geloof je in hem’ (1 Petr. 1:8). Het is dus mogelijk een nauwe band met Jezus te krijgen zonder hem te hebben ontmoet. Verder is het zo dat je niet met Jezus kunt praten. Als je bidt, deel je je gedachten met Jehovah. Je bidt natuurlijk in Jezus’ naam, maar je praat niet rechtstreeks tot hem. Trouwens, Jezus wil helemaal niet dat je tot hem bidt. Waarom niet? Omdat gebed een vorm van aanbidding is en alleen Jehovah aanbeden mag worden (Matth. 4:10). Maar je kunt je liefde voor Jezus wel uiten. w20.04 20 ¶1-3

vrijdag 6 mei

God zal je standvastig maken, hij zal je sterk maken. — 1 Petr. 5:10.

De hardlopers in de Griekse spelen kregen te maken met dingen als vermoeidheid en pijn. Het enige waar ze op konden terugvallen, was hun training en hun eigen kracht. Ook wij zijn getraind voor de wedstrijd die we lopen. Maar we hebben een voordeel op echte hardlopers. Wij hebben een onuitputtelijke krachtbron. Jehovah belooft degenen die op hem vertrouwen niet alleen te trainen maar ook sterk te maken. Paulus had met heel wat uitdagingen te maken. Hij werd beledigd en vervolgd. Daarnaast voelde hij zich soms zwak en moest hij omgaan met wat hij ‘een doorn in het vlees’ noemde (2 Kor. 12:7). Hij zag zulke uitdagingen echter niet als een reden om het op te geven, maar als een kans om op Jehovah te vertrouwen (2 Kor. 12:9, 10). Omdat Paulus die instelling had, hielp Jehovah hem overal doorheen. w20.04 29 ¶13-14

zaterdag 7 mei

Iemand kan alleen bij mij komen als de Vader hem trekt. — Joh. 6:44.

We hebben een onzichtbare schat: we mogen ‘medewerkers’ zijn van Jehovah en het hemelse deel van zijn organisatie (2 Kor. 6:1). We werken met ze samen bij het maken van discipelen. Paulus zei over zichzelf en anderen die aan dat werk meedoen: ‘Wij zijn Gods medewerkers’ (1 Kor. 3:9). Als je predikt, werk je ook samen met Jezus. Toen hij zijn volgelingen de opdracht gaf om ‘discipelen te maken van mensen uit alle volken’, zei hij: ‘Ik ben met jullie’ (Matth. 28:19, 20). En de engelen? We zijn heel dankbaar dat de engelen ons leiden als we ‘eeuwig goed nieuws bekendmaken aan de bewoners van de aarde’ (Openb. 14:6). Wat wordt er met de steun uit de hemel bereikt? Als we de Koninkrijksboodschap zaaien, valt een deel van het zaad op ontvankelijke harten, waar het kan groeien (Matth. 13:18, 23). Wie laat die waarheidszaadjes groeien en vrucht dragen? Jezus legt dat uit in de tekst voor vandaag. w20.05 30 ¶14-15

zondag 8 mei

Laat je niet langer door deze wereld vormen. — Rom. 12:2.

Echtscheiding veroorzaakt verdeeldheid in miljoenen gezinnen. In andere gezinnen woont iedereen nog wel in één huis maar zijn ze praktisch vreemden voor elkaar. ‘Vader, moeder en kinderen hebben geen connectie meer met elkaar maar staan wel in connectie met een computerscherm, tablet, smartphone of spelconsole’, zegt een gezinstherapeut. ‘Ze wonen onder hetzelfde dak maar ze kennen elkaar amper.’ We willen ons niet laten vormen door de liefdeloze geest van de wereld. In plaats daarvan moeten we innig gehecht zijn aan zowel familieleden als degenen die aan ons verwant zijn in het geloof (Rom. 12:10). De Griekse term die is vertaald met ‘innig aan elkaar gehecht zijn’ duidt normaal gesproken op de sterke gehechtheid tussen gezinsleden die heel close zijn. Het is belangrijk om dezelfde liefde te ontwikkelen voor je geestelijke familie, je broeders en zusters. Als je aan hen gehecht bent, versterk je de eenheid die essentieel is voor de ware aanbidding (Micha 2:12). w21.01 20 ¶1-2

maandag 9 mei

Geef me een onverdeeld hart met ontzag voor uw naam. — Ps. 86:11.

Als er eenheid is in een voetbalteam is de kans op succes veel groter dan als er geen eenheid is. Je hart kan als de succesvolle ploeg zijn wanneer je gedachten, verlangens en emoties op één lijn zitten in je dienst voor Jehovah. Bedenk dat Satan uit is op verdeeldheid in je hart. Hij wil dat je gedachten, verlangens en emoties botsen met Jehovah’s normen. Maar jij hebt juist een onverdeeld hart nodig om Jehovah te kunnen dienen (Matth. 22:36-38). Laat nooit toe dat Satan je hart verdeelt! Bid net als David tot Jehovah: ‘Geef me een onverdeeld hart met ontzag voor uw naam.’ Stel je ten doel naar dat gebed te leven. Wees vastbesloten om elke dag zowel bij grote als kleine beslissingen te laten zien dat je diep ontzag hebt voor Jehovah’s heilige naam. Dan zul jij als een van Jehovah’s Getuigen die naam tot eer strekken (Spr. 27:11). En dan zullen we allemaal net als de profeet Micha kunnen zeggen: ‘Wij zullen wandelen in de naam van Jehovah, onze God, voor altijd en eeuwig’ (Micha 4:5). w20.06 13 ¶17-18

dinsdag 10 mei

Hij zal in grote woede uittrekken om weg te vagen en velen voor de vernietiging te bestemmen. — Dan. 11:44.

Die aanval door de koning van het noorden en de andere regeringen van de wereld maakt de Almachtige woedend en leidt tot de oorlog van Armageddon (Openb. 16:14, 16). Dan zal de koning van het noorden, samen met alle andere landen die deel zijn van Gog van Magog, aan zijn eind komen. ‘Niemand zal hem te hulp komen’ (Dan. 11:45). Het volgende vers in Daniëls verslag geeft meer informatie over het einde van de koning van het noorden en zijn bondgenoten en over onze redding (Dan. 12:1). Wat betekent dit vers? Michaël is een andere naam voor onze regerende Koning, Christus Jezus. Hij ‘staat ten behoeve van’ Gods volk sinds 1914, toen zijn Koninkrijk in de hemel werd opgericht. Binnenkort zal hij ‘opstaan’, oftewel op een opvallende manier in actie komen, in de oorlog van Armageddon. Die oorlog zal de finale zijn van wat Daniël beschrijft als de moeilijkste tijd in de geschiedenis (Openb. 6:2; 7:14). w20.05 15-16 ¶15-17

woensdag 11 mei

Jozef was naar Egypte gebracht. — Gen. 39:1.

Als slaaf en later als gevangene had Jozef weinig opties en weinig bewegingsvrijheid. Hoe kon hij positief blijven? In plaats dat hij focuste op wat hij niet meer kon, deed hij zijn uiterste best op wat hij nog wel kon: de taken die hij had. Hij bleef gefocust op de belangrijkste persoon in zijn leven, Jehovah. Daarom zegende Jehovah alles wat hij deed (Gen. 39:21-23). Het verhaal van Jozef laat uitkomen dat we in een wrede wereld leven waarin we onrechtvaardig behandeld worden. Zelfs een broeder of zuster kan ons soms kwetsen. Maar als je Jehovah beziet als je Rots, je Schuilplaats, zul je niet de moed verliezen of met je dienst stoppen (Ps. 62:6, 7; 1 Petr. 5:10). Bedenk ook dat Jozef een jaar of 17 was toen Jehovah speciale aandacht voor hem had. Dus Jehovah heeft vertrouwen in zijn jonge aanbidders. Veel jongeren zijn als Jozef. Ook zij hebben geloof in Jehovah. Sommige zijn zelfs onterecht gevangengezet omdat ze trouw wilden blijven aan God (Ps. 110:3). w20.12 16 ¶3; 17 ¶5, 7

donderdag 12 mei

Ze riepen de apostelen bij zich. Ze geselden hen en verboden hun om nog op basis van Jezus’ naam te spreken. — Hand. 5:40.

Petrus en Johannes vonden het een eer te worden vervolgd omdat ze Jezus volgden en anderen over hem vertelden (Hand. 4:18-21; 5:27-29, 41, 42). De discipelen hadden geen reden om zich te schamen. Uiteindelijk hebben die nederige christenen uit de eerste eeuw meer voor de mensheid betekent dan welke tegenstander maar ook. De geïnspireerde boeken die sommigen van hen hebben geschreven bieden ook nu nog steun en hoop aan miljoenen mensen. En het Koninkrijk dat ze verkondigden is nu een realiteit en gaat binnenkort over de hele mensheid regeren (Matth. 24:14). Vergelijk dat eens met de grote politieke macht die christenen toen vervolgde. Die behoort al lang tot het grijze verleden terwijl de loyale discipelen nu koningen in de hemel zijn. Hun tegenstanders zijn echter dood. En als ze ooit worden opgewekt, zullen ze onderdanen zijn van het Koninkrijk dat werd gepredikt door de christenen aan wie ze zo’n hekel hadden (Openb. 5:10). w20.07 15 ¶4

vrijdag 13 mei

Hij keek uit naar de stad die echte fundamenten heeft, waarvan God de ontwerper en bouwer is. — Hebr. 11:10.

Abraham had zo’n sterk geloof in Gods beloften dat het was alsof hij de Gezalfde of Messias kon zien, degene die Koning van Gods Koninkrijk zou zijn. Om die reden kon Jezus tegen de Joden in zijn tijd zeggen: ‘Abraham, jullie vader, verheugde zich er enorm op mijn dag te zien, en toen hij die zag was hij blij’ (Joh. 8:56). Abraham wist duidelijk dat zijn nakomelingen een Koninkrijk zouden vormen dat Jehovah’s steun had. En hij was bereid te wachten tot Jehovah die belofte zou waarmaken. Hoe liet Abraham zien dat hij uitkeek naar de stad of het Koninkrijk waarvan God de ontwerper is? Om te beginnen sloot hij zich bij geen enkel koninkrijk op aarde aan. Hij bleef altijd een nomade en koos ervoor zich nergens te settelen en geen enkele menselijke koning te steunen. Bovendien probeerde Abraham nooit zijn eigen koninkrijk te stichten. Hij bleef in plaats daarvan gehoorzaam aan Jehovah en wachtte tot hij zijn belofte zou vervullen. Op die manier gaf Abraham blijk van een buitengewoon geloof. w20.08 3 ¶4-5

zaterdag 14 mei

Wie gestorven is, is van zijn zonde vrijgesproken. — Rom. 6:7.

Jehovah belooft dat tijdens Christus’ regering niemand zal zeggen: ‘Ik ben ziek’ (Jes. 33:24). Dus als mensen worden opgewekt, zullen ze herschapen worden met een gezond lichaam. Maar ze zullen niet meteen volmaakt zijn. Anders zouden ze misschien niet herkend worden door familie en vrienden. Het lijkt erop dat alle mensen tijdens Christus’ duizendjarige regering geleidelijk volmaakt zullen worden. Pas als de duizend jaar voorbij zijn zal Jezus het Koninkrijk aan zijn Vader teruggeven. Het zal dan alles hebben bereikt wat Jehovah wilde en zal dus ook de mensheid tot volmaaktheid hebben gebracht (1 Kor. 15:24-28; Openb. 20:1-3). Stel je eens voor hoe het zal zijn je dierbaren terug te zien. Zul je lachen of huilen van vreugde? Zul je zo gelukkig zijn dat je zingt tot eer van Jehovah? Eén ding is zeker, je zult diepe liefde voelen voor je zorgzame Vader en zijn onzelfzuchtige Zoon wegens dat prachtige geschenk, de opstanding. w20.08 16-17 ¶9-10

zondag 15 mei

Iedereen heeft zijn eigen gave van God, de een deze, de ander die. — 1 Kor. 7:7.

Paulus moedigde christenen aan te overwegen of ze Jehovah als ongehuwde konden dienen (1 Kor. 7:8, 9). Hij keek zeker niet neer op christenen die niet getrouwd waren. Hij koos zelfs een alleenstaande broeder, Timotheüs, voor belangrijke toewijzingen uit (Fil. 2:19-22). Het zou dus verkeerd zijn te denken dat een broeder geschikt of minder geschikt is puur omdat hij getrouwd is of juist niet (1 Kor. 7:32-35, 38). Jezus en Paulus leerden allebei niet dat christenen moeten trouwen of dat ze alleen moeten blijven. Hoe kunnen we het huwelijk en het ongehuwde leven dus bezien? De Wachttoren van 1 oktober 2012 zei het heel mooi: ‘Het huwelijk en het ongehuwde leven kunnen allebei een gave van God worden genoemd. (...) Jehovah ziet ongetrouwd zijn niet als een schande of een reden voor verdriet.’ Met dat in gedachten moeten we de plaats van ongehuwde broeders en zusters in de gemeente respecteren. w20.08 28 ¶8-9

maandag 16 mei

Van die dag en dat uur weet niemand iets af, alleen de Vader. — Matth. 24:36.

In sommige landen reageren mensen positief als ze het goede nieuws horen. Het is precies wat ze zochten. In andere landen hebben mensen weinig belangstelling voor God of de Bijbel. Hoe reageren de mensen in jouw omgeving? Wat hun reactie ook is, Jehovah wil dat we doorgaan met prediken totdat hij vindt dat het genoeg is. Op Jehovah’s vastgestelde tijd is de prediking voltooid en ‘dan zal het einde komen’ (Matth. 24:14). Jezus voorzei gebeurtenissen en omstandigheden die de laatste dagen zouden kenmerken en die zijn volgelingen zouden kunnen afleiden van de prediking. Hij gaf zijn discipelen de raad: ‘Blijf dus waakzaam’ (Matth. 24:42). In Noachs tijd waren er veel afleidingen waardoor mensen geen aandacht schonken aan de waarschuwing die hij gaf. Dezelfde afleidingen zijn er nu ook (Matth. 24:37-39; 2 Petr. 2:5). Daarom is het belangrijk dat we gefocust blijven op het werk dat Jehovah ons heeft gegeven. w20.09 8 ¶1-2, 4

dinsdag 17 mei

Iedereen die toegewijd aan God en als volgeling van Christus Jezus wil leven, zal worden vervolgd. — 2 Tim. 3:12.

Satan is ‘woedend’, en je zou jezelf voor de gek houden als je denkt dat je zijn woede op een of andere manier kunt ontlopen (Openb. 12:12). Binnenkort krijgen we allemaal te maken met beproevingen op ons geloof. ‘Er zal een grote verdrukking zijn zoals er vanaf het begin van de wereld tot nu toe niet is voorgekomen’ (Matth. 24:21). In die tijd keren familieleden zich misschien tegen je en wordt ons werk misschien verboden (Matth. 10:35, 36). Zul je er net als koning Asa op vertrouwen dat Jehovah je helpt en beschermt? (2 Kron. 14:11) Jehovah bereidt ons geestelijk voor op wat er gaat komen. Hij stuurt ‘de getrouwe en beleidvolle slaaf’ aan om ons ‘op het juiste moment’ voedzaam geestelijk voedsel te geven dat ons helpt trouw te blijven in onze aanbidding (Matth. 24:45). Maar wij moeten ons deel doen om een onwankelbaar geloof op te bouwen (Hebr. 10:38, 39). w20.09 18-19 ¶16-18

woensdag 18 mei

Het hart van een koning is als waterstromen in Jehovah’s hand. Hij leidt het waarheen hij maar wil. — Spr. 21:1.

Als het in overeenstemming is met zijn voornemen, kan Jehovah zijn krachtige heilige geest gebruiken om gezagdragers te laten doen wat hij wil. Mensen kunnen een kanaal graven om water te laten stromen waarheen ze maar willen. Zo kan Jehovah zijn geest gebruiken om de gedachten van regeerders te sturen in een richting die aansluit bij zijn voornemen. Als dat gebeurt, voelen gezagdragers zich gemotiveerd beslissingen te nemen die gunstig zijn voor Gods volk. (Vergelijk Ezra 7:21, 25, 26.) Wat kunnen wij doen? We kunnen bidden ‘voor koningen en iedereen met gezag’ als ze beslissingen moeten nemen die van invloed zijn op ons leven als christenen en onze dienst (1 Tim. 2:1, 2, vtn.; Neh. 1:11). Net als de christenen in de eerste eeuw bidden ook wij vurig tot God voor broeders en zusters die in de gevangenis zitten (Hand. 12:5; Hebr. 13:3). w20.11 15 ¶13-14

donderdag 19 mei

Maak discipelen van mensen uit alle volken. Doop ze. — Matth. 28:19.

Vind je het ook niet geweldig als iemand met wie je de Bijbel hebt gestudeerd gedoopt wordt? (1 Thess. 2:19, 20) Pasgedoopte discipelen zijn mooie ‘aanbevelingsbrieven’, niet alleen voor degenen die met ze hebben gestudeerd maar voor de hele gemeente (2 Kor. 3:1-3). Het is heel mooi om te zien dat er in een periode van vier jaar wereldwijd elke maand gemiddeld zo’n 10.000.000 Bijbelstudies zijn gerapporteerd. In diezelfde periode zijn er elk jaar gemiddeld ruim 280.000 personen gedoopt als Getuigen van Jehovah en nieuwe discipelen van Jezus Christus. Hoe kunnen we ervoor zorgen dat er van die miljoenen Bijbelstudies nog meer gedoopt worden? Jehovah geeft mensen nog steeds geduldig de tijd en de kans om discipelen van Christus te worden. Daarom doen we ons best om ze te helpen zo snel mogelijk tot de doop te groeien. De tijd dringt! (1 Kor. 7:29a; 1 Petr. 4:7) w20.10 6 ¶1-2

vrijdag 20 mei

God keert zich tegen trotse mensen, maar hij geeft onverdiende goedheid aan nederige mensen. — Jak. 4:6.

Saul luisterde niet naar Jehovah. En toen de profeet Samuël hem daarop aansprak, wilde hij zijn fout niet toegeven. Hij probeerde zijn daden goed te praten door de consequenties van zijn ongehoorzaamheid af te zwakken en de schuld op anderen af te schuiven (1 Sam. 15:13-24). Zoiets had Saul eerder ook al gedaan (1 Sam. 13:10-14). Helaas liet hij toe dat hij in zijn hart trots werd. Jehovah wees hem terecht en verwierp hem omdat hij zijn denken niet corrigeerde. Om niet als Saul te worden, moet je je afvragen: Heb ik de neiging de raad die ik in Gods Woord lees weg te redeneren? Zwak ik de consequenties van ongehoorzaamheid af? Ben ik geneigd de schuld op anderen af te schuiven? Als je antwoord op een van die vragen ja is, moet je je denken en houding veranderen. Anders kan je hart zo trots worden dat Jehovah je als zijn vriend verwerpt. w20.11 20 ¶4-5

zaterdag 21 mei

Denk aan je Grootse Schepper in de dagen van je jeugd, voordat de ellendige dagen komen en de jaren aanbreken waarin je zegt: ‘Ik geniet er niet meer van.’ — Pred. 12:1.

Als je jong bent, besluit dan wie je zult dienen. Je moet voor jezelf nagaan wie Jehovah is, wat zijn wil is en hoe jij in het plaatje past (Rom. 12:2). Dat zal je helpen om de belangrijkste beslissing in je leven te nemen, de beslissing om Jehovah te dienen (Joz. 24:15). Als je je houdt aan een goed schema van Bijbellezen en studie, zal je liefde voor Jehovah blijven toenemen en je geloof in hem steeds sterker worden. Kies ervoor Jehovah’s wil in je leven op de eerste plaats te stellen. Satans wereld belooft dat je gelukkig wordt als je je talenten voor jezelf gebruikt. Maar de waarheid is dat mensen die op materiële doelen gefocust zijn ‘zichzelf overal met veel pijnen doorboren’ (1 Tim. 6:9, 10). Als je echter naar Jehovah luistert en ervoor kiest zijn wil op de eerste plaats te stellen, zul je succes hebben in je leven en ‘je verstandig gedragen’ (Joz. 1:8). w20.10 30-31 ¶17-18

zondag 22 mei

Ik moet het goede nieuws van Gods Koninkrijk bekendmaken, want daarvoor ben ik gestuurd. — Luk. 4:43.

De boodschap die Jezus predikte bood alle mensen hoop. Hij gaf zijn volgelingen de opdracht het werk dat hij was begonnen voort te zetten en ‘tot in de meest afgelegen delen van de aarde’ te prediken (Hand. 1:8). Natuurlijk konden ze dat werk niet op eigen kracht doen. Ze zouden heilige geest nodig hebben, ‘de helper’ die Jezus had beloofd (Joh. 14:26; Zach. 4:6). Met Pinksteren 33 kregen Jezus’ volgelingen heilige geest. Met de hulp van die geest begonnen ze meteen te prediken. In korte tijd aanvaardden duizenden het goede nieuws (Hand. 2:41; 4:4). Toen er tegenstand kwam, lieten de discipelen zich niet door angst tegenhouden. Ze vroegen God om hulp: ‘Stel uw slaven in staat om uw woord vrijmoedig te blijven spreken.’ Vervolgens werden ze vervuld met de heilige geest en ze ‘spraken vrijmoedig over het woord van God’ (Hand. 4:18-20, 29, 31). w20.10 21 ¶4-5

maandag 23 mei

Christus is voor onze zonden gestorven, zoals in de Schrift staat, en hij is opgewekt. — 1 Kor. 15:3, 4.

Waarom kunnen we er zeker van zijn dat Jehovah Jezus tot leven wekte? Er waren heel wat ooggetuigen die bevestigden dat Jezus was opgestaan (1 Kor. 15:5-7). De eerste in Paulus’ opsomming is Petrus (Cefas). Een groep discipelen bevestigde dat Petrus de opgestane Jezus had gezien (Luk. 24:33, 34). Daarnaast noemt Paulus ‘de twaalf’ (de apostelen) als getuigen. Vervolgens zegt hij dat Christus ‘aan meer dan 500 broeders tegelijk is verschenen’, misschien bij de vreugdevolle bijeenkomst in Galilea waar in Mattheüs 28:16-20 over wordt gesproken. Paulus zegt ook dat Jezus verscheen aan ‘Jakobus’, waarschijnlijk zijn halfbroer, die eerder niet geloofde dat hij de Messias was (Joh. 7:5). Toen hij de opgestane Jezus had gezien, was hij overtuigd. Het is interessant dat toen Paulus in 55 deze brief schreef, veel ooggetuigen van de opstanding nog leefden. Dus als iemand twijfelde, kon hij hen in levenden lijve spreken. w20.12 3 ¶5, 7-8

dinsdag 24 mei

Jehovah zal hem steunen op zijn ziekbed. — Ps. 41:3.

Het kan moeilijk zijn positief te denken als je je niet goed voelt, vooral als je chronisch ziek bent. Zoek dus steun bij Jehovah. Hij zal je niet door een wonder genezen. Maar hij kan je wel de troost en kracht geven die je nodig hebt om het vol te houden (Ps. 94:19). Hij kan bijvoorbeeld broeders en zusters ertoe aanzetten je te helpen met klusjes in huis. Hij kan ze ertoe bewegen met je te bidden. En hij kan je vertroostende gedachten uit zijn Woord in herinnering brengen, zoals de schitterende hoop op een volmaakt leven zonder ziekte en pijn in de nieuwe wereld (Rom. 15:4). Misschien ben je beperkt in wat je in de dienst kunt doen. Een zuster die Laurel heette, lag 37 jaar in een ijzeren long. Ze doorstond zware operaties en kreeg kanker en chronische huidaandoeningen. Maar dat kon haar niet tot zwijgen brengen. Ze gaf getuigenis aan verpleegsters en aan verzorgers die bij haar thuis kwamen en kon minstens 17 mensen helpen Jehovah te leren kennen. w20.12 24 ¶9; 25 ¶12

woensdag 25 mei

Jehovah staat aan mijn kant, ik zal niet bang zijn. Wat kan een mens mij doen? — Ps. 118:6.

Paulus heeft hulp nodig. Het is rond het jaar 56 in Jeruzalem. Een groep mensen sleurt hem de tempel uit en probeert hem te doden. Als hij de volgende dag voor het Sanhedrin wordt gebracht, wordt hij door zijn vijanden bijna in stukken gescheurd (Hand. 21:30-32; 22:30; 23:6-10). Misschien heeft Paulus zich op dat moment afgevraagd: hoe lang kan ik dit nog volhouden? Welke hulp krijgt Paulus? In de nacht na Paulus’ arrestatie komt ‘de Heer’, Jezus, bij hem en zegt: ‘Houd moed! Want net zoals je in Jeruzalem een grondig getuigenis over me hebt gegeven, zo moet je ook in Rome getuigenis geven’ (Hand. 23:11). Die aanmoediging komt precies op het juiste moment! Jezus prijst Paulus voor het getuigenis dat hij in Jeruzalem heeft gegeven. En hij belooft hem dat hij veilig in Rome zal komen, waar hij ook getuigenis zal geven. Na die geruststelling voelt Paulus zich vast zo veilig als een kind in de armen van zijn vader. w20.11 12 ¶1, 3; 13 ¶4

donderdag 26 mei

Die hoop is zeker en vast. — Hebr. 6:19.

Onze Koninkrijkshoop is ‘als een anker voor de ziel’. Het geeft je stabiliteit als je moeilijkheden meemaakt of angstige gedachten hebt. Mediteer over de toekomst die Jehovah belooft en waarin negatieve gedachten verdwenen zijn (Jes. 65:17). Beeld je in dat je in de vredige nieuwe wereld bent, waar geen stressvolle situaties meer zijn (Micha 4:4). Je kunt je hoop ook versterken door er met anderen over te praten. Doe wat je kunt in de prediking en het maken van discipelen. Dan kun je ‘tot het einde toe volledig zeker zijn van de hoop’ (Hebr. 6:11). Omdat het einde van deze wereld dichtbij is, zullen we steeds meer problemen krijgen die angst en zorgen kunnen veroorzaken. We kunnen die problemen kalm onder ogen zien. Niet op eigen kracht maar met vertrouwen in Jehovah. Laat dus met je daden zien dat je echt vertrouwt op Jehovah’s belofte: ‘Jullie kracht zal liggen in kalmte en vertrouwen’ (Jes. 30:15). w21.01 7 ¶17-18

vrijdag 27 mei

Jehovah is heel meelevend en barmhartig. — Jak. 5:11.

In Jakobus 5:11 wordt nog een eigenschap van Jehovah genoemd die ons tot hem trekt: zijn barmhartigheid (Ex. 34:6). Jehovah is barmhartig door ons de fouten die we maken te vergeven (Ps. 51:1). In de Bijbel betekent barmhartigheid meer dan alleen vergeven. Het is een diep gevoel vanbinnen dat je motiveert iemand te helpen als je ziet dat hij het moeilijk heeft. Jehovah zegt dat zijn verlangen om ons te helpen sterker is dan de gevoelens van een moeder voor haar kind (Jes. 49:15). Zijn barmhartigheid zet hem ertoe aan je te helpen als je het moeilijk hebt (Ps. 37:39; 1 Kor. 10:13). Wees barmhartig door je broeders en zusters te vergeven en niet boos op ze te blijven als ze je teleurstellen (Ef. 4:32). Maar wees vooral barmhartig door je broeders en zusters te steunen tijdens beproevingen. Zo volg je Jehovah na, het grootste voorbeeld van tedere genegenheid (Ef. 5:1). w21.01 21 ¶5

zaterdag 28 mei

Christus heeft jullie een voorbeeld nagelaten zodat jullie nauwkeurig in zijn voetstappen zouden treden. — 1 Petr. 2:21.

Als gezinshoofd moet je voor de juiste balans zorgen. Voorkom dat je zo in je werk opgaat dat het je niet lukt goed voor de geestelijke en emotionele behoeften van je gezin te zorgen en ze leiding en raad te geven. Jehovah onderwijst en corrigeert ons voor ons eigen bestwil (Hebr. 12:7-9). En net als zijn Vader geeft Jezus degenen die onder zijn gezag staan liefdevol opleiding (Joh. 15:14, 15). Hij is duidelijk maar vriendelijk (Matth. 20:24-28). Hij begrijpt dat we onvolmaakt zijn en de neiging hebben fouten te maken (Matth. 26:41). Als gezinshoofd kun je Jehovah en Jezus navolgen door er rekening mee te houden dat je gezinsleden onvolmaakt zijn. ‘Wees niet hard’ tegen je vrouw of kinderen (Kol. 3:19). Maar pas het principe uit Galaten 6:1 toe en probeer ze ‘zachtaardig weer op het rechte pad te brengen’. Houd daarbij altijd in gedachte dat je zelf ook onvolmaakt bent. Besef net als Jezus dat je voorbeeld het beste onderwijs is. w21.02 6-7 ¶16-18

zondag 29 mei

Laat alles wat adem heeft Jah loven. — Ps. 150:6.

Met de losprijs heeft Jehovah het leven gekocht van elk persoon in de gemeente, en in potentie van de hele mensheid (Mark. 10:45; Hand. 20:28; 1 Kor. 15:21, 22). Het is dus passend dat hij Jezus, die zijn leven als een losprijs gaf, aanstelde als hoofd van de gemeente. Omdat Jezus ons hoofd is, heeft hij het gezag regels te maken en te handhaven voor het gedrag van personen, gezinnen en de hele gemeente (Gal. 6:2). Maar Jezus doet meer dan regels maken. Hij voedt en koestert elk van ons (Ef. 5:29). Zusters laten zien dat ze Christus respecteren door de leiding te volgen van de mannen die hij heeft aangesteld om voor ze te zorgen. Broeders laten zien dat ze de gezagsregeling begrijpen door respect te hebben voor zusters. Als alle mannen, vrouwen, gezinshoofden en ouderlingen de gezagsregeling begrijpen en respecteren, is er vrede in de gemeente. En belangrijker nog, het is tot eer van onze liefdevolle hemelse Vader, Jehovah. w21.02 18-19 ¶14-17

maandag 30 mei

David vroeg Jehovah om leiding. — 1 Sam. 30:8.

In de tijd dat David vluchteling was, lieten hij en zijn mannen eens hun gezinnen achter voor een missie. Toen de mannen weg waren, deden vijanden een inval en namen ze hun gezinnen gevangen. David had kunnen denken dat hij met al zijn ervaring in de strijd wel zelf een goede strategie kon bedenken om de gevangenen te bevrijden. In plaats daarvan vroeg hij Jehovah om hulp. Hij vroeg aan Jehovah: ‘Zal ik die roversbende achtervolgen?’ Jehovah liet hem weten dat hij dat moest doen en dat hij zou slagen (1 Sam. 30:7-10). Wat kun je hiervan leren? Vraag anderen om advies voordat je beslissingen neemt. Als je nog jong bent, praat dan met je ouders. Je kunt ook met ervaren ouderlingen praten om goed advies te krijgen. Jehovah vertrouwt die aangestelde mannen, dus jij kunt ze ook vertrouwen. Jehovah beziet ze als ‘gaven’ aan de gemeente (Ef. 4:8). Het zal goed voor je zijn hun geloof na te volgen en naar hun verstandige suggesties te luisteren. w21.03 4-5 ¶10-11

dinsdag 31 mei

[Niets] zal ons kunnen scheiden van Gods liefde. — Rom. 8:38, 39.

Jezus zei dat als je niet toepast wat je leert, je te vergelijken bent met een man die zijn huis op zand bouwt. Hij werkt hard, maar dat is verspilde moeite. Waarom? Omdat zijn huis zal instorten als het gaat stormen en stortregenen (Matth. 7:24-27). Hetzelfde geldt als je bidt, je inleeft en mediteert maar niet toepast wat je leert. Dat zou verspilde moeite zijn. Als je geloof door beproevingen of vervolging op de proef wordt gesteld, zal het niet sterk genoeg zijn. Maar als je studeert en dan toepast wat je leert, zul je betere beslissingen nemen, meer vrede hebben en een sterker geloof krijgen (Jes. 48:17, 18). Om bij beproevingen trouw te blijven moet je in gebed op Jehovah vertrouwen en vasthouden aan een goede studieroutine. En vergeet nooit wat een van de belangrijkste dingen is die je kunt doen: Jehovah eren. Je kunt er zeker van zijn dat Jehovah je nooit in de steek laat en dat niets of niemand zijn liefde voor jou kan verbreken (Hebr. 13:5, 6). w21.03 15 ¶6; 18 ¶20

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen