Juli
zaterdag 1 juli
Voor wie zich erdoor laat vormen, levert het later de vreedzame vrucht van rechtvaardigheid op. — Hebr. 12:11.
Uitsluiting maakt deel uit van Jehovah’s regeling en is in het beste belang van iedereen, ook de kwaaddoener. Als een broeder of zuster zegt dat een disciplinaire zaak verkeerd is aangepakt, bedenk dan dat zo iemand meestal dingen weglaat die een negatief beeld van de kwaaddoener geven. We kennen gewoon niet alle feiten. Het is dus verstandig erop te vertrouwen dat de ouderlingen die rechterlijke stappen hebben ondernomen er alles aan hebben gedaan om Bijbelse principes te volgen en recht te spreken ‘voor Jehovah’ (2 Kron. 19:6). Door achter de beslissing van de ouderlingen te staan als een dierbare wordt uitgesloten, help je hem in feite om tot Jehovah terug te keren. Elizabeth zegt: ‘Het was heel moeilijk geen contact meer te hebben met onze volwassen zoon. Maar nadat hij tot Jehovah was teruggekeerd, gaf hij toe dat hij terecht was uitgesloten. Na verloop van tijd zei hij dat hij veel goede lessen had geleerd.’ w21.09 28-29 ¶11-12
zondag 2 juli
Hij zag dat een arme weduwe er twee kleine muntjes die heel weinig waard waren in deed — Luk. 21:2.
Ongetwijfeld had de arme weduwe wel meer aan Jehovah willen geven. Maar ze deed wat ze kon en gaf Jehovah het beste dat ze had. En Jezus wist dat haar bijdrage kostbaar was in de ogen van zijn Vader. De les? Jehovah is blij als je hem het allerbeste geeft, als je hem met hart en ziel dient (Matth. 22:37; Kol. 3:23). Het maakt Jehovah gelukkig te zien dat je doet wat je kunt. Dat principe gaat ook op voor de tijd en energie die je kunt besteden aan de aanbidding, bijvoorbeeld in de dienst en op de vergaderingen. Hoe kun je de les uit het verslag over de weduwe gebruiken? Probeer een specifiek persoon in gedachten te nemen die misschien de geruststelling nodig heeft dat Jehovah blij is met wat hij doet. Dat kan bijvoorbeeld een oudere zuster zijn die zich schuldig of nutteloos voelt omdat ze vanwege haar slechte gezondheid of gebrek aan energie niet meer zo veel kan doen in de dienst. w21.04 6 ¶17, 19-20
maandag 3 juli
Gelukkig is de man die volhardt onder beproeving, want nadat hij is goedgekeurd, zal hij de kroon van het leven krijgen. — Jak. 1:12.
Jehovah weet wat het beste moment is om een eind te maken aan deze slechte wereld. Dankzij zijn geduld is er nu een grote menigte van miljoenen mensen die hem aanbidden en loven. Ze zijn allemaal blij dat Jehovah al zo lang volhardt dat ze geboren konden worden, van hem konden gaan houden en zich aan hem konden opdragen. Stel je Jehovah’s vreugde eens voor als hij miljoenen mensen beloont die tot het einde hebben volhard. Dan zal blijken dat hij terecht heeft besloten om geduldig te volharden. Ondanks alle verdriet en ellende die Satan heeft veroorzaakt, blijft Jehovah ‘de gelukkige God’ (1 Tim. 1:11). Ook wij kunnen onze vreugde behouden terwijl we geduldig wachten tot Jehovah zijn naam heiligt, zijn soevereiniteit rechtvaardigt en een eind maakt aan alle slechtheid en al onze problemen. Wees vastbesloten om te volharden en troost je met de gedachte dat je Vader in de hemel ook volhardt. w21.07 13 ¶18-19
dinsdag 4 juli
Kan uit Nazareth iets goeds komen? — Joh. 1:46.
Velen in de eerste eeuw geloofden niet in Jezus. Hij was voor hen niet meer dan de zoon van een eenvoudige timmerman. En hij kwam uit Nazareth, een stad die misschien niet zo belangrijk werd gevonden. Zelfs Nathanaël, die later een discipel van Jezus werd, zei in eerste instantie: ‘Kan uit Nazareth iets goeds komen?’ Hij kan hebben gedacht aan de profetie in Micha 5:2. Daarin was voorspeld dat de Messias geboren zou worden in Bethlehem, niet in Nazareth. Volgens de profeet Jesaja zouden de vijanden van de Messias zich niet ‘met de bijzonderheden van zijn afkomst bezighouden’ (Jes. 53:8, vtn.). Als mensen de tijd hadden genomen om alle feiten te onderzoeken, zouden ze erachter zijn gekomen dat Jezus in Bethlehem was geboren en van koning David afstamde (Luk. 2:4-7). De plaats waar Jezus werd geboren, klopte dus met de profetie in Micha 5:2. Wat was dan het probleem? De mensen stonden te snel met hun oordeel klaar. Ze kenden niet alle feiten. En dat vormde een struikelblok voor ze. w21.05 3 ¶4-6
woensdag 5 juli
Zou hij mij terechtwijzen, het zou als olie op mijn hoofd zijn. — Ps. 141:5.
In de Bijbel staan goede voorbeelden van personen die werden gezegend omdat ze openstonden voor raad. Neem Job. Hij had ontzag voor God maar was niet volmaakt. Onder grote druk zei hij dingen die niet klopten. Daarom kreeg hij directe raad, zowel van Elihu als van Jehovah. Hoe reageerde Job? Hij zei: ‘Ik heb zonder verstand gesproken (...). Daarom neem ik terug wat ik heb gezegd en ik heb berouw in stof en as’ (Job 42:3-6, 12-17). Nederig luisterde hij naar de raad die hij kreeg van Elihu, ook al was die veel jonger dan hij (Job 32:6, 7). Nederigheid zal ook jou helpen raad op te volgen, zelfs als je denkt dat de raad niet terecht is of als de raadgever jonger is. We kunnen allemaal nog groeien in onze dienst en werken aan de vrucht van de geest. w22.02 11 ¶8; 12 ¶12
donderdag 6 juli
Hierdoor zal iedereen weten dat jullie mijn discipelen zijn: als jullie liefde voor elkaar hebben. — Joh. 13:35.
Iedereen in de gemeente heeft de verantwoordelijkheid bij te dragen aan een sfeer van liefde en vrede waarin niemand zich helemaal alleen voelt. Wat je zegt en doet, kan echt het verschil maken. Wat kun je doen om degenen die alleen in de waarheid zijn het gevoel te geven dat ze bij de gemeente horen? Sluit vriendschap met nieuwelingen. Je kunt beginnen door een nieuweling hartelijk te verwelkomen in de gemeente (Rom. 15:7). Maar je moet natuurlijk meer doen dan iemand vriendelijk begroeten. Het ontwikkelen van vriendschap kost tijd. Wees dus vriendelijk en heb aandacht voor hem. Probeer te achterhalen wat hij doormaakt maar stel geen vragen waarmee je hem in verlegenheid brengt. Zet iemand nooit onder druk om over zijn gevoelens te praten, want sommigen hebben daar moeite mee. Probeer hem aan het praten te krijgen door discrete vragen te stellen en geduldig te luisteren. Je zou bijvoorbeeld kunnen vragen hoe hij de waarheid heeft leren kennen. w21.06 11 ¶13-14
vrijdag 7 juli
Ze zullen naar mijn stem luisteren, en ze zullen één kudde onder één herder worden. — Joh. 10:16.
Wat is het een geweldig voorrecht Jehovah in eenheid te dienen, als ‘één kudde onder één herder’! Het boek Georganiseerd om Jehovah’s wil te doen zegt op bladzijde 165: ‘Je hebt zelf voordeel van deze eenheid, maar je hebt ook de verantwoordelijkheid eraan mee te helpen die in stand te houden.’ Daarom moeten we ‘eraan blijven werken dezelfde kijk op onze broeders en zusters te hebben als Jehovah’. Voor hem zijn we allemaal ‘kleinen’ die hem veel waard zijn. Heb jij die kijk op je broeders en zusters? Jehovah ziet en waardeert alles wat je doet om ze te helpen en voor ze te zorgen (Matth. 10:42). Neem je uit liefde voor je broeders en zusters voor ze ‘geen aanstoot te geven’ en ze ‘geen struikelblok in de weg te leggen’ (Rom. 14:13). Bezie ze als superieur aan jezelf en vergeef ze van harte. Laat je niet door anderen tot struikelen brengen. Laten we in plaats daarvan ‘streven naar wat de vrede bevordert en naar wat opbouwend is voor elkaar’ (Rom. 14:19). w21.06 24 ¶16-17
zaterdag 8 juli
God laat het groeien. — 1 Kor. 3:7.
Als je de raad uit Gods Woord en van zijn organisatie goed bestudeert en toepast, zul je geleidelijk meer op Christus gaan lijken en God beter leren kennen. Jezus vergeleek de Koninkrijksboodschap die we prediken met een zaadje dat geleidelijk groeit in het hart van oprechte mensen. Hij zei: ‘Het zaad ontkiemt en schiet op, maar hij [de zaaier] weet niet hoe. De grond brengt vanzelf geleidelijk vrucht voort: eerst de halm, dan de aar en uiteindelijk de graankorrels in de aar’ (Mark. 4:27, 28). Jezus wilde hiermee duidelijk maken dat iemand die de Koninkrijksboodschap aanvaardt, stap voor stap vorderingen maakt, net zoals een plant geleidelijk groeit. Dat zie je bijvoorbeeld als je met iemand studeert die een band met Jehovah begint op te bouwen en dan steeds meer veranderingen aanbrengt (Ef. 4:22-24). Maar vergeet niet dat het Jehovah is die het zaadje laat groeien. w21.08 8-9 ¶4-5
zondag 9 juli
Je kunt beter genieten van wat je ogen zien dan achter je verlangens aan lopen. — Pred. 6:9.
De tekst voor vandaag maakt duidelijk waar je plezier in kunt vinden. Als je ‘geniet van wat je ogen zien’, waardeer je wat je hebt en wat je situatie is. Maar als je ‘achter je verlangens aan loopt’, wil je altijd maar hebben wat gewoon niet kan. De les? Om vreugde te hebben moet je gefocust zijn op wat je hebt en niet op wat onbereikbaar is. Kun je echt tevreden zijn met wat je al hebt? Van nature zijn we geneigd steeds nieuwe uitdagingen te zoeken. Toch is het mogelijk tevreden te zijn met wat ‘je ogen zien’ en er zelfs van te genieten. Jezus’ gelijkenis van de talenten in Mattheüs 25:14-30 laat uitkomen hoe je meer vreugde kunt halen uit je huidige situatie. w21.08 21 ¶5-6
maandag 10 juli
Ik woon in de hoge en heilige plaats, maar ook bij degenen die gebroken en nederig van geest zijn. — Jes. 57:15.
Jehovah geeft veel om degenen die gebroken en terneergeslagen zijn. Niet alleen de ouderlingen maar wij allemaal kunnen zulke lieve broeders en zusters aanmoedigen. Laat merken dat je echt om ze geeft. En Jehovah wil dat je zijn kostbare schapen laat zien hoeveel hij van ze houdt (Spr. 19:17). Je kunt je broeders en zusters ook helpen door nederig en bescheiden te zijn. Vestig niet de aandacht op jezelf, want daarmee zou je anderen jaloers kunnen maken. Gebruik je talenten en kennis in plaats daarvan om anderen op te bouwen (1 Petr. 4:10, 11). We kunnen veel leren van de manier waarop Jezus met zijn volgelingen omging. De grootste mens die ooit heeft geleefd was altijd ‘zachtaardig en nederig van hart’ (Matth. 11:28-30). Hij gebruikte eenvoudige taal en begrijpelijke illustraties die het hart van nederige mensen raakten (Luk. 10:21). w21.07 23 ¶11-12
dinsdag 11 juli
Vraag het de oudsten, zij zullen je erover vertellen. — Deut. 32:7.
Neem het initiatief om met ouderen te praten. Hoewel ze misschien niet meer zo goed zien, alles een beetje langzamer gaat en ze wat zachter praten, zijn ze in hun hart nog jong. En ze hebben ‘een goede naam’ opgebouwd bij Jehovah (Pred. 7:1). Bedenk waarom Jehovah ze waardevol vindt. Blijf ze eer bewijzen. Volg het voorbeeld van Elisa. Hij stond erop dicht bij Elia te blijven op hun laatste dag samen. Tot drie keer toe zei Elisa: ‘Ik laat je niet in de steek’ (2 Kon. 2:2, 4, 6). Toon oprechte belangstelling voor ouderen door vriendelijk vragen te stellen (Spr. 1:5; 20:5; 1 Tim. 5:1, 2). Bijvoorbeeld: Wat heeft u ervan overtuigd dat wat u had gevonden de waarheid was? Wat hebt u meegemaakt dat u dichter tot Jehovah heeft gebracht? Wat is volgens u het geheim om altijd gelukkig te zijn in Jehovah’s dienst? (1 Tim. 6:6-8) Luister vervolgens goed naar hun verhalen. w21.09 5 ¶14; 7 ¶15
woensdag 12 juli
God zelf zet jullie volgens zijn wens tot actie aan en geeft jullie zowel de wil als de kracht om te handelen. — Fil. 2:13.
Als je je best doet om te prediken en discipelen te maken, laat je zien dat je van God houdt (1 Joh. 5:3). Denk hier eens over na: liefde voor Jehovah heeft je er al toe bewogen van huis tot huis te gaan. Waarschijnlijk vond je het niet makkelijk je aan die opdracht te houden. Bij je eerste deur was je misschien behoorlijk zenuwachtig. Maar je wist dat Jezus wil dat je dit werk doet, en dus deed je het. En waarschijnlijk is de prediking na verloop van tijd makkelijker voor je geworden. Maar hoe vind je het om een Bijbelstudie te leiden? Maakt de gedachte alleen al je nerveus? Als je Jehovah vraagt je te helpen je angst te overwinnen en de moed te verzamelen om een Bijbelstudie aan te bieden, kan hij je de wil geven om discipelen te maken. w21.07 3 ¶7
donderdag 13 juli
Het oefent dwang uit op alle mensen om een merkteken op hun rechterhand of op hun voorhoofd te aanvaarden. — Openb. 13:16.
In de oudheid werden slaven gebrandmerkt zodat iedereen kon zien wie hun eigenaar was. In deze tijd zal van alle mensen worden verwacht dat ze een symbolisch merkteken op hun hand of voorhoofd hebben. Aan hun daden en gedachten zal te zien zijn dat de regeringen hun eigenaar zijn en dat ze die ondersteunen. Zul jij het symbolische merkteken accepteren en je steun geven aan regeringen? Het zal moeilijk en gevaarlijk worden voor degenen die het merkteken weigeren. In Openbaring wordt gezegd: ‘Iemand kan alleen kopen of verkopen als hij het merkteken heeft’ (Openb. 13:17). Maar we weten wat God zal doen met degenen die het merkteken hebben (Openb. 14:9, 10). In plaats dat we het merkteken dragen, schrijven we als het ware op onze hand: ‘Eigendom van Jehovah’ (Jes. 44:5). Het is nu de tijd je loyaliteit aan Jehovah te versterken. Als je dat doet, zal Jehovah je graag zijn eigendom noemen. w21.09 18 ¶15-16
vrijdag 14 juli
IJzer scherpt ijzer. Zo scherpt een man zijn vriend. — Spr. 27:17.
Het is goed om voor je dienst de hulp van anderen in te schakelen. Paulus leerde zijn werkwijze in de prediking aan Timotheüs, die er op zijn beurt weer anderen mee kon helpen (1 Kor. 4:17). Net als Timotheüs kun jij je voordeel doen met de ervaring van anderen in de gemeente. Vraag daarnaast Jehovah in gebed om hulp. Doe dat elke keer dat je in de dienst gaat. Niemand van ons zou ook maar iets bereiken zonder de hulp van Jehovah’s machtige heilige geest (Ps. 127:1; Luk. 11:13). Wees specifiek als je Jehovah om hulp vraagt. Vraag hem bijvoorbeeld of hij je wil leiden naar iemand die de goede instelling heeft en wil luisteren. Ruim ook tijd in voor persoonlijke studie. In Gods Woord staat: ‘Ga na wat de goede en aanvaardbare en volmaakte wil van God is’ (Rom. 12:2). Hoe meer je zelf overtuigd bent dat je de waarheid over God kent, hoe meer je met overtuiging kunt spreken in de dienst. w21.05 18 ¶14-16
zaterdag 15 juli
Je werk voor de Heer is niet tevergeefs. — 1 Kor. 15:58.
Misschien bestudeer je de Bijbel met iemand. Je doet echt je best en bidt veel voor hem, maar helaas maakt hij geen vorderingen en moet je de studie stopzetten. Het kan ook zijn dat je nog nooit zelf iemand naar de doop toe kon leiden. Ligt dat aan jou? Komt het doordat Jehovah je dienst niet zegent? Vraag je eens af waar Jehovah ons succes aan afmeet. Hij kijkt naar je inspanningen en volharding. In zijn ogen heb je succes als je uit liefde je uiterste best doet in de dienst, ongeacht de reactie van mensen. Paulus schreef: ‘God is niet onrechtvaardig, hij zal niet vergeten wat jullie hebben gedaan en hoeveel liefde jullie voor zijn naam hebben getoond doordat jullie de heiligen hebben gediend en blijven dienen’ (Hebr. 6:10). Jehovah onthoudt hoeveel moeite je doet en hoeveel liefde je toont, ook als je inspanningen geen goede resultaten opleveren. Ook voor jou geldt dus wat Paulus zei in de tekst voor vandaag. w21.10 25 ¶4-6
zondag 16 juli
Iedereen die de Vader mij geeft, zal bij mij komen, en wie bij mij komt, zal ik nooit wegsturen. — Joh. 6:37.
Jezus ging heel vriendelijk en liefdevol met zijn discipelen om. Hij wist dat hun talenten en omstandigheden verschilden. Ze konden dus niet allemaal dezelfde verantwoordelijkheden aan of even productief zijn in de dienst. Maar hij waardeerde wat elk van hen met hart en ziel deed. Die begripvolle houding van Jezus vind je ook terug in de gelijkenis van de talenten. Toen de meester in die illustratie elke slaaf werk gaf, ‘hield hij rekening met hun mogelijkheden’. De ene ijverige slaaf verdiende meer dan de andere. Maar de meester prees ze allebei met de woorden: ‘Goed gedaan! Je bent een goede en trouwe slaaf’ (Matth. 25:14-23). Jezus gaat vriendelijk en liefdevol met ons om. Hij weet dat onze talenten en omstandigheden verschillen. Maar hij is blij als je je best doet. Het is goed om net zo met je broeders en zusters om te gaan als Jezus. w21.07 23 ¶12-14
maandag 17 juli
Ik zal geen hand tegen mijn heer uitsteken. — 1 Sam. 24:10.
David was niet altijd barmhartig. Denk maar aan de keer dat de wrede Nabal onbeschoft was en David en zijn mannen geen voedsel wilde geven. Dat maakte David zo kwaad dat hij besloot Nabal en alle mannen in zijn huis te doden. Het snelle optreden van Nabals geduldige vrouw, Abigaïl, voorkwam dat David bloedschuld op zich laadde (1 Sam. 25:9-22, 32-35). Wanneer kwam David tot het oordeel dat Nabal en zijn mannen de dood verdienden? Dat was toen hij zijn kalmte verloor en woedend werd. Maar je kunt je afvragen waarom hij later de man in Nathans illustratie tot de dood veroordeelde. Waarom had een man die normaal gesproken zo vriendelijk was zo’n hard oordeel? Denk eens aan de context. David had op dat moment last van zijn geweten. Een harde, kritische houding is beslist geen teken van een goede geestelijke gezondheid. w21.10 12 ¶17-18; 13 ¶20
dinsdag 18 juli
Jullie moeten heilig zijn, want ik ben heilig. — 1 Petr. 1:16.
De woorden in de tekst voor vandaag laten zien dat je Jehovah, het beste voorbeeld van heiligheid, kunt navolgen. Je moet heilig zijn in je gedrag. Omdat mensen onvolmaakt zijn kan dat onmogelijk lijken. Maar denk eens aan Petrus zelf. Hoewel hij een aantal fouten maakte, laat zijn voorbeeld zien dat je inderdaad heilig kunt worden. Het woord heilig roept bij mensen soms het beeld op van iemand in religieuze gewaden die er vroom maar somber uitziet. Maar dat kan niet juist zijn. Jehovah, die heilig is, is namelijk ‘de gelukkige God’ (1 Tim. 1:11). En ook degenen die hem aanbidden worden ‘gelukkig’ genoemd (Ps. 144:15). Daarnaast veroordeelde Jezus mensen die speciale kleding droegen en goede dingen deden om door anderen gezien te worden (Matth. 6:1; Mark. 12:38). Onze kijk op heiligheid is gevormd door wat we in de Bijbel hebben geleerd. We zijn ervan overtuigd dat onze liefdevolle God ons nooit een opdracht zou geven waar we ons niet aan kunnen houden. w21.12 2 ¶1, 3
woensdag 19 juli
Je moet Jehovah, je God, liefhebben met je hele hart. — Mark. 12:30.
God heeft ons in zijn goedheid heel veel gegeven. Maar het mooiste is misschien wel het vermogen hem te aanbidden. Je laat zien dat je van hem houdt door je ‘aan zijn geboden te houden’ (1 Joh. 5:3). Jezus gaf ons uit naam van zijn Vader de opdracht discipelen te maken en ze te dopen (Matth. 28:19). En hij gaf ons de opdracht liefde voor elkaar te hebben (Joh. 13:35). Jehovah zal gehoorzame personen een deel maken van zijn gezin van aanbidders (Ps. 15:1, 2). Toon liefde voor anderen. Liefde is Jehovah’s belangrijkste eigenschap (1 Joh. 4:8). Jehovah toonde al liefde voor ons voordat we hem kenden (1 Joh. 4:9, 10). Je volgt hem na als je liefde voor anderen toont (Ef. 5:1). Een van de beste dingen die je uit liefde voor mensen kunt doen is ze meer over Jehovah leren, zolang daar nog tijd voor is (Matth. 9:36-38). Op die manier geef je ze de kans deel te worden van Gods gezin. w21.08 5-6 ¶13-14
donderdag 20 juli
Niemand heeft grotere liefde dan hij die zijn leven geeft voor zijn vrienden. — Joh. 15:13.
Diepe liefde voor Jehovah bewoog Jezus ertoe offers te brengen voor zijn Vader en voor ons (Joh. 14:31). Hij bewees zijn diepe liefde voor mensen door wat hij met zijn leven op aarde deed. Elke dag was hij vriendelijk en meelevend, zelfs als mensen tegen hem gekant waren. Hij toonde zijn liefde voor mensen vooral door ze over Gods Koninkrijk te vertellen (Luk. 4:43, 44). Daarnaast was hij bereid vreselijk lijden te ondergaan en door zondaars te worden gedood. Wat een bewijs van zelfopofferende liefde voor God en voor mensen! Zo maakte hij het voor ons allemaal mogelijk eeuwig te leven. Je hebt je aan Jehovah opgedragen en je laten dopen omdat je van je hemelse Vader houdt. Die liefde voor Jehovah kun je net als Jezus tonen in je omgang met mensen. Johannes schreef: ‘Wie niet van zijn broeder houdt, die hij ziet, kan ook niet van God houden, die hij niet ziet’ (1 Joh. 4:20). w22.03 10 ¶8-9
vrijdag 21 juli
Let er goed op welke weg je gaat, dat jullie je niet als dwazen maar als wijzen gedragen. En gebruik je tijd zo goed mogelijk. — Ef. 5:15, 16.
Het is niet altijd eenvoudig tijd met Jehovah door te brengen, al doe je het nog zo graag. We hebben het allemaal druk, waardoor het lastig kan zijn tijd in te plannen voor geestelijke dingen. Je baan, gezinsverantwoordelijkheden en andere noodzakelijke dingen kunnen zo veel tijd opslokken dat het voelt alsof je het te druk hebt om te bidden, te studeren of te mediteren. Er is ook iets waar je heel subtiel tijd aan kunt verliezen. Als je niet oplet, gaan dingen die op zich niet verkeerd zijn beslag leggen op tijd die je aan je band met Jehovah zou kunnen besteden. Denk maar aan ontspanning. Het is voor iedereen goed af en toe een adempauze te nemen. Maar zelfs aan goede ontspanning zou je zo veel tijd kunnen besteden dat er weinig overblijft voor geestelijke dingen. Zorg dus voor de juiste balans (Spr. 25:27; 1 Tim. 4:8). w22.01 26 ¶2-3
zaterdag 22 juli
De vreemdeling die bij jullie woont, moet voor jullie worden als een geboren Israëliet. Je moet hem liefhebben als jezelf. — Lev. 19:34.
Toen Jehovah de Israëlieten gebood hun naaste lief te hebben, doelde hij niet op alleen mensen van dezelfde achtergrond of nationaliteit. Ze moesten ook de vreemdelingen in hun midden liefhebben. Die duidelijke boodschap is te vinden in Leviticus 19:33, 34. De Israëlieten moesten een vreemdeling net zo behandelen als ‘een geboren Israëliet’ en moesten hem ‘liefhebben’ als zichzelf. Ze moesten bijvoorbeeld de vreemdelingen die bij hen woonden net als de armen toestaan op hun akkers na te lezen (Lev. 19:9, 10). Het principe van liefde voor vreemdelingen geldt ook voor christenen (Luk. 10:30-37). Er zijn nu miljoenen immigranten, en misschien wonen sommigen van hen bij jou in de buurt. Het is belangrijk die mannen, vrouwen en kinderen met waardigheid en respect te behandelen. w21.12 12 ¶16
zondag 23 juli
Wie Jehovah zoeken, zal het aan niets goeds ontbreken. — Ps. 34:10.
Hoe meer je nu op de leiding van Jehovah vertrouwt, hoe meer je in de toekomst zult vertrouwen op zijn vermogen om ons te redden. Moet je je werkgever vrij vragen voor een kringvergadering of congres? Of moet je hem vragen om andere werktijden zodat je naar alle vergaderingen kunt gaan en meer tijd hebt voor de dienst? Dan heb je geloof nodig en moet je bereid zijn op Jehovah te vertrouwen. Maar stel dat je werkgever nee zegt en je je baan verliest. Heb je dan het geloof dat Jehovah je nooit in de steek zal laten en altijd in je eerste levensbehoeften zal voorzien? (Hebr. 13:5) Velen die in de volletijddienst zijn kunnen vertellen hoe Jehovah ze te hulp is gekomen toen ze hem het hardst nodig hadden. Jehovah is getrouw. Met Jehovah aan onze kant hoeven we niet bang te zijn voor wat de toekomst brengt. Onze God zal ons nooit in de steek laten zolang we zijn Koninkrijk op de eerste plaats stellen. w22.01 7 ¶16-17
maandag 24 juli
Je spreekt geen recht voor mensen maar voor Jehovah. — 2 Kron. 19:6.
Hoe kan je vertrouwen in de ouderlingen op de proef worden gesteld? Stel dat een goede vriend wordt uitgesloten. Misschien ben je bang dat de ouderlingen niet alle feiten hebben overwogen. Misschien betwijfel je of ze de kwestie wel echt hebben beoordeeld zoals Jehovah dat zou doen. Wat kan je helpen de juiste houding te hebben tegenover de beslissing? We moeten niet vergeten dat uitsluiting een regeling van Jehovah is. Bedenk dat het tot voordeel is van de gemeente en ook tot voordeel kan zijn van de kwaaddoener. Iemand die geen berouw heeft kan een slechte invloed op anderen hebben als hij in de gemeente mag blijven (Gal. 5:9). Misschien erkent hij niet hoe ernstig zijn zonde is en vindt hij het niet nodig zijn manier van denken en doen te veranderen zodat hij weer Jehovah’s goedkeuring krijgt (Pred. 8:11). Je kunt er zeker van zijn dat als de ouderlingen beoordelen of iemand moet worden uitgesloten, ze hun verantwoordelijkheid heel serieus nemen. w22.02 5-6 ¶13-14
dinsdag 25 juli
Een geknakt riet zal hij niet afbreken en een lamp met een smeulende pit zal hij niet doven. — Matth. 12:20.
Het is belangrijk geduldig en vriendelijk te zijn als iemand zich in eerste instantie tegen Bijbelse raad verzet. Raak als ouderling niet geïrriteerd wanneer je raad niet meteen wordt geaccepteerd of opgevolgd. Een ouderling zou in zijn persoonlijke gebeden kunnen vragen of Jehovah degene die raad nodig heeft wil helpen te begrijpen waarom hij raad krijgt en wil helpen de raad toe te passen. De broeder die raad krijgt heeft misschien tijd nodig om na te denken over wat er is gezegd. Als de ouderling geduldig en vriendelijk is, maakt hij het voor de broeder makkelijker zich te richten op de boodschap. Natuurlijk moet de raad altijd gebaseerd zijn op Gods Woord. Geef raad die niet alleen nuttig is maar ook ‘het hart vrolijk maakt’ (Spr. 27:9). w22.02 18 ¶17; 19 ¶19
woensdag 26 juli
Uitgestelde verwachting maakt het hart ziek. — Spr. 13:12.
Als je om kracht bidt om een beproeving aan te kunnen of een zwakheid te overwinnen, kun je het gevoel krijgen dat de verlichting waar je naar verlangt langer op zich laat wachten dan je hoopte. Waarom worden niet al onze gebeden meteen door Jehovah verhoord? Hij beziet je oprechte gebeden als een bewijs van je geloof (Hebr. 11:6). Maar hij wil graag zien hoe serieus je het meent: of je vastberaden bent naar je gebeden te leven en zijn wil te doen (1 Joh. 3:22). Dus als je Jehovah vraagt je te helpen van een slechte gewoonte of een zwakheid af te komen, moet je misschien geduldig zijn terwijl je doet wat je kunt om te veranderen. Jezus liet al uitkomen dat niet al onze gebeden meteen worden verhoord. Hij zei: ‘Blijf vragen en je zult ontvangen. Blijf zoeken en je zult vinden. Blijf kloppen en er zal voor je worden opengedaan. Want iedereen die vraagt, ontvangt. Iedereen die zoekt, vindt. En voor iedereen die klopt, zal worden opengedaan’ (Matth. 7:7, 8). w21.08 8 ¶1; 10 ¶9-10
donderdag 27 juli
Hoe lief heb ik uw wet! De hele dag overdenk ik die. — Ps. 119:97.
Om je geloof in je Schepper te versterken, moet je Gods Woord blijven bestuderen (Joz. 1:8). Sta stil bij de profetieën en de interne harmonie. Op die manier versterk je je overtuiging dat een liefdevolle, wijze Schepper ons heeft gemaakt en de Bijbel heeft geïnspireerd (2 Tim. 3:14; 2 Petr. 1:21). Als je Gods Woord bestudeert, let er dan op hoe praktisch de raad eruit is. De Bijbel waarschuwde bijvoorbeeld lang geleden al dat de liefde voor geld schadelijk is en ‘veel pijnen’ veroorzaakt (1 Tim. 6:9, 10; Spr. 28:20; Matth. 6:24). De Bijbelse waarschuwing tegen liefde voor geld is dus nuttig advies. Kun je nog meer Bijbelse principes bedenken die heel praktisch zijn gebleken? Hoe meer waardering je hebt voor de adviezen uit de Bijbel, hoe meer je zult vertrouwen op de tijdloze wijsheid van onze liefdevolle Schepper (Jak. 1:5). En dan zul je een gelukkiger leven hebben (Jes. 48:17, 18). w21.08 17-18 ¶12-13
vrijdag 28 juli
Want God is niet onrechtvaardig, hij zal niet vergeten wat jullie hebben gedaan en hoeveel liefde jullie voor zijn naam hebben getoond. — Hebr. 6:10.
Als je al op leeftijd bent, weet dan dat Jehovah niet vergeet wat je in het verleden hebt gedaan. Je hebt ijverig de prediking ondersteund. Je hebt het hoofd geboden aan beproevingen — zelfs hartverscheurende moeilijkheden — en hebt de rechtvaardige normen uit de Bijbel hooggehouden. Je hebt misschien zware verantwoordelijkheden gedragen en anderen opgeleid. Je hebt je best gedaan om bij te blijven met alle veranderingen in Jehovah’s organisatie. Je hebt volletijddienaren ondersteund en aangemoedigd. Jehovah houdt heel veel van je omdat je loyaal bent. Hij belooft dat ‘hij zijn loyalen niet in de steek laat’ (Ps. 37:28). Hij geeft je de verzekering: ‘Tot in je grijsheid blijf ik je steunen’ (Jes. 46:4). Maar denk niet dat je door je leeftijd geen belangrijke rol meer hebt in Jehovah’s organisatie. Die heb je wel degelijk! w21.09 3 ¶4
zaterdag 29 juli
Jehovah is barmhartig voor wie ontzag voor hem hebben. — Ps. 103:13.
Jehovah is barmhartig omdat hij heel wijs is. ‘De wijsheid van boven’ is volgens de Bijbel ‘vol barmhartigheid en goede vruchten’ (Jak. 3:17). Als zorgzame ouder weet Jehovah dat zijn barmhartigheid goed is voor zijn kinderen (Jes. 49:15). Dankzij die barmhartigheid hebben ze ondanks hun onvolmaaktheid een toekomsthoop. Het is uit wijsheid dat Jehovah barmhartig is zodra hij daar een reden voor ziet. Maar hij weet ook wanneer hij niet barmhartig moet zijn. Hij zorgt voor een perfecte balans en is zo wijs nooit de grens tussen barmhartigheid en toegeeflijkheid te overschrijden. Wat moeten we doen als een aanbidder van God er bewust voor kiest een zondig leven te leiden? Paulus schreef onder inspiratie dat we ‘niet meer om moeten gaan met’ zo iemand (1 Kor. 5:11). Een zondaar die geen berouw heeft wordt uit de gemeente gesloten. Die stap is nodig om trouwe broeders en zusters te beschermen. En het weerspiegelt Jehovah’s heiligheid. w21.10 9-10 ¶7-8
zondag 30 juli
God houdt van mensen die met vreugde geven. — 2 Kor. 9:7.
Je aanbidt Jehovah als je het Koninkrijkswerk met je donaties ondersteunt. De Israëlieten mochten niet met lege handen voor Jehovah verschijnen (Deut. 16:16). Ze moesten een materiële gave meenemen naargelang van hun mogelijkheden. Zo konden ze waardering tonen voor alles wat Jehovah voor ze deed. Hoe kunnen wij uiting geven aan onze liefde voor Jehovah en onze waardering voor alle geestelijke voorzieningen? Onder andere door naargelang van je mogelijkheden de plaatselijke gemeente en het wereldwijde werk financieel te ondersteunen. Paulus zei het zo: ‘Als de bereidheid er is, wordt het graag aanvaard — maar naar wat je hebt, niet naar wat je niet hebt’ (2 Kor. 8:4, 12). Jehovah waardeert alles wat je vanuit je hart geeft, al is het nog zo weinig (Mark. 12:42-44). w22.03 24 ¶13
maandag 31 juli
We sporen jullie aan de moedelozen te bemoedigen, de zwakken te ondersteunen en geduldig te zijn met iedereen. — 1 Thess. 5:14.
Ouderlingen kunnen niet al onze problemen oplossen. Maar Jehovah wil wel dat ze doen wat ze kunnen om zijn schapen aan te moedigen en te beschermen. Hoe kunnen ouderlingen die het druk hebben de tijd vinden om de nodige hulp te geven? Volg het voorbeeld van Paulus. Paulus stond altijd klaar om anderen te prijzen en op te bouwen. Ouderlingen kunnen zijn goede voorbeeld volgen door teder met Jehovah’s aanbidders om te gaan (1 Thess. 2:7). Paulus verzekerde zijn broeders en zusters ervan dat hij van ze hield en dat Jehovah van ze hield (2 Kor. 2:4; Ef. 2:4, 5). Hij bracht tijd met ze door en behandelde ze als vrienden. Hij liet zien dat hij ze vertrouwde door ze openlijk over zijn eigen angsten en zwakheden te vertellen (2 Kor. 7:5; 1 Tim. 1:15). Hij was niet gefocust op zijn eigen problemen, maar wilde zijn broeders en zusters helpen. w22.03 28 ¶9-10