Augustus
Donderdag 1 augustus
Er werd in zijn aanwezigheid een gedenkboek geschreven voor degenen die ontzag voor Jehovah hebben en voor degenen die mediteren over zijn naam. — Mal. 3:16.
Toen Jehovah sommige mensen met elkaar hoorde praten, schreef hij hun naam in zijn ‘gedenkboek’. Waarom deed hij dat? Omdat uit hun woorden bleek dat ze ontzag voor hem hadden en over zijn naam mediteerden. Je woorden onthullen wat er in je hart leeft. Jezus zei: ‘Waar het hart vol van is, loopt de mond van over’ (Matth. 12:34). Jehovah wil dat degenen die van hem houden voor eeuwig in de nieuwe wereld leven. Je manier van spreken kan bepalen of Jehovah je aanbidding aanvaardt (Jak. 1:26). Sommigen die niet van God houden praten agressief, gebruiken harde woorden of scheppen steeds op (2 Tim. 3:1-5). Zo willen wij niet zijn. We doen ons best Jehovah blij te maken met wat we zeggen. Maar wat zou Jehovah ervan vinden als je op de vergaderingen en in de dienst netjes en vriendelijk spreekt maar in besloten kring tegen gezinsleden hard uitvalt? (1 Petr. 3:7) w22.04 5 ¶4-5
vrijdag 2 augustus
Die zullen de hoer haten en zullen haar verwoesten en naakt maken. Ze zullen haar vlees opeten en haar helemaal met vuur verbranden. — Openb. 17:16.
God geeft het de tien hoorns en het wilde beest in het hart Babylon de Grote te verwoesten. Jehovah zal de volken er dus toe aanzetten het scharlakenrode wilde beest, de VN, te gebruiken om het wereldrijk van valse religie aan te vallen en volledig te vernietigen (Openb. 18:21-24). Wat betekent het voor ons? We moeten vasthouden aan ‘de vorm van aanbidding die in de ogen van onze God en Vader rein en onbesmet is’ (Jak. 1:27). Laat je nooit beïnvloeden door de valse leringen, heidense vieringen, losse moraal en spiritistische praktijken van Babylon de Grote. En blijf mensen oproepen om ‘uit haar weg te gaan’, zodat ze niet delen in haar schuld voor God (Openb. 18:4). w22.05 11 ¶17; 14 ¶18
zaterdag 3 augustus
Ik zal spreken over Jehovah’s daden van loyale liefde. — Jes. 63:7.
Creëer als ouder gelegenheden om je kinderen over Jehovah te leren. Praat over alle goede dingen die hij voor je heeft gedaan (Deut. 6:6, 7). Dat is vooral belangrijk als je in een religieus verdeeld gezin leeft en niet geregeld thuis met je kinderen kunt studeren. Christine zegt: ‘Er waren zo weinig gelegenheden om over geestelijke dingen te praten dat ik elke kans aangreep.’ Het is ook goed positief te praten over Jehovah’s organisatie en je broeders en zusters. Uit geen kritiek op de ouderlingen. Wat je over hen zegt kan bepalen of je kinderen met hen gaan praten als ze hulp nodig hebben. Bevorder de vrede in je gezin. Uit geregeld je liefde voor je man en je kinderen. Praat op een vriendelijke en respectvolle manier over je man en leer je kinderen dat ook te doen. Op die manier creëer je een vredige sfeer die het je kinderen makkelijker maakt over Jehovah te leren (Jak. 3:18). w22.04 18 ¶10-11
zondag 4 augustus
Ik ken je daden. — Openb. 3:1.
Uit Jezus’ boodschap aan de christenen in Efeze blijkt dat ze volharding hebben getoond en Jehovah ondanks allerlei uitdagingen zijn blijven dienen. Het probleem is dat ze de liefde die ze eerst hadden zijn kwijtgeraakt. Ze moeten die liefde weer aanwakkeren, anders is hun aanbidding niet aanvaardbaar. Ook wij moeten meer doen dan puur volharden. Je moet volharden om de juiste redenen. Jehovah ziet niet alleen wat je doet maar ook waarom je het doet. Hij vindt je motieven belangrijk, want hij verwacht dat je hem aanbidt uit diepe liefde en waardering voor hem (Spr. 16:2; Mark. 12:29, 30). Blijf waakzaam en alert. De christenen in Sardes hebben een ander probleem. Ze zijn in het verleden heel actief geweest, maar nu zijn ze laks in hun dienst voor God. Jezus zegt dat ze ‘wakker’ moeten worden (Openb. 3:1-3). Natuurlijk zal Jehovah niet vergeten wat je voor hem hebt gedaan (Hebr. 6:10). w22.05 3 ¶6-7
maandag 5 augustus
Elk hard werk levert iets op. — Spr. 14:23.
Salomo zei dat hard werken je veel vreugde kan geven. Hij noemde dat ‘een geschenk van God’ (Pred. 5:18, 19). En hij wist waar hij het over had, want hij was zelf een harde werker. Hij bouwde huizen, plantte wijngaarden, legde tuinen en vijvers aan en bouwde zelfs steden (1 Kon. 9:19; Pred. 2:4-6). Ongetwijfeld haalde hij voldoening uit al dat harde werk. Maar hij wist dat er meer nodig was om echt gelukkig te zijn. Daarom deed hij ook veel op geestelijk terrein. Hij zag bijvoorbeeld toe op de bouw van een glorieuze tempel voor de aanbidding van Jehovah — een project dat zeven jaar in beslag nam (1 Kon. 6:38; 9:1). Nadat hij veel verschillende dingen had ondernomen, besefte hij dat geestelijke activiteiten veruit het belangrijkst waren. Hij schreef: ‘Nu alles is gehoord, is dit de slotconclusie: heb ontzag voor de ware God en leef zijn geboden na’ (Pred. 12:13). w22.05 22 ¶8
dinsdag 6 augustus
God heeft jullie door Christus van harte vergeven. — Ef. 4:32.
In de Bijbel staan heel wat voorbeelden van personen die Jehovah van harte vergaf. Misschien denk je dan meteen aan Manasse. Die slechte koning beging de meest vreselijke zonden tegen Jehovah. Hij nam de leiding in valse aanbidding. Hij doodde zijn eigen kinderen en offerde ze aan heidense goden. Hij ging zelfs zo ver dat hij een beeld van een valse god in Jehovah’s heilige tempel zette. De Bijbel zegt: ‘Hij deed op grote schaal wat slecht was in Jehovah’s ogen om hem te tergen’ (2 Kron. 33:2-7). Maar toen Manasse oprecht berouw had, vergaf Jehovah hem van harte (2 Kron. 33:12, 13). Of misschien denk je aan David. Ook hij had ernstige zonden tegen Jehovah op zijn geweten, zoals overspel en moord. Maar toen hij oprecht berouw had en zijn fouten toegaf, vergaf Jehovah hem (2 Sam. 12:9, 10, 13, 14). We kunnen er dus echt zeker van zijn dat Jehovah graag vergeeft. w22.06 3 ¶7
woensdag 7 augustus
Jullie moeten geduld hebben. Houd moed. — Jak. 5:8.
Het is niet altijd makkelijk je hoop levend te houden. Je kunt ongeduldig worden terwijl je wacht op Jehovah. Hij is eeuwig en heeft een andere kijk op tijd dan wij (2 Petr. 3:8, 9). Hij zal zijn voornemen op de beste manier uitvoeren, maar dat doet hij misschien niet wanneer wij het verwachten. Wat kan je helpen je hoop levend te houden terwijl je geduldig wacht tot God zijn beloften vervult? (Jak. 5:7) Blijf dicht bij Jehovah, degene die er garant voor staat. De Bijbel koppelt hoop aan geloof. Om hoop te hebben moet je geloven dat Jehovah bestaat en dat hij ‘de beloner wordt van wie hem echt zoeken’ (Hebr. 11:1, 6). Hoe reëler Jehovah voor je is, des te groter je vertrouwen dat hij alles zal doen wat hij heeft beloofd. Bid dus tot Jehovah en lees zijn Woord. Hoewel je Jehovah niet kunt zien, kun je een hechte band met hem krijgen. Spreek tot hem in gebed en vertrouw erop dat hij naar je luistert (Jer. 29:11, 12). w22.10 26-27 ¶11-13
donderdag 8 augustus
Job nam het woord en hij vervloekte de dag van zijn geboorte. — Job 3:1.
Stel je het tafereel eens voor. Job zit midden in de as. Hij heeft constante pijn (Job 2:8). Van zijn vrienden komt de ene na de andere aanslag op zijn karakter. Ze proberen zijn reputatie kapot te maken. Hij gaat zwaar gebukt onder de ellende en zijn hart bloedt om het verlies van zijn kinderen. In het begin zegt Job niets (Job 2:13). Maar als zijn nepvrienden denken dat hij zijn Schepper de rug zal toekeren, hebben ze het helemaal mis. Stel je voor hoe hij op een gegeven moment zijn hoofd opheft, ze recht in de ogen kijkt en zegt: ‘Tot aan mijn dood zal ik trouw blijven!’ (Job 27:5) Wat hielp Job ondanks alle ellende zo moedig en sterk te zijn? Hij verloor nooit de hoop dat zijn liefdevolle God uiteindelijk verlichting zou brengen, zelfs niet toen hij het dieptepunt bereikte. En hij wist dat als hij zou sterven, Jehovah hem zou opwekken (Job 14:13-15). w22.06 22 ¶9
vrijdag 9 augustus
Bid dus op deze manier: ‘Onze Vader in de hemel, laat uw naam geheiligd worden. Laat uw Koninkrijk komen. Laat uw wil gedaan worden.’ — Matth. 6:9, 10.
De Maker van hemel en aarde heeft je een bijzondere eer gegeven. Hij staat je toe hem in gebed te naderen. Denk daar eens over na. Je kunt bij Jehovah je hart uitstorten wanneer je maar wilt en in welke taal maar ook. Is het vanaf een bed in het ziekenhuis of vanuit een cel in de gevangenis? Je kunt ervan op aan dat je lieve hemelse Vader luistert. Wat zijn we dankbaar voor dat mooie geschenk! Koning David voelde zich vereerd dat hij mocht bidden. Hij zong voor Jehovah: ‘Laat mijn gebed zijn als wierook die voor u is bereid’ (Ps. 141:1, 2). In Davids tijd gebruikten de priesters heilige wierook bij de ware aanbidding. Die wierook werd met veel zorg bereid (Ex. 30:34, 35). Davids vergelijking met wierook impliceert dat hij goed wilde nadenken over wat hij tegen zijn hemelse Vader wilde zeggen. Ook wij willen natuurlijk graag dat onze gebeden aangenaam zijn voor Jehovah. w22.07 20 ¶1-2; 21 ¶4
zaterdag 10 augustus
‘Het is aan mij om wraak te nemen. Ik zal vergelden’, zegt Jehovah. — Rom. 12:19.
Het is aan Jehovah wraak te nemen. Jehovah heeft je niet het recht gegeven wraak te nemen als iemand tegen je zondigt (Rom. 12:20, 21). Met onze beperkte, onvolmaakte kijk zijn we gewoon niet in staat de dingen correct te beoordelen, zoals God dat wel kan (Hebr. 4:13). En soms zitten emoties ons gezonde verstand in de weg. Jehovah liet Jakobus opschrijven: ‘De woede van een mens leidt niet tot Gods rechtvaardigheid’ (Jak. 1:20). We kunnen er zeker van zijn dat Jehovah zal doen wat juist is en erop toeziet dat het recht zal zegevieren. Vergeven toont vertrouwen in Jehovah’s gerechtigheid. Als je de dingen in Jehovah’s handen laat, geef je blijk van het vertrouwen dat hij alle nare gevolgen van zonde ongedaan zal maken. In zijn nieuwe wereld zal aan de pijnlijke ervaringen van vroeger ‘niet meer worden gedacht’. Ze zullen nooit meer ‘in het hart opkomen’ (Jes. 65:17). w22.06 10-11 ¶11-12
zondag 11 augustus
Jullie zullen vanwege mijn naam door alle volken worden gehaat. — Matth. 24:9.
Dat we die haat ondervinden is juist een bewijs dat we Jehovah’s goedkeuring hebben (Matth. 5:11, 12). De Duivel zit achter die tegenstand. Maar hij kan niet tegen Jezus op! Dankzij Jezus’ steun bereikt het goede nieuws mensen uit alle volken. Nog een uitdaging voor de prediking van het Koninkrijk is de taalbarrière. Jezus voorzei in de openbaring die hij Johannes gaf dat het goede nieuws die barrière in onze tijd zou doorbreken (Openb. 14:6, 7). Hoe gebeurt dat? We geven zo veel mogelijk mensen de kans op de Koninkrijksboodschap te reageren. Op onze site, jw.org, is voor mensen overal ter wereld Bijbels materiaal beschikbaar in meer dan 1000 talen. En er is toestemming om ons belangrijkste studiehulpmiddel bij het maken van discipelen, Voor eeuwig gelukkig!, te vertalen in meer dan 700 talen. w22.07 9 ¶6-7
maandag 12 augustus
Met veel raadgevers behaal je succes. — Spr. 11:14.
Jezus had medegevoel met mensen. Mattheüs zegt: ‘Toen hij al die mensen zag, kreeg hij medelijden met ze, omdat ze als schapen zonder herder waren — verwaarloosd en slecht behandeld’ (Matth. 9:36). En Jehovah? Jezus zei: ‘Mijn Vader in de hemel wil niet dat een van deze kleinen verloren gaat’ (Matth. 18:14). Dat is echt hartverwarmend! Naarmate je Jezus beter leert kennen, ga je meer van Jehovah houden. Er is nog een manier om vorderingen te maken als christen en je liefde te laten groeien. Breng tijd door met geestelijk volwassen broeders en zusters in je gemeente en leer ze beter kennen. Let erop hoe gelukkig ze zijn. Ze hebben geen spijt van hun beslissing om Jehovah te dienen. Vraag ze om je te vertellen wat ze in Jehovah’s dienst hebben meegemaakt. En vraag ze om advies als je een belangrijke beslissing moet nemen. Want ‘met veel raadgevers behaal je succes’. w22.08 3 ¶6-7
dinsdag 13 augustus
De ogen van Jehovah zijn gericht op de rechtvaardigen. — 1 Petr. 3:12.
We krijgen allemaal met beproevingen te maken. Maar je komt er nooit alleen voor te staan. Als een liefhebbende Vader waakt Jehovah altijd over ons. Hij is dicht bij je, hoort je hulpgeroep en wil je graag steunen (Jes. 43:2). Je kunt er zeker van zijn dat je tegenspoed aankunt, want hij heeft je alles gegeven wat je nodig hebt om te volharden: het gebed, de Bijbel, veel geestelijk voedsel en een liefdevolle broederschap. Wat zijn we dankbaar dat we een hemelse Vader hebben die over ons waakt! ‘Ons hart is vol vreugde over hem’ (Ps. 33:21). Je kunt je waardering voor Jehovah’s lieve zorg tonen door gebruik te maken van alle hulpmiddelen waarin hij voorziet. En doe zelf je deel om onder Gods zorg te blijven. Met andere woorden, doe je best om Jehovah te gehoorzamen en blijf doen wat goed is in zijn ogen. Dan zal hij voor altijd over je waken! w22.08 13 ¶15-16
woensdag 14 augustus
Waarheid is de essentie van uw woord. — Ps. 119:160.
Veel mensen in deze tijd weten niet wie ze nog kunnen vertrouwen. Ze kijken misschien op naar politici, wetenschappers of zakenlui maar betwijfelen of die het beste met ze voorhebben. Bovendien hebben ze geen hoge dunk van de geestelijken in christelijke religies. Het is dus niet zo vreemd dat ze sceptisch zijn over de Bijbel, het boek waarin die kerkleiders beweren te geloven. Als aanbidders van Jehovah zijn we ervan overtuigd dat hij de ‘God van waarheid’ is en dat hij altijd het beste met ons voorheeft (Ps. 31:5; Jes. 48:17). We weten dat we kunnen vertrouwen op wat we in de Bijbel lezen. We zijn het eens met wat een Bijbelgeleerde schreef: ‘Er is geen spoortje onwaarheid en geen enkele kans op falen in alles wat God heeft gezegd. Gods volk kan vertrouwen op wat hij zegt omdat ze vertrouwen op de God die het heeft gezegd.’ w23.01 2 ¶1-2
donderdag 15 augustus
Laten we op elkaar letten. — Hebr. 10:24.
Je kunt je broeders en zusters opbouwen door hun geloof in Jehovah te versterken. Sommigen krijgen te maken met spot van ongelovigen. Anderen hebben een ernstig gezondheidsprobleem of zitten met gekwetste gevoelens. Weer anderen wachten al jaren op het einde van deze wereld. Die situaties kunnen een beproeving zijn op je geloof. Christenen in de eerste eeuw stonden voor vergelijkbare uitdagingen. Paulus gebruikte Gods Woord om het geloof van zijn broeders en zusters op te bouwen. Denk bijvoorbeeld aan Joodse christenen die misschien niet zo goed wisten wat ze moesten zeggen tegen familieleden die beweerden dat het jodendom superieur was aan het christendom. Ongetwijfeld heeft Paulus’ brief aan de Hebreeën die christenen enorm gesterkt (Hebr. 1:5, 6; 2:2, 3; 9:24, 25). Ze konden zijn krachtige redenaties gebruiken om tegenstanders een weerwoord te geven. w22.08 23-24 ¶12-14
vrijdag 16 augustus
Gezegend is de man die op Jehovah vertrouwt. — Jer. 17:7.
In Satans wereld weten mensen niet wie ze nog kunnen vertrouwen. Ze zijn teleurgesteld in zakenlui, politici en geestelijken. En vaak kunnen ze voor hun gevoel buren, vrienden en zelfs familieleden niet vertrouwen. Dat verbaast ons niet. Volgens de Bijbel zouden mensen in de laatste dagen ‘ontrouw’, ‘kwaadsprekers’ en ‘verraders’ zijn. Ze zouden lijken op de god van deze wereld, die allesbehalve betrouwbaar is (2 Tim. 3:1-4; 2 Kor. 4:4). Als christenen weten we dat we volledig op Jehovah kunnen vertrouwen. We zijn ervan overtuigd dat hij van ons houdt en zijn vrienden ‘nooit in de steek laat’ (Ps. 9:10). We kunnen ook op Christus Jezus vertrouwen, want hij gaf zijn leven voor ons (1 Petr. 3:18). En we weten uit eigen ervaring dat de Bijbel betrouwbare raad geeft (2 Tim. 3:16, 17). w22.09 2 ¶1-2
zaterdag 17 augustus
Gelukkig wie ontzag heeft voor Jehovah, wie de weg volgt die hij wijst. — Ps. 128:1.
Echt geluk is niet zomaar een prettig gevoel dat komt en gaat. Het is iets dat je hele leven kan aanhouden. Jezus legde in zijn Bergrede uit: ‘Gelukkig zijn degenen die zich bewust zijn van hun geestelijke behoeften’ (Matth. 5:3). Hij wist dat mensen gemaakt zijn met een intens verlangen om hun Schepper, Jehovah God, te leren kennen en te aanbidden. Dat is onze ‘geestelijke behoefte’. En omdat Jehovah ‘de gelukkige God’ is, kan ook iedereen die hem aanbidt gelukkig zijn (1 Tim. 1:11). Kun je alleen gelukkig zijn als alles in je leven goed gaat? Nee. In de Bergrede zei Jezus dat zelfs ‘degenen die treuren’ gelukkig kunnen zijn. En hetzelfde zei hij over ‘degenen die vervolgd worden ter wille van de rechtvaardigheid’ (Matth. 5:4, 10, 11). Jezus wilde duidelijk maken dat je niet gelukkig wordt door te streven naar het perfecte leventje maar door te voldoen aan je geestelijke behoeften en te naderen tot God (Jak. 4:8). w22.10 6 ¶1-3
zondag 18 augustus
De man met inzicht houdt zich stil. — Spr. 11:12.
Inzicht maakt dat je weet wanneer het ‘een tijd om te zwijgen’ of juist ‘een tijd om te spreken’ is (Pred. 3:7). Het spreekwoord luidt: spreken is zilver, zwijgen is goud. Met andere woorden, soms is het beter om niets te zeggen. Neem het voorbeeld van een ervaren ouderling die vaak wordt gevraagd andere gemeenten te helpen met lastige problemen. Een collega-ouderling zei daarover: ‘Hij is altijd voorzichtig en deelt nooit gevoelige informatie over andere gemeenten.’ Zijn inzicht heeft hem het respect opgeleverd van de broeders in zijn eigen lichaam van ouderlingen. Ze weten gewoon dat hij hun vertrouwelijke zaken niet zal doorvertellen. Eerlijkheid is nog zo’n element van vertrouwen. Een eerlijk persoon vertrouw je omdat je weet dat hij altijd de waarheid zal spreken (Ef. 4:25; Hebr. 13:18). w22.09 12 ¶14-15
maandag 19 augustus
Er is geen wijsheid, geen inzicht en geen raad tegen Jehovah. — Spr. 21:30.
Veel mensen houden zich doof als ware wijsheid ‘luid roept op straat’ (Spr. 1:20). Volgens de Bijbel zijn mensen die wijsheid afwijzen in te delen in drie categorieën: ‘onervarenen’, ‘spotters’ en ‘dwazen’ (Spr. 1:22-25). De onervarenen zijn naïeve personen die zich makkelijk laten overhalen of misleiden (Spr. 14:15, vtn.). Denk bijvoorbeeld aan de miljoenen die worden misleid door kerkleiders en politici. Sommigen zijn geschokt als ze erachter komen dat ze door zulke leiders voor de gek zijn gehouden. Maar degenen die in Spreuken 1:22 worden genoemd willen graag onervaren blijven. Ze vinden het prima zo (Jer. 5:31). Ze willen niet weten wat de Bijbel zegt. Ze willen niet langs de Bijbelse meetlat worden gelegd. We willen zeker niet zijn als mensen die liever niets weten (Spr. 1:32; 27:12). w22.10 19 ¶5-7
dinsdag 20 augustus
Onderwerp je aan alle menselijke instellingen. — 1 Petr. 2:13.
Gods organisatie geeft instructies voor onze veiligheid. We worden er geregeld aan herinnerd onze contactgegevens aan de ouderlingen te geven zodat ze ons in een noodgeval kunnen bereiken. Er kunnen ook instructies komen over evacuatie, binnenblijven, hulpverlening of het ophalen van hulpgoederen. Als je de instructies niet opvolgt, breng je misschien je eigen leven en dat van de ouderlingen in gevaar. Bedenk dat die trouwe mannen over ons waken (Hebr. 13:17). Veel broeders en zusters die door een ramp of door maatschappelijke onrust hun huis moesten verlaten, hebben hun best gedaan om zich aan de nieuwe situatie aan te passen en meteen weer hun theocratische activiteiten op te pakken. Net als de eerste christenen die door vervolging verdreven waren, gaan ze ermee door ‘het goede nieuws van het woord bekend te maken’ (Hand. 8:4). Prediken helpt ze gefocust te zijn op het Koninkrijk in plaats van de moeilijke omstandigheden. Zo hebben ze hun vreugde en vrede bewaard. w22.12 19 ¶12-13
woensdag 21 augustus
Jehovah staat aan mijn kant, ik zal niet bang zijn. — Ps. 118:6.
Voor Jehovah ben jij persoonlijk veel waard. Toen Jezus zijn apostelen eropuit stuurde om te prediken, hielp hij ze niet bang te zijn voor tegenstand (Matth. 10:29-31). Hij deed dat door te spreken over een van de vogels die in Israël het meest voorkomen: de mus. In die tijd was een mus niet veel waard. Maar Jezus zei tegen zijn discipelen: ‘Er zal niet één musje op de grond vallen zonder dat jullie Vader het opmerkt.’ En toen kwam de les: ‘Jullie zijn meer waard dan een hele zwerm mussen.’ Zo verzekerde hij zijn discipelen dat Jehovah van hen persoonlijk hield en dat ze daarom niet bang hoefden te zijn voor vervolging. Ongetwijfeld hebben de discipelen aan Jezus’ woorden teruggedacht als ze tijdens hun prediking in steden en dorpen een mus zagen. Als je dus een vogeltje ziet, bedenk dan dat je veel voor Jehovah betekent, want ook jij bent ‘meer waard dan een hele zwerm mussen’. En als je zijn steun hebt, hoef je niet bang te zijn voor tegenstand. w23.03 18 ¶12
donderdag 22 augustus
Door jullie schuld hebben de farao en zijn dienaren een hekel aan ons en jullie hebben hun een zwaard in handen gegeven om ons te doden. — Ex. 5:21.
Soms maak je een moeilijke tijd door, bijvoorbeeld omdat je tegenstand krijgt van familie of je baan verliest. Als moeilijkheden lang aanhouden, kun je je wanhopig en down gaan voelen. Satan grijpt zulke gelegenheden aan om je te laten twijfelen aan Jehovah’s liefde voor jou. Hij wil je laten denken dat de oorzaak van je problemen ligt bij Jehovah of zijn organisatie. Sommige Israëlieten in Egypte gingen zo denken. Aanvankelijk geloofden ze dat Jehovah Mozes en Aäron had uitgekozen om ze uit slavernij te bevrijden (Ex. 4:29-31). Maar toen de farao ze het leven moeilijker maakte, gaven ze Mozes en Aäron de schuld van hun problemen (Ex. 5:19, 20). Helaas gaven ze de schuld aan Gods trouwe dienaren. Wat kun je doen als moeilijkheden lang aanhouden? Stort in gebed je hart uit bij Jehovah en vraag hem om steun. w22.11 15 ¶5-6
vrijdag 23 augustus
Echt, ik verzeker jullie: er komt een tijd, en die is er al, dat de doden de stem van de Zoon van God zullen horen, en zij die hebben geluisterd en gehoorzaamd, zullen leven. — Joh. 5:25.
Jehovah is de Levengever en heeft de macht mensen weer tot leven te brengen. Hij gaf Elia het vermogen de zoon van de weduwe van Sarfath op te wekken (1 Kon. 17:21-23). Later bracht Elisa met Gods hulp de zoon van een Sunamitische vrouw weer tot leven (2 Kon. 4:18-20, 34-37). Deze en andere opstandingen bewijzen dat Jehovah de macht heeft mensen weer levend te maken. Toen Jezus op aarde was, liet hij zien dat zijn Vader hem dezelfde macht had gegeven (Joh. 11:23-25, 43, 44). Nu is Jezus in de hemel, en hij heeft ‘alle autoriteit in de hemel en op aarde gekregen’. Hij kan dus de belofte vervullen dat ‘alle mensen die in de herinneringsgraven zijn’ tot leven worden gewekt met het vooruitzicht eeuwig te leven (Matth. 28:18; Joh. 5:26-29). w22.12 5 ¶10
zaterdag 24 augustus
Het huis van Israël zal weigeren naar je te luisteren, want ze willen niet naar mij luisteren. — Ezech. 3:7.
Door Ezechiël af te wijzen wezen de Israëlieten Jehovah af. De woorden in de tekst voor vandaag lieten Ezechiël weten dat de afwijzing van het volk niet betekende dat hij als profeet had gefaald. En Jehovah gaf Ezechiël nog een verzekering: als de oordelen die Ezechiël verkondigde uitkwamen, zou het volk ‘weten dat er een profeet bij hen was’ (Ezech. 2:5; 33:33). Ongetwijfeld hebben die bemoedigende gedachten Ezechiël de kracht gegeven die hij nodig had om zijn dienst uit te voeren. Ook wij kunnen kracht putten uit de gedachte dat we door Jehovah zijn gestuurd. Hij eert ons door ons zijn getuigen te noemen (Jes. 43:10). Wat een groot voorrecht! Net zoals Jehovah Ezechiël aanspoorde, spoort hij ook ons aan: ‘Wees niet bang’ (Ezech. 2:6). Waarom hoeven we niet bang te zijn voor onze tegenstanders? Omdat we net als Ezechiël door Jehovah zijn gestuurd en omdat hij achter ons staat (Jes. 44:8). w22.11 3-4 ¶4-5
zondag 25 augustus
Iemand die betrouwbaar is kan iets vertrouwelijk houden. — Spr. 11:13.
Wat kunnen we blij zijn dat we in deze tijd betrouwbare ouderlingen en dienaren hebben! We worden goed verzorgd door die trouwe broeders en we danken Jehovah voor hen. Maar op welke manieren kan elk van ons bewijzen betrouwbaar te zijn? Natuurlijk houd je van je broeders en zusters en ben je in ze geïnteresseerd. Maar wees evenwichtig en respecteer hun privacy. In de eerste eeuw werd over sommigen in de gemeente gezegd: ‘Ze roddelen ook en bemoeien zich met andermans zaken en praten over dingen waarover ze niet horen te praten’ (1 Tim. 5:13). Zo willen we zeker niet zijn. Maar stel dat iemand je iets persoonlijks toevertrouwt, bijvoorbeeld een zuster die vertelt dat ze een gezondheidsprobleem heeft of een bepaalde beproeving meemaakt. Als ze vraagt dat voor je te houden, moet je haar wens respecteren. w22.09 10 ¶7-8
maandag 26 augustus
Word veranderd door je denken te hervormen. — Rom. 12:2.
De Griekse uitdrukking voor ‘je denken hervormen’ kan ook worden weergegeven als ‘de renovatie of vernieuwing van je denken’. Dat gaat dus verder dan een nieuw behangetje of een likje verf. Het volstaat niet om alleen een paar goede dingen te doen. Je moet onderzoeken wat voor persoon je diep vanbinnen bent en dan de nodige veranderingen aanbrengen zodat je zo goed mogelijk naar Jehovah’s normen gaat leven. En dat moet je niet één keer doen, maar steeds weer. Als je eenmaal de volmaaktheid hebt bereikt, kun je Jehovah altijd blij maken in alles wat je doet. Tot die tijd moet je je best blijven doen om naar dat doel toe te werken. Paulus legde in Romeinen 12:2 een verband tussen je denken hervormen en nagaan wat Gods wil is. In plaats van je passief te laten vormen door deze wereld, moet je een zelfonderzoek doen. Probeer na te gaan in hoeverre je je doelen en beslissingen laat beïnvloeden door de denkwijze van God en niet van de wereld. w23.01 8-9 ¶3-4
dinsdag 27 augustus
Leg je last neer bij Jehovah en hij zal je steunen. Nooit zal hij toelaten dat de rechtvaardige ten val komt. — Ps. 55:22.
Zal Jehovah in elke situatie waarin je terechtkomt ingrijpen? Stuurt hij elke gebeurtenis in je leven zodat alle slechte dingen die gebeuren een goede reden hebben? Nee, dat is niet wat de Bijbel leert (Pred. 8:9; 9:11). Maar we weten wel dat Jehovah precies weet wat je meemaakt en dat hij je hulpgeroep hoort (Ps. 34:15; Jes. 59:1). Bovendien kan hij je helpen om beproevingen te doorstaan. Hoe? Jehovah helpt je onder andere door je troost en steun te geven, vaak precies op het juiste moment (2 Kor. 1:3, 4). Heeft Jehovah jou weleens geholpen door je troost en steun te geven toen je dat het hardst nodig had? Vaak kun je pas als je op een beproeving terugkijkt zien hoe Jehovah je erdoorheen heeft geholpen. w23.01 17-18 ¶13-15
woensdag 28 augustus
Het wilde beest dat was maar niet is, gaat de vernietiging tegemoet. — Openb. 17:11.
Dit wilde beest lijkt heel erg op het zevenkoppige wilde beest, alleen is het scharlakenrood. Het wordt ‘het beeld van het wilde beest’ en ‘een achtste koning’ genoemd (Openb. 13:14, 15; 17:3, 8). Over deze ‘koning’ wordt gezegd dat hij tot bestaan komt, dan ophoudt te bestaan en later weer verschijnt. Die beschrijving past heel goed bij de Verenigde Naties, een organisatie die de belangen van het wereldwijde politieke stelsel bevordert. Deze organisatie kwam tot bestaan als de Volkenbond, hield op te bestaan in de Tweede Wereldoorlog en verscheen weer op het toneel in haar huidige vorm. De politieke beesten gebruiken propaganda om mensen op te zetten tegen Jehovah en zijn volk. In figuurlijke zin verzamelen ze ‘de koningen van de hele bewoonde aarde’ voor de oorlog van Armageddon, oftewel ‘de grote dag van God de Almachtige’ (Openb. 16:13, 14, 16). w22.05 10 ¶10-11
donderdag 29 augustus
Hoe lees jij dat? — Luk. 10:26.
Toen Jezus leerde de heilige boeken zelf te lezen, raakte hij met Gods Woord bekend, ging hij ervan houden en liet hij zich in zijn doen en laten erdoor leiden. Denk maar aan het voorval in de tempel toen Jezus 12 jaar was. De leraren, die de wet van Mozes goed kenden, ‘verbaasden zich over zijn inzicht en zijn antwoorden’ (Luk. 2:46, 47, 52). Ook jij kunt Gods Woord leren kennen en liefhebben als je er geregeld in leest. Maar hoe kun je het meest halen uit wat je leest? Het antwoord is te vinden in wat Jezus zei tegen mensen die vertrouwd waren met de wet, onder wie de schriftgeleerden, de farizeeën en de sadduceeën. Hoewel die religieuze leiders vaak de Schrift lazen, leerden ze er weinig van. Jezus belichtte drie dingen die ze hadden moeten doen om meer te halen uit wat ze lazen. Wat hij tegen ze zei, kan je helpen beter te worden op drie terreinen: (1) begrijpen wat je leest, (2) geestelijke schatten vinden en (3) je door Gods Woord laten vormen. w23.02 8-9 ¶2-3
vrijdag 30 augustus
Wie verstandig is ziet het gevaar en verbergt zich. — Spr. 22:3.
Wat zijn enkele gevaren die je moet vermijden? Dingen als flirten, zwaar drinken, te veel eten, kwetsende woorden, gewelddadig entertainment en pornografie (Ps. 101:3). De Duivel is constant op zoek naar mogelijkheden om je vriendschap met Jehovah aan te tasten (1 Petr. 5:8). Als je niet waakzaam bent, kan Satan zaadjes van afgunst, oneerlijkheid, hebzucht, haat, trots en wrok in je hart en geest zaaien (Gal. 5:19-21). En als je ze niet in de kiem smoort, groeien ze uit tot een giftige plant en veroorzaken ze problemen (Jak. 1:14, 15). Een subtiel gevaar om voor op te passen is slechte omgang. Vergeet niet hoe sterk de invloed is van de mensen met wie je veel tijd doorbrengt (1 Kor. 15:33). Als je op jezelf let, zul je geen onnodige omgang hebben met personen die niet naar Jehovah’s normen leven (Luk. 21:34; 2 Kor. 6:15). Je zult het gevaar zien en het uit de weg gaan. w23.02 16 ¶7; 17 ¶10-11
zaterdag 31 augustus
De liefde voor God betekent dat we ons aan zijn geboden houden. — 1 Joh. 5:3.
Je liefde voor Jehovah is gegroeid naarmate je hem beter hebt leren kennen. Ongetwijfeld wil je dichter naar hem toe groeien, nu en voor altijd. En dat kan. Hij moedigt je vriendelijk aan zijn hart blij te maken (Spr. 23:15, 16). Dat kun je doen met wat je zegt en wat je doet. Door je manier van leven kun je laten zien dat je echt van Jehovah houdt. En dat is het beste doel dat je in je leven kunt hebben. Hoe kun je je liefde voor Jehovah bewijzen? Het begint met een speciaal gebed waarin je je aan de enige ware God opdraagt (Ps. 40:8). Maak vervolgens die persoonlijke belofte openbaar door je te laten dopen. Dat is een gelukkig moment in je leven, een keerpunt. Je begint aan een nieuw leven, een leven voor Jehovah en niet voor jezelf (Rom. 14:8; 1 Petr. 4:1, 2). Dat klinkt misschien als een grote stap, en dat is het ook. Maar het opent de weg voor het allerbeste leven. w23.03 5-6 ¶14-15