Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • es24 blz. 88-98
  • September

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • September
  • Bestudeer dagelijks de Schrift 2024
  • Onderkopjes
  • zondag 1 september
  • maandag 2 september
  • dinsdag 3 september
  • woensdag 4 september
  • donderdag 5 september
  • vrijdag 6 september
  • zaterdag 7 september
  • zondag 8 september
  • maandag 9 september
  • dinsdag 10 september
  • woensdag 11 september
  • donderdag 12 september
  • vrijdag 13 september
  • zaterdag 14 september
  • zondag 15 september
  • maandag 16 september
  • dinsdag 17 september
  • woensdag 18 september
  • donderdag 19 september
  • vrijdag 20 september
  • zaterdag 21 september
  • zondag 22 september
  • maandag 23 september
  • dinsdag 24 september
  • woensdag 25 september
  • donderdag 26 september
  • vrijdag 27 september
  • zaterdag 28 september
  • zondag 29 september
  • maandag 30 september
Bestudeer dagelijks de Schrift 2024
es24 blz. 88-98

September

zondag 1 september

Iemand die denkt dat hij een aanbidder van God is maar toch zijn tong niet beteugelt, bedriegt zijn eigen hart. Zijn aanbidding is zinloos. — Jak. 1:26.

Als we ons spraakvermogen goed gebruiken, laten we zien dat we aanbidders van Jehovah zijn. De mensen om ons heen kunnen dan duidelijk het verschil zien ‘tussen iemand die God dient en iemand die hem niet dient’ (Mal. 3:18). Dat is wat Kimberly meemaakte. Op school moest ze voor een project samenwerken met een klasgenoot, die merkte dat Kimberly anders was dan de andere leerlingen. Ze sprak altijd positief, roddelde niet en gebruikte geen vuile taal. Kimberly’s klasgenoot was onder de indruk en stemde later toe in een Bijbelstudie. Het maakt Jehovah echt blij als onze manier van spreken mensen tot de waarheid trekt. We willen allemaal graag spreken op een manier die Jehovah eert. w22.04 5-6 ¶5-7

maandag 2 september

Veel andere vrouwen gebruikten hun eigen middelen om hen van dienst te zijn. — Luk. 8:3.

Maria Magdalena werd door Jezus van de invloed van zeven demonen bevrijd! Uit dankbaarheid werd ze een volgeling van hem en ging ze hem in zijn bediening ondersteunen (Luk. 8:1-3). Hoewel Maria waardeerde wat Jezus voor haar persoonlijk had gedaan, besefte ze misschien niet dat zijn grootste geschenk nog moest komen. Hij zou zijn leven geven ‘zodat iedereen die in hem gelooft’ eeuwig leven kon hebben (Joh. 3:16). Maria toonde hoe dan ook waardering door loyaal aan Jezus te zijn. Ze was erbij toen Jezus zo vreselijk leed aan de martelpaal, zodat ze hem en anderen emotioneel kon steunen (Joh. 19:25). Na Jezus’ dood nam ze met twee andere vrouwen specerijen mee naar het graf voor de begrafenis (Mark. 16:1, 2). Jezus ging na zijn opstanding naar Maria toe en had een gesprek met haar, een voorrecht dat maar weinig discipelen was gegeven (Joh. 20:11-18). w23.01 27 ¶4

dinsdag 3 september

Was je maar óf koud óf heet. — Openb. 3:15.

Je kunt niet blijven teren op het verleden. Zelfs als je minder kunt doen dan voorheen, moet je druk bezig blijven in ‘het werk van de Heer’ en echt tot het einde toe waakzaam en alert zijn (1 Kor. 15:58; Matth. 24:13; Mark. 13:33). Aanbid Jehovah vurig, met heel je hart. Jezus belicht in zijn boodschap aan de christenen in Laodicea weer een ander probleem. Ze zijn ‘lauw’ in hun aanbidding. Vanwege hun apathie noemt Jezus hun toestand ‘ellendig en zielig’. Ze moeten zich vurig inzetten voor Jehovah en zijn aanbidding (Openb. 3:16, 17, 19). Wat is de les voor ons? Als je merkt dat je vuur wat is gedoofd, wakker dan je waardering voor onze geestelijke rijkdom aan (Openb. 3:18). Laat nooit toe dat je aanbidding naar het tweede plan verschuift omdat je te veel bezig bent met een comfortabel leven. w22.05 3-4 ¶7-8

woensdag 4 september

Er werd in zijn aanwezigheid een gedenkboek geschreven voor degenen die ontzag voor Jehovah hebben. — Mal. 3:16.

Jehovah is al duizenden jaren een bijzonder boek aan het schrijven. In het boek staat een lijst met namen die begint met de naam van de eerste trouwe getuige, Abel (Luk. 11:50, 51). Door de eeuwen heen heeft Jehovah namen aan het boek toegevoegd. Op dit moment staan er miljoenen namen in. In de Bijbel wordt het ‘een gedenkboek’, ‘het boek van het leven’ en ‘de boekrol van het leven’ genoemd (Mal. 3:16; Openb. 3:5; 17:8). In dit speciale boek staat de naam van al degenen die Jehovah met ontzag aanbidden en zijn naam koesteren. Zij komen voor eeuwig leven in aanmerking. Je naam wordt in het boek geschreven als je een hechte, persoonlijke band met Jehovah ontwikkelt op basis van het loskoopoffer van zijn Zoon, Jezus Christus (Joh. 3:16, 36). Ongetwijfeld wil je graag met je naam in het boek staan, of je nu in de hemel of op aarde hoopt te leven. w22.09 14 ¶1-2

donderdag 5 september

De Duivel, die hen misleidde, werd in het meer van vuur en zwavel gegooid. — Openb. 20:10.

Het boek Openbaring beschrijft ‘een grote vuurrode draak’ (Openb. 12:3). Die draak strijdt tegen Jezus en zijn engelen (Openb. 12:7-9). Hij valt Gods volk aan en geeft de politieke beesten hun macht (Openb. 12:17; 13:4). Wie of wat is die draak? Het is ‘de oorspronkelijke slang, degene die Duivel en Satan wordt genoemd’ (Openb. 12:9; 20:2). Hij is het die achter alle andere vijanden van Jehovah zit. Wat gebeurt er met de draak? In Openbaring 20:1-3 wordt gezegd dat een engel Satan in de afgrond zal gooien, waar hij als in een gevangenis zit opgesloten. In de afgrond zal Satan ‘de volken niet meer misleiden voordat de 1000 jaar voorbij zijn’. Uiteindelijk worden Satan en zijn demonen ‘in het meer van vuur en zwavel gegooid’, wat betekent dat ze voorgoed vernietigd worden. Probeer je dat eens voor te stellen: een wereld zonder Satan en de demonen. Wat zal dat geweldig zijn! w22.05 14 ¶19-20

vrijdag 6 september

Laat wie steelt, niet meer stelen maar hard werken en met zijn handen eerlijk werk doen, zodat hij iets kan delen met mensen die het nodig hebben. — Ef. 4:28.

Jezus was een harde werker. Op aarde werkte hij aanvankelijk als timmerman (Mark. 6:3). Zijn ouders, die hard moesten werken om in de behoeften van het grote gezin te voorzien, waren ongetwijfeld blij als hij ze hielp. En er moet veel vraag zijn geweest naar het timmerwerk van de volmaakte Jezus. Hoogstwaarschijnlijk genoot hij van zijn werk. Maar hoe hard hij ook werkte, hij vergat nooit de tijd te nemen voor geestelijke zaken (Joh. 7:15). Later gaf hij als volletijdprediker het advies: ‘Werk niet voor het voedsel dat bederft maar voor het voedsel dat goed blijft en eeuwig leven geeft’ (Joh. 6:27). En in de Bergrede zei hij: ‘Verzamel schatten in de hemel’ (Matth. 6:20). De wijsheid van God kan je helpen een evenwichtige kijk te hebben op je baan. Als christenen leren we om ‘hard te werken’ en ‘eerlijk werk te doen’. w22.05 22 ¶9-10

zaterdag 7 september

Je vader en je moeder zullen blij zijn. — Spr. 23:25.

Eunice was een goed voorbeeld voor Timotheüs. Ongetwijfeld kon hij aan haar daden zien dat ze door diepe liefde voor Jehovah werd gedreven en dat Jehovah dienen haar gelukkig maakte. Heel wat moeders in deze tijd hebben ‘zonder woorden’ het hart van gezinsleden geraakt (1 Petr. 3:1, 2). Dat kun jij ook. Hoe? Geef prioriteit aan je band met Jehovah (Deut. 6:5, 6). Als moeder breng je heel wat offers. Je offert dingen als tijd, geld en slaap op om ervoor te zorgen dat je kinderen krijgen wat ze nodig hebben. Maar je mag daar nooit zo druk mee bezig zijn dat het ten koste gaat van je band met Jehovah. Ruim tijd in voor persoonlijke gebeden, persoonlijke studie en vergaderingen. Op die manier word je geestelijk sterker en geef je je gezin en anderen het goede voorbeeld. w22.04 16 ¶1; 19 ¶12-13

zondag 8 september

Spreek recht over uw dienaren. Verklaar de boosdoener schuldig en vergeld hem wat hij heeft gedaan, en verklaar de rechtvaardige onschuldig en beloon hem. — 1 Kon. 8:32.

Het geeft veel rust te weten dat het niet aan ons is een oordeel uit te spreken over afzonderlijke personen. Dat belangrijke werk wordt gedaan door de Opperrechter, Jehovah (Rom. 14:10-12). We kunnen er volledig op vertrouwen dat zijn oordelen altijd aan zijn perfecte normen van goed en kwaad voldoen (Gen. 18:25). Hij doet nooit iets onrechtvaardigs! We verlangen allemaal naar de tijd dat Jehovah alle nare gevolgen van onvolmaaktheid en zonde volledig ongedaan zal maken. Al onze fysieke en emotionele wonden zijn dan voorgoed genezen (Ps. 72:12-14; Openb. 21:3, 4). We zullen er nooit meer aan terugdenken. Terwijl we naar die geweldige tijd uitkijken, zijn we heel dankbaar dat Jehovah ons het vermogen heeft gegeven net als hij vergevingsgezind te zijn. w22.06 13 ¶18-19

maandag 9 september

Zal de Rechter van de hele aarde niet doen wat rechtvaardig is? — Gen. 18:25.

Een rechter moet een grondig begrip van de wet hebben en een diepgaand en sterk besef van wat goed en kwaad is. Wat heeft een rechter nog meer nodig? Om een goed oordeel te kunnen vellen moet hij op de hoogte zijn van alle feiten in een zaak. Ook in dat opzicht is Jehovah als Rechter ongeëvenaard. In tegenstelling tot menselijke rechters is Jehovah bij elke zaak die voor hem komt altijd volledig op de hoogte van alle feiten (Gen. 18:20, 21; Ps. 90:8). Mensen moeten afgaan op wat ze zien en horen. Maar die beperkingen heeft Jehovah niet. Hij begrijpt precies wat ons gedrag beïnvloedt. Hij weet wat de invloed is van je genen, je opvoeding, je omgeving en je emotionele en mentale toestand. En hij kan het hart lezen. Hij doorziet van elk mens wat hem drijft, wat zijn bedoelingen zijn en wat hij wil. Niets kan voor Jehovah verborgen worden (Hebr. 4:13). Dus als Jehovah vergeeft, baseert hij dat altijd op zijn complete kennis van een situatie. w22.06 4 ¶8-9

dinsdag 10 september

Een mens geeft alles wat hij heeft in ruil voor zijn leven. — Job 2:4.

Let goed op de tactieken die Satan tegen Job gebruikte, want hij gebruikt in deze tijd vergelijkbare methoden. Satan beweert dat je niet echt van Jehovah houdt en dat je je tegen hem zult keren als je daarmee je leven kunt redden. Daarnaast beweert hij dat God niet van jou houdt en niet ziet wat je doet om hem blij te maken. Maar wie op Jehovah hoopt, is gewaarschuwd en laat zich niet door Satans tactieken misleiden. Bezie beproevingen als een kans om meer over jezelf te leren. Job kon dankzij de beproevingen die hij meemaakte bepaalde zwakke punten ontdekken en corrigeren. Hij kwam er bijvoorbeeld achter dat hij nederiger moest worden (Job 42:3). Ook wij kunnen veel over onszelf leren als we worden beproefd. Als je eenmaal ziet wat je zwakke punten zijn, kun je iets doen om ze te corrigeren. w22.06 23 ¶13-14

woensdag 11 september

‘Jullie zijn mijn getuigen,’ verklaart Jehovah, ‘mijn dienaar die ik heb uitgekozen.’ — Jes. 43:10.

Jehovah verzekert ons van zijn steun. Denk maar aan de keer dat hij zei: ‘Jullie zijn mijn getuigen.’ Vlak daarvoor had hij gezegd: ‘Als je door het water gaat, zal ik met je zijn, als je rivieren oversteekt, zullen ze je niet overspoelen. Als je door het vuur gaat, zul je je niet branden, de vlammen zullen je niet verschroeien’ (Jes. 43:2). In de dienst kan het soms zijn dat de problemen je dreigen te ‘overspoelen’ of dat je ‘het vuur’ van beproeving voelt. Maar met Jehovah’s hulp blijven we prediken (Jes. 41:13). De meeste mensen wijzen nu de boodschap af. Houd in gedachte dat hun afwijzing niet betekent dat je als Getuige van God hebt gefaald. Put moed en kracht uit de gedachte dat je Jehovah blij maakt als je zijn boodschap trouw blijft verkondigen. Paulus zei: ‘Iedereen zal zijn eigen beloning krijgen naar zijn eigen werk’ (1 Kor. 3:8; 4:1, 2). w22.11 4 ¶5-6

donderdag 12 september

Gedraag je altijd goed te midden van de heidenen. — 1 Petr. 2:12.

We zien profetieën uit de Bijbel in vervulling gaan. Mensen ‘uit alle talen van de volken’ leren de ‘zuivere taal’ van Bijbelse waarheid te spreken (Zach. 8:23; Zef. 3:9). In deze tijd zijn meer dan 8.000.000 mensen in 240 landen verbonden met Jehovah’s organisatie. En elk jaar laten nog eens tienduizenden zich dopen. Maar nog belangrijker is wat achter die aantallen zit: mensen die ‘de nieuwe persoonlijkheid’ met haar christelijke eigenschappen hebben aangedaan (Kol. 3:8-10). Velen die immoreel, gewelddadig, bevooroordeeld of nationalistisch waren zijn veranderd. De profetie in Jesaja 2:4 gaat in vervulling: ‘oorlog leren ze niet meer’. Door te blijven werken aan de nieuwe persoonlijkheid, dragen we eraan bij dat mensen zich tot Gods organisatie aangetrokken voelen en bewijzen we dat we volgelingen zijn van onze opziener Christus Jezus (Joh. 13:35). Dat is allemaal geen kwestie van toeval. Het gebeurt omdat Jezus ons de hulp geeft die we nodig hebben. w22.07 9 ¶7-8

vrijdag 13 september

Laat mijn gebed zijn als wierook die voor u is bereid. — Ps. 141:2.

Als je tot Jehovah bidt, moet je niet te familiair zijn. Bid juist met een houding van diep respect. Denk aan de bijzondere visioenen van Jesaja, Ezechiël, Daniël en Johannes. Jehovah wordt altijd afgebeeld als een majestueuze Koning. Jesaja ‘zag Jehovah op een hoge en verheven troon zitten’ (Jes. 6:1-3). Ezechiël zag Jehovah op zijn hemelse wagen zitten, ‘omgeven door een schittering als die van een regenboog’ (Ezech. 1:26-28). Daniël zag ‘de Oude van Dagen’ met witte kleding en vuurvlammen die van zijn troon kwamen (Dan. 7:9, 10). En Johannes zag Jehovah op een troon die omgeven was door iets dat eruitzag als een prachtige smaragdgroene regenboog (Openb. 4:2-4). Als je nadenkt over de onvergelijkelijke glorie van Jehovah, ga je beseffen wat een eer het is hem in gebed te mogen naderen en hoe belangrijk het is dat respectvol te doen. w22.07 20 ¶3

zaterdag 14 september

We moeten geen kinderen meer zijn, meegesleurd door mensen die bedrog en gemene listen gebruiken. — Ef. 4:14.

Satan wil voorkomen dat je geestelijk doorgroeit. Hij kan dat proberen door je te laten twijfelen aan wat de Bijbel leert. Je zult bijvoorbeeld vroeg of laat geconfronteerd worden met de evolutietheorie, een denkbeeld dat God onteert. Toen je jonger was, heb je misschien niet of nauwelijks over dat onderwerp nagedacht. Maar het kan zijn dat je er nu op school rechtstreeks mee geconfronteerd wordt. Wat je leraren over evolutie zeggen klinkt misschien logisch en overtuigend. Maar zij hebben misschien nooit serieus gekeken naar de bewijzen voor het bestaan van een Schepper. Denk aan het principe uit Spreuken 18:17: ‘Wie als eerste zijn zaak bepleit lijkt gelijk te hebben, totdat de tegenpartij komt en hem ondervraagt.’ Neem de dingen die je op school hoort niet blindelings voor waar aan. Maak een grondige studie van de waarheden in de Bijbel. Zoek meer informatie in onze publicaties. w22.08 2 ¶2; 4 ¶8

zondag 15 september

Je moet erin lezen, zodat je je strikt zult houden aan alles wat erin staat. Want dan zul je succes hebben en dan zul je je verstandig gedragen. — Joz. 1:8.

Natuurlijk moet je begrijpen wat je in Gods Woord leest. Anders zul je er niet zo veel aan hebben. Sta eens stil bij het gesprek dat Jezus had met ‘een wetgeleerde’ (Luk. 10:25-29). Toen de man vroeg wat hij moest doen om eeuwig leven te krijgen, verwees Jezus hem naar Gods Woord. Hij vroeg: ‘Wat staat er in de wet? Hoe lees jij dat?’ De man kon het goede antwoord geven door verzen te citeren over liefde voor God en naastenliefde (Lev. 19:18; Deut. 6:5). Maar merk op wat hij daarna zei. Hij vroeg: ‘Wie is dan mijn naaste?’ Daarmee verraadde hij dat hij niet echt begreep wat hij had gelezen. En daardoor wist hij niet hoe hij het op de juiste manier in zijn leven moest toepassen. Je hebt Jehovah’s hulp nodig om de Bijbel te begrijpen. Vraag dus of hij je met zijn heilige geest wil helpen je te concentreren en vraag hem je te helpen toe te passen wat je hebt gelezen. w23.02 9 ¶4-5

maandag 16 september

Niets geeft me meer vreugde dan dit: dat ik hoor dat mijn kinderen de weg van de waarheid blijven volgen. — 3 Joh. 4.

Hoe ben jij in de waarheid gekomen? Waarschijnlijk heb je die vraag al vaak beantwoord. Het is meestal een van de eerste vragen die je stelt als je een broeder of zuster ontmoet. Ongetwijfeld vind je het leuk te horen hoe hij of zij Jehovah heeft leren kennen en liefhebben. En het is leuk om te vertellen wat de waarheid voor jou betekent (Rom. 1:11). Zulke gesprekken herinneren je eraan hoe kostbaar de waarheid is. En ze motiveren je om ‘de weg van de waarheid te blijven volgen’ — dat wil zeggen, om zo te blijven leven dat je Jehovah’s zegen en goedkeuring krijgt. Er zijn veel redenen waarom we van de waarheid houden. De belangrijkste is dat we van Jehovah houden, de Bron van de waarheid. Dankzij zijn Woord, de Bijbel, hebben we hem niet alleen leren kennen als de almachtige Maker van hemel en aarde, maar ook als onze liefhebbende hemelse Vader, die echt om ons geeft (1 Petr. 5:7). w22.08 14 ¶1, 3

dinsdag 17 september

We moesten wel aan de armen blijven denken. — Gal. 2:10.

Paulus moedigde zijn broeders en zusters aan liefde te tonen door ‘het goede te doen’ (Hebr. 10:24). Hij hielp ze niet alleen door wat hij zei maar ook door wat hij deed. Toen bijvoorbeeld christenen in Judea met hongersnood te maken kregen, hielp Paulus met de distributie van hulpgoederen (Hand. 11:27-30). Ook al was hij druk bezig met de prediking, hij zocht altijd naar mogelijkheden om iets te doen voor degenen die materiële hulp nodig hadden. Op die manier hielp hij zijn broeders en zusters erop te vertrouwen dat Jehovah voor ze zou zorgen. Ook jij kunt het geloof van je broeders en zusters opbouwen door je tijd, energie en vaardigheden in te zetten bij hulpacties. En je kunt hetzelfde bereiken door regelmatig te doneren voor het wereldwijde werk. Op deze en andere manieren help je je broeders en zusters erop te vertrouwen dat Jehovah ze nooit in de steek zal laten. w22.08 24 ¶14

woensdag 18 september

Profetieën zijn nooit voortgekomen uit menselijk initiatief, maar mensen hebben namens God gesproken zoals ze werden geleid door heilige geest. — 2 Petr. 1:21.

In de Bijbel staan veel profetieën die in vervulling zijn gegaan. Sommige waren honderden jaren voor de vervulling opgeschreven. De geschiedenis bevestigt dat ze zijn uitgekomen. Dat verbaast ons niet, want we weten dat Jehovah de Auteur van die profetieën is. Neem als voorbeeld wat er is voorspeld over de val van de oude stad Babylon. In de achtste eeuw voor Christus voorspelde Jesaja onder inspiratie dat de machtige stad Babylon zou worden veroverd. Hij noemde zelfs de naam van de veroveraar: Cyrus. Bovendien voorspelde hij precies hoe de stad zou worden ingenomen (Jes. 44:27–45:2). Jesaja voorspelde ook dat Babylon uiteindelijk zou worden verwoest en volkomen verlaten zou zijn (Jes. 13:19, 20). In 539 v.Chr. viel Babylon in handen van de Meden en de Perzen. Nu vind je op de locatie van die eens zo machtige stad niets dan ruïnes. w23.01 4 ¶10

donderdag 19 september

Blijf elkaar aanmoedigen. — 1 Thess. 5:11.

Jehovah heeft je uitgekozen om deel uit te maken van zijn gezin van aanbidders. Dat is een bijzonder voorrecht dat veel voordelen heeft (Mark. 10:29, 30). Over de hele wereld heb je broeders en zusters die net als jij van Jehovah houden en hun best doen naar zijn normen te leven. Misschien spreken ze een andere taal, komen ze uit een andere cultuur of dragen ze andere kleren. Toch voel je een speciale band met ze, zelfs als je ze voor het eerst ontmoet. En wat is het fijn om samen onze lieve hemelse Vader te loven en te aanbidden! (Ps. 133:1) Het is nu belangrijker dan ooit verenigd te blijven met je broeders en zusters. Zij kunnen je helpen je lasten te dragen (Rom. 15:1; Gal. 6:2). Ze moedigen je aan actief en geestelijk sterk te blijven (Hebr. 10:23-25). Bedenk hoe je je zou voelen als je de bescherming van de gemeente niet had en geen hulp kreeg om stand te houden tegen onze gemeenschappelijke vijanden: Satan de Duivel en zijn slechte wereld. w22.09 2-3 ¶3-4

vrijdag 20 september

Wie zijn lippen in bedwang houdt is verstandig. — Spr. 10:19.

Zelfbeheersing kan heel moeilijk zijn op sociale media. Als je niet oppast, onthul je onbedoeld vertrouwelijke dingen aan een groot publiek. En als je de informatie eenmaal elektronisch hebt verspreid, heb je geen controle meer over de manier waarop het gebruikt zal worden of over de schade die het zal aanrichten. Je moet ook je lippen in bedwang houden als tegenstanders je proberen te verleiden dingen te zeggen die je broeders en zusters in gevaar kunnen brengen. Dat kan gebeuren als je door de politie wordt ondervraagd in een land waar ons werk verboden of aan beperkingen onderworpen is. Je kunt in dat soort situaties het principe toepassen uit Psalm 39:1: ‘Met een muilband zal ik mijn mond bedwingen.’ Of je nu te maken hebt met je familie, je vrienden, je broeders en zusters of wie maar ook, je moet betrouwbaar zijn. En daarvoor heb je zelfbeheersing nodig. w22.09 13 ¶16

zaterdag 21 september

Gelukkig de mens die vreugde vindt in de wet van Jehovah en zijn wet met gedempte stem leest, dag en nacht. — Ps. 1:1, 2.

Jezus zei: ‘De mens moet niet alleen van brood leven, maar van elk woord dat uit Jehovah’s mond komt’ (Matth. 4:4). Laat dus geen dag voorbijgaan zonder geestelijk voedsel uit Gods kostbare Woord, de Bijbel, tot je te nemen. De psalmist zei dat je gelukkig wordt als je ‘vreugde vindt in de wet van Jehovah’ en er ‘dag en nacht’ in leest. Omdat Jehovah van ons houdt, laat hij in de Bijbel zien wat je moet doen om een gelukkig leven te leiden. Hij leert je wat zijn doel is met je leven. Hij leert je hoe je naar hem toe kunt groeien en wat je moet doen om door hem te worden vergeven. En hij leert je welke prachtige toekomsthoop hij belooft (Jer. 29:11). Die waarheden, die je door een studie van de Bijbel leert, geven je diepe vreugde. Als de problemen van het leven je ontmoedigen, maak dan meer tijd vrij om Jehovah’s Woord te lezen en erover te mediteren. w22.10 7 ¶4-6

zondag 22 september

Word volwassen in je denken. — 1 Kor. 14:20.

De Bijbel moedigt je terecht aan niet onervaren te blijven. Je doet de juiste ervaring op door Bijbelse principes in je leven toe te passen. Geleidelijk ga je merken dat die principes je helpen problemen te voorkomen en verstandige beslissingen te nemen. Het is goed om te kijken hoe je er in dat opzicht voor staat. Als je bijvoorbeeld al een tijdje de Bijbel bestudeert en de vergaderingen bezoekt, kun je je afvragen waarom je nog niet zo ver bent dat je je aan Jehovah opdraagt en laat dopen. En als je al gedoopt bent, vraag je dan af of je vorderingen maakt als prediker en leraar. Blijkt uit je beslissingen dat je je door Bijbelse principes laat leiden? Geef je in de omgang van christelijke eigenschappen blijk? Als je ruimte voor verbetering ziet, besteed dan aandacht aan Jehovah’s richtlijnen, die ‘de onervarene wijs maken’ (Ps. 19:7). w22.10 20 ¶8

maandag 23 september

Ze gingen naar waar de geest ze dreef. — Ezech. 1:20.

Ezechiël zag in een visioen wat een kracht Gods geest heeft. Hij zag dat de heilige geest inwerkte op de machtige engelen en op de reusachtige wielen van een hemelse wagen (Ezech. 1:21). Wat was zijn reactie? ‘Toen ik het zag, liet ik me voorover op de grond vallen’, schreef hij. Ezechiël was onder de indruk. Hij viel om van verbazing (Ezech. 1:28). Het indrukwekkende visioen moet hem elke keer dat hij eraan terugdacht gesterkt hebben in de overtuiging dat hij met de hulp van Gods geest zijn dienst kon uitvoeren. Jehovah zei tegen Ezechiël: ‘Mensenzoon, ga op je voeten staan zodat ik met je kan spreken.’ Dat bevel en Gods geest gaven Ezechiël de kracht die hij nodig had om op te staan (Ezech. 2:1, 2). Later werd hij in zijn dienst steeds weer geleid door Gods ‘hand’ — zijn heilige geest (Ezech. 3:22; 8:1; 33:22; 37:1; 40:1). w22.11 4 ¶7-8

dinsdag 24 september

Met eigen oren zul je een woord achter je horen. — Jes. 30:21.

Hier beschrijft Jesaja Jehovah als een oplettende onderwijzer die achter zijn leerlingen loopt, ze gidst en ze de weg wijst. In welke zin horen wij Gods stem achter ons? In de zin dat zijn geïnspireerde woorden lang geleden in de Bijbel zijn opgetekend, in een tijd die ver achter ons ligt. Als je de Bijbel leest, is het dus alsof je Gods stem van achter je hoort komen (Jes. 51:4). Het is goed om zo veel mogelijk te halen uit het onderwijs dat Jehovah geeft. Hoe doe je dat? Jesaja zegt twee dingen. Ten eerste: ‘Dit is de weg.’ En ten tweede: ‘Wandel daarop’. Het is niet genoeg ‘de weg’ te kennen. Je moet er ook ‘op wandelen’. Dankzij Jehovah’s Woord en de uitleg van zijn organisatie kun je leren wat Jehovah van ons vraagt en hoe je kunt toepassen wat je leert. Je moet beide stappen doen om in je dienst met vreugde te kunnen volharden. Alleen dan kun je zeker zijn van Jehovah’s zegen. w22.11 11 ¶10-11

woensdag 25 september

Na mijn vertrek zullen er onderdrukkende wolven bij jullie binnendringen. — Hand. 20:29.

Kort na de dood van de meeste apostelen drongen namaakchristenen de gemeenten binnen (Matth. 13:24-27, 37-39). Wat ze deden was ‘de waarheid verdraaien om de discipelen achter zich aan te trekken’ (Hand. 20:30). Ze begonnen bijvoorbeeld te leren dat Jezus’ lichaam niet ‘eens en voor altijd werd geofferd om de zonden van velen te dragen’, zoals de Bijbel zegt, maar dat zijn offer steeds opnieuw moet worden gebracht (Hebr. 9:27, 28). Er zijn veel mensen die in deze valse leer geloven. Ze gaan regelmatig, soms dagelijks, naar de kerk voor het zogeheten misoffer. In andere christelijke denominaties wordt Jezus’ dood minder vaak herdacht, maar meestal hebben de aanhangers slechts een vaag idee van wat zijn offer betekent. w23.01 21 ¶5

donderdag 26 september

Vergeet niet om goed te doen en met anderen te delen wat je hebt. — Hebr. 13:16.

Tijdens de regering van duizend jaar zal Jezus de doden opwekken en gehoorzame mensen helpen volmaakt te worden. Degenen die dan in Jehovah’s ogen rechtvaardig zijn ‘zullen de aarde bezitten en ze zullen er eeuwig leven’ (Ps. 37:10, 11, 29). Wat zal het geweldig zijn als eindelijk de dood, ‘de laatste vijand’, is uitgeschakeld! (1 Kor. 15:26) Onze hoop op eeuwig leven is stevig gefundeerd op Gods Woord. Die hoop kan je helpen trouw te blijven in deze moeilijke laatste dagen. Maar de wens om eeuwig te leven moet niet je belangrijkste motivatie zijn. Blijf Jehovah en Jezus in de eerste plaats trouw omdat je heel veel van ze houdt (2 Kor. 5:14, 15). Die liefde zal je motiveren om ze na te volgen en anderen te vertellen over de hoop die je hebt (Rom. 10:13-15). Als je leert onzelfzuchtig en vrijgevig te zijn, word je iemand met wie Jehovah voor altijd bevriend wil zijn. w22.12 7 ¶15-16

vrijdag 27 september

Iedereen die toegewijd aan God en als volgeling van Christus Jezus wil leven, zal vervolgd worden. — 2 Tim. 3:12.

Vervolging kan ons beroven van allerlei dingen die ons normaal gesproken vrede geven. Je wordt misschien bang voor wat er verder nog gaat gebeuren. Dat is heel normaal. Toch moet je oppassen. Jezus gaf aan dat vervolging een struikelblok voor zijn volgelingen kon zijn (Joh. 16:1, 2). Hij heeft weliswaar gezegd dat we vervolging kunnen verwachten, maar hij heeft ons ook verzekerd dat we trouw kunnen blijven (Joh. 15:20; 16:33). Als ons werk verboden of aan beperkingen onderworpen is, kunnen we instructies krijgen van het bijkantoor en de ouderlingen. Die zijn bedoeld om ons te beschermen, om ervoor te zorgen dat we geestelijk voedsel blijven ontvangen en om ons te helpen zo veel mogelijk door te gaan met prediken. Doe je best om de instructies op te volgen (Jak. 3:17). En geef nooit informatie over je broeders en zusters aan mensen die daar geen recht op hebben (Pred. 3:7). w22.12 20-21 ¶14-16

zaterdag 28 september

We willen graag dat jullie allemaal dezelfde inzet blijven tonen. — Hebr. 6:11.

Jezus geeft nu leiding aan de prediking van Gods Koninkrijk overal op aarde. Hij doet zijn deel. Via Jehovah’s organisatie leidt hij ons op voor de prediking en geeft hij ons de hulpmiddelen die we daarbij nodig hebben (Matth. 28:18-20). Wij doen ons deel door ons voor de prediking in te zetten en door waakzaam te blijven tot Jehovah een eind maakt aan deze wereld. Als je de raad uit Hebreeën 6:11, 12 toepast, kun je ‘tot het einde toe’ vasthouden aan je hoop. Jehovah heeft al besloten wanneer hij een eind gaat maken aan Satans wereld. Dag en uur liggen al vast. Als het moment aanbreekt, zal Jehovah de profetieën die hij in zijn Woord liet opschrijven allemaal vervullen. Tot die tijd kan het soms lijken alsof het einde op zich laat wachten. Maar Jehovah’s dag ‘zal niet te laat komen’ (Hab. 2:3). Neem je dus voor om ‘te blijven uitzien naar Jehovah’ en ‘geduldig te wachten op de God van [onze] redding’ (Micha 7:7). w23.02 19 ¶15-16

zondag 29 september

Niemand is met u te vergelijken. — Ps. 40:5.

Een bergbeklimmer wil graag de top bereiken. Dat is zijn doel. Maar op zijn route naar de top komt hij op heel wat punten waar hij kan stoppen om van het uitzicht te genieten. Even stoppen en genieten. Dat kunnen wij ook. Neem geregeld de tijd om te bedenken hoe Jehovah ervoor zorgt dat het goed gaat, zelfs op moeilijke momenten. Vraag je elke dag af: Waarin heb ik vandaag Jehovah’s zegen gezien? Hoe helpt Jehovah me om het vol te houden, ook al houdt de beproeving aan? Kijk of je minstens één zegen van Jehovah kunt bedenken waardoor je kunt zeggen dat het goed met je gaat. Misschien bid je of er een eind mag komen aan je beproeving (Fil. 4:6). Maar je moet je ook bewust zijn van de zegeningen die je op dit moment hebt. Jehovah heeft tenslotte beloofd je kracht te geven en je te helpen volharden. Verlies dus nooit je waardering voor de steun die Jehovah geeft. Dan zul je zien dat hij ervoor zal zorgen dat het zelfs in moeilijke tijden goed met je gaat! (Gen. 41:51, 52) w23.01 19 ¶17-18

maandag 30 september

Je blijft denken aan de komst van Jehovah’s dag. — 2 Petr. 3:12.

Je kunt je afvragen: Blijkt uit mijn manier van leven dat ik besef hoe dicht we bij het einde van deze wereld zijn? Blijkt uit mijn beslissingen over opleiding en werk dat Jehovah dienen het belangrijkste in mijn leven is? Heb ik het vertrouwen dat Jehovah voor mij en mijn gezin zal zorgen? Jehovah is heel blij als hij ziet dat je probeert in je leven altijd zijn wil te doen (Matth. 6:25-27, 33; Fil. 4:12, 13). Het is belangrijk geregeld je denken te evalueren en dan waar nodig dingen te veranderen. Paulus zei tegen de Korinthiërs: ‘Blijf onderzoeken of je in het geloof bent, blijf jezelf toetsen’ (2 Kor. 13:5). Blijf dus je denken hervormen door Gods Woord te lezen, te leren denken zoals hij denkt en dan te doen wat nodig is om naar zijn wil te leven (1 Kor. 2:14-16). w23.01 9 ¶5-6

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen