Psalmen
Voor de leider. Van de zonen van Ko̱rach. Een melodie.
85 Gij hebt een welgevallen gevonden, o Jehovah, in uw land;+
Gij hebt degenen van Ja̱kob die gevangengenomen waren, teruggebracht.*+
5 Zult gij tot onbepaalde tijd vertoornd op ons zijn?+
Zult gij uw toorn verlengen van geslacht tot geslacht?+
8 Ik wil horen wat de [ware] God Jehovah zal spreken,+
Want hij zal van vrede spreken tot zijn volk+ en tot zijn loyalen,
Maar laten zij niet tot zelfvertrouwen terugkeren.+
9 Waarlijk, zijn redding is nabij degenen die hem vrezen,+
Opdat er heerlijkheid in ons land verblijft.+
10 Wat liefderijke goedheid en waarachtigheid* betreft, ze hebben elkaar ontmoet;+
Rechtvaardigheid en vrede — ze hebben elkaar gekust.+