15 En wanneer GIJ UW handpalmen uitbreidt,+ verberg ik mijn ogen voor U.+ Ook al zendt GIJ veel gebeden op,+ ik luister niet;+ met bloedvergieten* zijn UW eigen handen vervuld geworden.+
4 In die tijd zullen zij tot Jehovah roepen om hulp, maar hij zal hen niet antwoorden.+ En hij zal in die tijd zijn aangezicht voor hen verbergen,+ al naar zij slechtheid hebben bedreven in hun handelingen.+
13 „’En zo geschiedde het dat, net zoals hij riep en zij niet luisterden,+ zo ook zij telkens riepen en ik niet luisterde’,+ heeft Jehovah der legerscharen gezegd.