7 Gebruik de naam van Jehovah, je God, niet op een onwaardige manier,+ want Jehovah zal degene die Zijn naam op een onwaardige manier gebruikt, niet ongestraft laten.+
33 Jullie hebben ook gehoord dat er tegen onze voorouders werd gezegd: “Als je een eed aflegt, mag je die niet breken.+ Wat je plechtig aan Jehovah belooft, moet je ook doen.”+
12 En broeders, jullie moeten vooral ophouden met zweren, bij de hemel, bij de aarde of bij iets anders. Maar laat je ja ja zijn, en je nee nee,+ zodat je niet veroordeeld wordt.