21 Jezus zei tegen hem: ‘Als je volmaakt wilt zijn, verkoop dan je bezit en geef het aan de armen. Dan zul je een schat in de hemel+ hebben. Kom, wees mijn volgeling.’+
22 Toen Jezus dat hoorde, zei hij: ‘Er is nog één ding dat je moet doen: verkoop alles wat je hebt en verdeel de opbrengst onder de armen. Dan zul je een schat in de hemel hebben. Kom, wees mijn volgeling.’+
34 Er was niemand onder hen die iets tekortkwam,+ want iedereen die grond of huizen had, verkocht die. Ze namen de opbrengst mee 35 en legden die aan de voeten van de apostelen.+ Vervolgens werd het allemaal naar behoefte onder iedereen verdeeld.+