Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • es23 blz. 88-97
  • September

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • September
  • Bestudeer dagelijks de Schrift 2023
  • Onderkopjes
  • vrijdag 1 september
  • zaterdag 2 september
  • zondag 3 september
  • maandag 4 september
  • dinsdag 5 september
  • woensdag 6 september
  • donderdag 7 september
  • vrijdag 8 september
  • zaterdag 9 september
  • zondag 10 september
  • maandag 11 september
  • dinsdag 12 september
  • woensdag 13 september
  • donderdag 14 september
  • vrijdag 15 september
  • zaterdag 16 september
  • zondag 17 september
  • maandag 18 september
  • dinsdag 19 september
  • woensdag 20 september
  • donderdag 21 september
  • vrijdag 22 september
  • zaterdag 23 september
  • zondag 24 september
  • maandag 25 september
  • dinsdag 26 september
  • woensdag 27 september
  • donderdag 28 september
  • vrijdag 29 september
  • zaterdag 30 september
Bestudeer dagelijks de Schrift 2023
es23 blz. 88-97

September

vrijdag 1 september

Ze vroegen hem om hun een teken uit de hemel te laten zien. — Matth. 16:1.

Sommigen in Jezus’ tijd waren niet tevreden met zijn bijzondere onderwijs. Ze wilden meer. Maar zijn weigering een teken te geven was voor hen een struikelblok (Matth. 16:4). Wat zegt de Bijbel? De profeet Jesaja schreef over de Messias: ‘Hij zal niet schreeuwen of zijn stem verheffen en op straat zal hij zijn stem niet laten horen’ (Jes. 42:1, 2). Jezus vestigde tijdens zijn bediening nooit de aandacht op zichzelf. Hij bouwde geen indrukwekkende tempels, droeg geen speciale kleding en wilde niet aangesproken worden met een belangrijke titel. Zelfs toen hij terechtgesteld dreigde te worden, weigerde hij met een wonder indruk te maken op koning Herodes (Luk. 23:8-11). Hoewel Jezus wonderen deed, was hij vooral gefocust op de prediking van het goede nieuws. ‘Daarvoor ben ik gekomen’, zei hij tegen zijn discipelen (Mark. 1:38). w21.05 4 ¶9-10

zaterdag 2 september

Dit betekent eeuwig leven, dat ze u leren kennen, de enige ware God, en ook degene die u hebt gestuurd, Jezus Christus. — Joh. 17:3.

We zijn op zoek naar mensen met ‘de goede instelling voor het eeuwige leven’ (Hand. 13:48). Voordat ze discipelen kunnen worden, moeten we ze helpen om wat ze uit de Bijbel leren (1) te begrijpen, (2) te accepteren en (3) in praktijk te brengen (Kol. 2:6, 7; 1 Thess. 2:13). Iedereen in de gemeente kan zijn steentje bijdragen door iemand die Bijbelstudie krijgt te verwelkomen op de vergaderingen en liefde voor hem te tonen (Joh. 13:35). Degene die de studie leidt moet er misschien ook veel tijd en energie in steken hem te helpen sterke ‘bolwerken’ van overtuigingen of gewoonten af te breken (2 Kor. 10:4, 5). Het kan heel wat maanden kosten om iemand bij deze stappen te begeleiden zodat hij uiteindelijk de doop als doel bereikt. Maar het is de moeite waard. w21.07 3 ¶6

zondag 3 september

Onderzoek alles, houd vast aan wat goed is. — 1 Thess. 5:21.

Ben jij er echt van overtuigd dat wij als Getuigen de waarheid leren en Jehovah aanbidden op de enige manier die hij goedvindt? Paulus was echt overtuigd van de waarheid (1 Thess. 1:5). Die overtuiging was niet gebaseerd op emotie. Paulus had een grondige studie gemaakt van Gods Woord. Hij geloofde dat ‘de hele Schrift door God is geïnspireerd’ (2 Tim. 3:16). Wat had hij door zijn studie ontdekt? Hij had in Gods Woord harde bewijzen gevonden dat Jezus de beloofde Messias was — bewijzen die de Joodse religieuze leiders naast zich neerlegden. Die hypocriete mannen beweerden God te vertegenwoordigen, maar hun daden spraken dat tegen (Tit. 1:16). Paulus was anders. Hij pikte niet zomaar uit welk deel van Gods Woord in zijn straatje paste. Hij was bereid ‘alle raad van God’ te onderwijzen en toe te passen (Hand. 20:27). w21.10 18 ¶1-2

maandag 4 september

Iemand kan alleen bij mij komen als de Vader, die mij heeft gestuurd, hem trekt. — Joh. 6:44.

Terwijl we planten en begieten, moeten we in gedachte houden dat ook God een rol speelt (1 Kor. 3:6, 7). Voor Jehovah is elk mensenleven kostbaar. Hij geeft ons het voorrecht met zijn Zoon samen te werken bij het verzamelen van mensen uit alle volken voordat het einde komt (Hag. 2:7). Onze prediking is te vergelijken met een reddingsactie. Wij zijn als de leden van een reddingsploeg die mensen moeten bevrijden uit een mijn. Hoewel misschien maar een paar reddingswerkers iemand vinden, doen ze allemaal belangrijk werk. Hetzelfde geldt voor onze dienst. We weten niet hoeveel mensen er nog gered worden uit Satans wereld. Maar Jehovah kan elk van ons gebruiken om ze te helpen. Andreas, die in Bolivia woont, zegt: ‘Als iemand de waarheid leert kennen en gedoopt wordt, bezie ik dat als het resultaat van teamwerk.’ Behoud dezelfde positieve kijk op je dienst. Dan zal Jehovah je zegenen en zul je in de dienst veel vreugde hebben. w21.05 19 ¶19-20

dinsdag 5 september

Ze ontsnappen uit de strik van de Duivel. — 2 Tim. 2:26.

Een jager heeft maar één doel: zijn prooi vangen of doden. Hij kan daarbij allerlei vallen of strikken gebruiken, zoals een van Jobs zogenaamde vertroosters al zei (Job 18:8-10). Hoe probeert een jager een dier in de val te lokken? Hij kijkt heel goed naar het dier. Waar leiden zijn sporen naartoe? Waar is hij mee bezig? Wat zal hem overvallen? Satan werkt net als zo’n jager. Hij kijkt heel goed naar ons. Hij ziet waar je naartoe gaat en wat je bezighoudt. Vervolgens zet hij een val op waarmee hij je onverwachts wil vangen. Maar Gods Woord zegt dat als je wordt gevangen, je toch nog kunt ontsnappen. Het leert ons ook hoe je kunt voorkomen dat je in de val loopt. Twee strikken die Satan veel gebruikt zijn trots en hebzucht. Die onwenselijke eigenschappen gebruikt hij al duizenden jaren met succes. Hij is als een vogelvanger die zijn prooi in de val lokt of in een net probeert te vangen (Ps. 91:3). Maar je kunt voorkomen dat je door Satan wordt gevangen. Jehovah heeft namelijk onthuld welke tactieken Satan gebruikt (2 Kor. 2:11). w21.06 14 ¶1-2

woensdag 6 september

Grijs haar is een prachtige kroon als het gevonden wordt op de weg van rechtvaardigheid. — Spr. 16:31.

Onze trouwe ouderen zijn veel waard. Gods Woord vergelijkt hun grijze haar met een kroon (Spr. 20:29). Maar we zouden zulke personen makkelijk over het hoofd kunnen zien. Als je beseft hoe waardevol ze zijn, kun je iets vinden waar je meer aan hebt dan letterlijke rijkdom. Trouwe ouderen zijn voor Jehovah heel waardevol. Hij ziet wie ze vanbinnen echt zijn en hij kent en waardeert hun mooie eigenschappen. Hij waardeert het als ze de wijsheid die ze in een lang leven van trouwe dienst hebben opgedaan op jongere broeders en zusters overdragen (Job 12:12; Spr. 1:1-4). Jehovah koestert ook hun volharding (Mal. 3:16). Hoewel hun leven niet altijd over rozen is gegaan, heeft hun geloof in Jehovah nooit gewankeld. Hun hoop is sterker dan toen ze de waarheid leerden kennen. En Jehovah houdt van ze omdat ze ‘zelfs op hoge leeftijd’ nog zijn naam bekendmaken (Ps. 92:12-15). w21.09 2 ¶2-3

donderdag 7 september

Laat iedereen zijn eigen daden overdenken, dan zal hij blij kunnen zijn met wat hij zelf doet. — Gal. 6:4.

Het is goed af en toe te onderzoeken wat je motieven zijn. Je kunt je afvragen: Waar meet ik mijn eigenwaarde aan af? Bepaal ik dat door mezelf met anderen te vergelijken? Wil ik altijd de beste zijn in wat ik doe of op zijn minst beter dan een bepaalde broeder of zuster? Of doe ik gewoon mijn best voor Jehovah? De Bijbel zegt dat je je niet met anderen moet vergelijken. Waarom niet? Aan de ene kant omdat je trots kunt worden als je denkt dat je beter bent dan je broeder of zuster. En aan de andere kant omdat je waarschijnlijk ontmoedigd zult zijn als je denkt dat je minder bent dan je broeder of zuster (Rom. 12:3). Vergeet nooit dat Jehovah je niet heeft getrokken omdat je knap of populair bent of zo goed uit je woorden komt, maar omdat je van hem wilt houden en naar zijn Zoon wilt luisteren (Joh. 6:44; 1 Kor. 1:26-31). w21.07 14-15 ¶3-4

vrijdag 8 september

Jullie moeten je mentaliteit blijven vernieuwen. — Ef. 4:23.

Om je denken te hervormen moet je natuurlijk bidden, Gods Woord bestuderen en mediteren. Leg je daarop toe en vraag Jehovah om kracht. Zijn heilige geest zal je helpen niet toe te geven aan de neiging jezelf met anderen te vergelijken. En als jaloezie en trots in je hart dreigen op te komen, zal Jehovah je helpen die onwenselijke gevoelens bij jezelf te herkennen en uit te roeien (2 Kron. 6:29, 30). Jehovah kent je hart. Hij weet ook waar je tegen vecht: de geest van de wereld en je eigen onvolmaaktheid. Als hij ziet hoe hard je tegen die negatieve invloeden vecht, groeit zijn liefde voor je. Jehovah gebruikt de band tussen een moeder en haar kind om te illustreren wat hij voor ons voelt (Jes. 49:15). Wat een prachtige gedachte dat Jehovah diezelfde diepe liefde voor ons voelt als hij ons ziet vechten om hem met hart en ziel te kunnen dienen! w21.07 24-25 ¶17-19

zaterdag 9 september

Wees blij met mensen die blij zijn. — Rom. 12:15.

Je kunt je vreugde vergroten door echt op te gaan in wat je te doen hebt gekregen in Jehovah’s dienst. Het is goed je ‘helemaal te richten’ op de prediking en je volledig in te zetten in de gemeente (Hand. 18:5; Hebr. 10:24, 25). Bereid je goed voor op de vergaderingen zodat je opbouwende antwoorden kunt geven. Neem elke toewijzing voor de doordeweekse vergadering serieus. Als je bij een bepaalde taak in de gemeente mag helpen, wees dan punctueel en betrouwbaar. Denk nooit dat een taak zonde is van je kostbare tijd. Probeer je vaardigheden te verbeteren (Spr. 22:29). Hoe meer je opgaat in je geestelijke activiteiten en toewijzingen, hoe sneller je vooruitgaat en hoe meer vreugde je krijgt (Gal. 6:4). En je zult merken dat het makkelijker is blij te zijn als een ander een voorrecht krijgt dat jij ook wilde hebben (Gal. 5:26). w21.08 22 ¶11

zondag 10 september

De wijsheid van boven is in de eerste plaats zuiver, vervolgens vredelievend, redelijk, bereid om te gehoorzamen, vol barmhartigheid en goede vruchten, onpartijdig en niet hypocriet. — Jak. 3:17.

We moeten niet trots worden maar kneedbaar blijven. Net zoals een aandoening de slagaders van het letterlijke hart kan verharden waardoor er hartproblemen ontstaan, zo kan trots ons figuurlijke hart verharden waardoor je niet goed meer op Jehovah’s leiding reageert. De farizeeën lieten hun hart zo verharden, zo ongevoelig worden, dat ze weigerden het duidelijke bewijs te accepteren dat Jezus Gods geest had en zijn Zoon was (Joh. 12:37-40). Hun trots bracht ze op gevaarlijk terrein want ze verloren het vooruitzicht op eeuwig leven (Matth. 23:13, 33). Wat is het dus belangrijk dat Gods Woord en zijn geest je persoonlijkheid blijven vormen en je denken en beslissingen blijven beïnvloeden! Het was uit nederigheid dat Jakobus zich door Jehovah liet onderwijzen. En het was ook dankzij nederigheid dat hij een bekwame leraar werd. w22.01 10 ¶7

maandag 11 september

Blijf vragen. — Matth. 7:7.

Als je ‘volhardt in gebed’, kun je ervan op aan dat je hemelse Vader luistert (Kol. 4:2). Hoewel het kan lijken of een antwoord op zich laat wachten, belooft Jehovah onze gebeden te verhoren op het moment dat we ‘hulp nodig hebben’ (Hebr. 4:16). Om die reden moeten we Jehovah nooit de schuld geven wanneer iets niet zo snel gaat als wij zouden willen. Velen bidden bijvoorbeeld al jaren om de komst van Gods Koninkrijk en het einde van deze wereld. Jezus zei zelfs dat we daar om moeten bidden (Matth. 6:10). Maar wat zou het dom zijn je geloof in God te laten verzwakken omdat het einde niet is gekomen op het moment dat jij het verwachtte! (Hab. 2:3; Matth. 24:44) Het is verstandig te wachten op Jehovah en in geloof tot hem te blijven bidden. Het einde zal precies op het juiste moment komen, want Jehovah heeft daar al een ‘dag en uur’ voor vastgelegd. En dat zal voor iedereen het beste moment blijken te zijn (Matth. 24:36; 2 Petr. 3:15). w21.08 10 ¶10-11

dinsdag 12 september

Wees nederig en bezie anderen als superieur aan jezelf. — Fil. 2:3.

Nederige personen beseffen dat als ze ouder worden, ze niet meer zo veel kunnen doen als voorheen. Neem de kringopzieners, die een andere toewijzing krijgen zodra ze 70 worden. Dat kan best moeilijk zijn. Ze vonden het altijd fijn hun broeders en zusters te mogen dienen. Maar ze begrijpen dat jongere handen het werk moeten overnemen. Ze laten zien dat ze net zo’n houding hebben als de Levieten in Israël, die op 50-jarige leeftijd met hun dienst bij de tabernakel moesten stoppen. De vreugde van die oudere Levieten was niet afhankelijk van een specifiek voorrecht. Ze deden ijverig wat ze nog konden en hielpen de jongere Levieten (Num. 8:25, 26). Hoewel een voormalige kringopziener niet meer alle gemeenten in een kring van dienst kan zijn, is hij echt een zegen voor zijn gemeente. w21.09 8-9 ¶3-4

woensdag 13 september

Vader, ik heb gezondigd tegen de hemel en tegen u. Ik ben het niet meer waard uw zoon te worden genoemd. — Luk. 15:21.

Jezus vertelde een hartverwarmend verhaal over een opstandige zoon. Het staat in Lukas 15:11-32. Een jonge man is opstandig tegen zijn vader. Hij gaat het huis uit en vertrekt ‘naar een ver land’. Daar leidt hij een losbandig leven. Maar dan krijgt hij het heel zwaar en gaat hij toch eens goed nadenken. Hij beseft dat hij het thuis, bij zijn vader, veel beter had. Zoals Jezus zegt ‘komt hij tot bezinning’. Hij weet het zeker: ik ga terug naar huis en vraag mijn vader om vergeving. Het punt waarop de zoon beseft hoe diep hij is gezonken, is een belangrijk moment. Hij moet in actie komen! De verloren zoon laat zien dat hij oprecht berouw heeft van wat hij heeft gedaan. Deze gelijkenis is meer dan een mooi verhaal. Er zitten principes in die ouderlingen kunnen helpen om vast te stellen of een broeder of zuster berouw heeft van een ernstige zonde. w21.10 5 ¶14-15

donderdag 14 september

Ik zal alle volken schudden. — Hag. 2:7.

Wat zal er niet worden geschud of verwijderd? Paulus zei: ‘Wij ontvangen een Koninkrijk dat niet geschud kan worden. Laten we daarom (...) heilige dienst voor God doen, met eerbied en ontzag’ (Hebr. 12:28). Als straks na het laatste schudden het stof is neergedaald, zal alleen Gods Koninkrijk nog overeind staan (Ps. 110:5, 6; Dan. 2:44). Er is geen tijd te verliezen! Mensen moeten kiezen: blijven ze achter de leefwijze staan die de wereld promoot of gaan ze proberen te leven zoals God wil? Het eerste betekent vernietiging en het laatste eeuwig leven (Hebr. 12:25). Door de prediking kunnen we mensen helpen bij die belangrijke keuze. En houd in gedachte wat Jezus zei: ‘Dit goede nieuws van het Koninkrijk zal op de hele bewoonde aarde worden gepredikt als een getuigenis voor alle volken, en dan zal het einde komen’ (Matth. 24:14). w21.09 19 ¶19-20

vrijdag 15 september

Ik zal je nooit in de steek laten en ik zal je nooit verlaten. — Hebr. 13:5.

Als je ouderling bent, heb je de speciale verantwoordelijkheid om broeders en zusters te bemoedigen als iemand van wie ze houden Jehovah heeft verlaten (1 Thess. 5:14). Neem het initiatief om ze voor en na de vergadering op te bouwen. Ga bij ze op bezoek en bid voor ze. Werk met ze samen in de dienst of vraag ze om af en toe met je gezinsaanbidding mee te doen. Geestelijke herders moeten verdrietige schapen van Jehovah de liefde, aandacht en compassie geven die ze nodig hebben (1 Thess. 2:7, 8). Jehovah ‘wil niet dat er iemand vernietigd wordt maar dat iedereen berouw krijgt’ (2 Petr. 3:9). Als iemand een ernstige zonde begaat, is zijn leven nog steeds kostbaar voor Jehovah. Denk maar aan de hoge prijs die hij heeft betaald voor het leven van zondaars: het leven van zijn eigen geliefde Zoon. Vol medegevoel probeert hij zulke personen te helpen tot hem terug te keren. Hij hoopt echt dat ze dat doen, zoals blijkt uit Jezus’ illustratie van de verloren zoon (Luk. 15:11-32). w21.09 30-31 ¶17-19

zaterdag 16 september

Jullie plukken de vruchten van hun werk. — Joh. 4:38.

Misschien kun je door je gezondheid niet zo veel prediken als je zou willen. Toch kun je dan gelukkig zijn met je rol in de oogst. Denk eens aan de keer dat roversbenden van de Amalekieten de bezittingen van koning David en zijn mannen hadden geplunderd en hun gezinnen hadden ontvoerd. Toen David ze wilde bevrijden, bleven tweehonderd mannen bij de uitrusting achter omdat ze te moe waren om te vechten. Na de strijd kreeg iedereen op bevel van David evenveel van de buit (1 Sam. 30:21-25). Daar zit een les in voor het maken van discipelen. Iedereen die zijn best doet kan evenveel vreugde hebben als een nieuw persoon op de weg naar het leven komt. Jehovah ziet hoeveel moeite je doet en hoeveel liefde je toont. En hij beloont je. Daarnaast leert hij je hoe je vreugde kunt halen uit jouw rol in de grote oogst (Joh. 14:12). Je kunt er dus van op aan dat God blij met je is zolang je het niet opgeeft! w21.10 27-28 ¶15-17

zondag 17 september

De pracht van jonge mensen is hun kracht. — Spr. 20:29.

Als je op leeftijd bent, kun je bang zijn dat je voor Jehovah niet meer zo bruikbaar bent als voorheen. Maar ook al heb je minder energie dan vroeger, je kunt met je wijsheid en ervaring jonge personen helpen het beste uit zichzelf te halen en nieuwe verantwoordelijkheden op zich te nemen. Ouderen moeten nederig zijn om jonge verkondigers te kunnen helpen. Als je nederig bent, bezie je anderen als superieur aan jezelf (Fil. 2:3, 4). Ouderen die nederig zijn, beseffen dat er in veel gevallen meer dan één Bijbelse en effectieve manier is om een taak uit te voeren. Dat geeft ze een realistische kijk op hoe ze het in het verleden zelf deden (Pred. 7:10). Hoewel ze hun waardevolle ervaring met de nieuwe generatie kunnen delen, weten ze ook dat ‘het toneel van deze wereld aan het veranderen is’ en dat het soms nodig is zich aan nieuwe omstandigheden aan te passen (1 Kor. 7:31). w21.09 8 ¶1, 3

maandag 18 september

Wie van de goden is als u, o Jehovah? Wie is als u, zo indrukwekkend in heiligheid? — Ex. 15:11.

Jehovah zou nooit iets van zijn aanbidders vragen dat ze zou verlagen. Hij is de belichaming van heiligheid. Dat werd duidelijk gemaakt door wat op een gouden plaat op de tulband van de hogepriester stond gegraveerd: ‘Heiligheid behoort Jehovah toe’ (Ex. 28:36-38). Iedereen die de boodschap op die plaat zag, zou weten dat Jehovah echt heilig is. Maar stel dat een Israëliet de plaat niet kon zien omdat hij niet in de buurt van de hogepriester kon komen. Zou hij die belangrijke boodschap dan missen? Nee, want elke Israëliet kreeg de boodschap te horen als de wet aan de mannen, vrouwen en kinderen werd voorgelezen (Deut. 31:9-12). Als je daarbij was geweest, zou je hebben gehoord: ‘Ik ben Jehovah, jullie God, (...) en jullie moeten heilig zijn, want ik ben heilig.’ ‘Jullie moeten heilig voor mij zijn, want ik, Jehovah, ben heilig’ (Lev. 11:44, 45; 20:7, 26). w21.12 3 ¶6-7

dinsdag 19 september

Wees niet langer angstig en bezorgd. — Luk. 12:29.

Je kunt je best zorgen maken over je basisbehoeften. Sommigen leven in een land waar het heel slecht gaat met de economie, waardoor het lastig is om hun gezin te onderhouden. Soms vallen voor een gezin de inkomsten weg omdat de kostwinner komt te overlijden. Het is goed om bezorgdheid te vervangen door vertrouwen. Bedenk dat Jehovah belooft dat hij voor je basisbehoeften zal zorgen als je geestelijke dingen voorrang geeft (Matth. 6:32, 33). Hij heeft bewezen zich altijd aan die belofte te houden (Deut. 8:4, 15, 16; Ps. 37:25). Als Jehovah al voor de vogels en de bloemen zorgt, dan hoeven wij ons zeker geen zorgen te maken over voedsel en kleding! (Matth. 6:26-30; Fil. 4:6, 7) Net zoals zorgzame ouders uit liefde in de behoeften van hun kinderen voorzien, zo zorgt onze hemelse Vader uit liefde voor de behoeften van zijn aanbidders. w21.12 16-17 ¶4-5; 18 ¶8

woensdag 20 september

Jehovah was nog steeds met Jozef en bleef loyale liefde voor hem tonen. — Gen. 39:21.

Is jou weleens ernstig onrecht aangedaan, misschien zelfs door een broeder of zuster? Neem dan een voorbeeld aan Jozef, die het door zijn eigen broers zwaar te verduren kreeg. Hij bleef gefocust op zijn dienst voor Jehovah, die hem rijk beloonde om zijn geduldige volharding. Jozef was na verloop van tijd in staat de pijn die hem was aangedaan los te laten en te zien hoe Jehovah hem had gezegend (Gen. 45:5). Je kunt net als Jozef troost vinden als je dicht tot Jehovah nadert en het aan hem overlaat dingen recht te zetten (Ps. 7:17; 73:28). Als je onrecht meemaakt of iets anders dat pijn doet, bedenk dan dat Jehovah dicht bij ‘mensen met een gebroken hart’ is (Ps. 34:18). Hij houdt van je omdat je geduldig bent en je last bij hem legt (Ps. 55:22). Hij is de Rechter van de hele aarde. Niets ontgaat hem (1 Petr. 3:12). Ben je bereid op hem te wachten als je problemen meemaakt die je niet kunt oplossen? w21.08 11 ¶14; 12 ¶16

donderdag 21 september

Probeer te begrijpen wat de wil van Jehovah is. — Ef. 5:17.

Het zou verstandig zijn je leven op zo’n manier te gebruiken dat je Jehovah blij maakt. Stel de juiste prioriteiten. Om je tijd zo goed mogelijk te kunnen gebruiken, moet je soms kiezen tussen twee dingen die allebei op zich niet verkeerd zijn. Dat wordt goed geïllustreerd door het verslag over Jezus’ bezoek aan Maria en Martha. De gastvrije Martha vond het waarschijnlijk zo geweldig Jezus als gast te mogen ontvangen dat ze haar best deed een uitgebreide maaltijd voor hem klaar te maken. Ondertussen greep haar zus, Maria, de kans aan om bij Jezus te zitten en te luisteren naar wat hij vertelde. Wat Martha deed was natuurlijk niet verkeerd, maar Maria had ‘het beste deel gekozen’ (Luk. 10:38-42). Na verloop van tijd is Maria misschien vergeten wat ze toen hebben gegeten, maar we kunnen er zeker van zijn dat ze nooit is vergeten wat ze van Jezus heeft geleerd. Koester dus je tijd met Jehovah, net zoals Maria die momenten met Jezus koesterde. w22.01 27 ¶5-6

vrijdag 22 september

Heb je gezien hoe Achab zich wegens mij heeft vernederd? — 1 Kon. 21:29.

Hoewel Achab zich voor Jehovah had vernederd, blijkt uit wat hij daarna deed dat hij niet echt berouw had. Hij deed geen poging om de Baälaanbidding uit zijn rijk te bannen. Hij ging niet de aanbidding van Jehovah bevorderen. Na Achabs dood liet Jehovah merken hoe hij over hem dacht. Zijn profeet Jehu zei: ‘Hoor je slechte mensen te helpen?’ (2 Kron. 19:1, 2) Denk daar eens over na. Als Achabs berouw oprecht was geweest, dan had de profeet hem zeker niet beschreven als een slecht mens die Jehovah haatte. Achab mag dan wel wat spijt hebben gehad, hij had duidelijk niet ten volle berouw. Wat leren we van Achabs voorbeeld? Aanvankelijk vernederde hij zich toen hij Elia’s onheilsboodschap hoorde. Dat was een goed begin. Maar uit wat hij daarna deed bleek dat hij in zijn hart geen berouw had. Berouw moet dus verder gaan dan alleen een keer zeggen dat je spijt hebt. w21.10 3 ¶4-5, 7-8

zaterdag 23 september

Dit goede nieuws van het Koninkrijk zal worden gepredikt. — Matth. 24:14.

Jesaja was een profeet, en het zou goed kunnen dat zijn vrouw haar eigen toewijzingen als profetes had, want ze wordt ‘de profetes’ genoemd (Jes. 8:1-4). Als echtpaar waren Jesaja en zijn vrouw blijkbaar gefocust op hun aanbidding van Jehovah. Echtparen in deze tijd kunnen Jehovah’s dienst centraal stellen in hun leven door daarin zo veel te doen als ze kunnen. Als ze samen Bijbelse profetieën bestuderen en zien dat die altijd uitkomen, versterken ze hun vertrouwen in Jehovah (Tit. 1:2). Ze kunnen nadenken over hun eigen aandeel aan de vervulling van bepaalde profetieën. Ze kunnen bijvoorbeeld hun deel doen in de vervulling van Jezus’ profetie dat het goede nieuws op de hele aarde zal worden gepredikt voordat het einde komt. Hoe sterker je overtuiging dat Bijbelse profetieën uitkomen, hoe sterker je wil om zo veel mogelijk voor Jehovah te doen. w21.11 16 ¶9-10

zondag 24 september

Hij zei tegen de discipel: ‘Kijk, je moeder!’ — Joh. 19:27.

Jezus was bezorgd om zijn moeder, die waarschijnlijk weduwe was. Het was uit liefde en bezorgdheid dat hij Maria aan de zorg van Johannes toevertrouwde. Jezus wist dat hij voor haar geestelijke welzijn zou zorgen. Vanaf dat moment werd Johannes als een zoon voor Maria en zorgde hij voor haar alsof het zijn eigen moeder was. Jezus toonde echt bijzondere liefde voor de dierbare vrouw die bij zijn geboorte zo teder voor hem had gezorgd en die bij zijn dood bij hem stond! Wat kun je van Jezus’ woorden leren? Je band met je broeders en zusters kan sterker zijn dan familiebanden. Familieleden kunnen tegenstand bieden of je in de steek laten, maar als je dicht bij Jehovah en zijn organisatie blijft, zul je, zoals Jezus beloofde, ‘100 keer meer krijgen’ dan je bent kwijtgeraakt. Velen zullen als een lieve zoon, dochter, moeder of vader voor je worden (Mark. 10:29, 30). Het is echt geweldig dat je bij een geestelijke familie hoort die verenigd is in geloof en liefde — liefde voor Jehovah en voor elkaar! (Kol. 3:14; 1 Petr. 2:17) w21.04 9-11 ¶7-8

maandag 25 september

Vergeet bovendien niet om goed te doen en met anderen te delen wat je hebt. — Hebr. 13:16.

Loyale liefde gaat verder dan wat wordt verwacht. Heel wat personen kiezen ervoor loyale liefde te tonen voor hun broeders en zusters, zelfs voor degenen die ze niet kennen. Als ze bijvoorbeeld horen dat er een natuurramp is gebeurd, willen ze meteen weten wat ze kunnen doen om te helpen. Als iemand in de gemeente financiële problemen heeft, aarzelen ze niet om hem in praktisch opzicht te helpen. Net als de Macedoniërs in de eerste eeuw doen ze meer dan wat van ze wordt verwacht. Om hun minderbedeelde broeders en zusters te helpen brengen ze persoonlijke offers en geven ze ‘zelfs boven hun vermogen’ (2 Kor. 8:3). Attente ouderlingen prijzen broeders en zusters in de gemeente als ze zien dat ze anderen vriendelijk helpen. Zulke prijzende woorden zullen de broeders en zusters de kracht geven die ze nodig hebben om door te gaan (Jes. 32:1, 2). w21.11 11 ¶14; 12 ¶21

dinsdag 26 september

Spits je oren en luister naar de woorden van de wijzen. — Spr. 22:17.

We hebben allemaal weleens raad nodig. Soms neem je misschien zelf het initiatief om aan iemand die je respecteert advies te vragen. Het kan ook zijn dat een bezorgde broeder tegen je zegt dat je dreigt ‘een misstap’ te doen waar je later spijt van krijgt (Gal. 6:1). Daarnaast komt raad soms in de vorm van correctie nadat je een ernstige fout hebt gemaakt. Maar hoe de raad ook komt, het is goed om ernaar te luisteren. Het kan je leven redden! (Spr. 6:23) De tekst voor vandaag moedigt ons aan te ‘luisteren naar de woorden van de wijzen’. Geen mens weet alles en er is altijd wel iemand die meer kennis of ervaring heeft dan jij (Spr. 12:15). Naar raad luisteren is dus een teken van nederigheid. Het laat zien dat je je bewust bent van je beperkingen en beseft dat je hulp nodig hebt om je doelen te bereiken. De wijze koning Salomo schreef: ‘Met veel raadgevers komt iets tot stand’ (Spr. 15:22). w22.02 8 ¶1-2

woensdag 27 september

Wie zijn fouten bedekt zal geen succes hebben, maar wie ze bekent en vermijdt, ondervindt barmhartigheid. — Spr. 28:13.

Echt berouw gaat verder dan alleen zeggen dat je spijt hebt. Er moet ook sprake zijn van een oprechte verandering in je hart en geest. Je moet stoppen met het verkeerde gedrag en je omkeren door weer naar Jehovah’s normen te leven (Ezech. 33:14-16). Het herstel van je beschadigde band met Jehovah moet het allerbelangrijkste voor je zijn. Wat moet je doen als je erachter komt dat een goede vriend een ernstige zonde heeft begaan? Het is nadelig voor je vriend als je zijn zonde geheimhoudt. En het zou niet lukken, want Jehovah kijkt toe (Spr. 5:21, 22). Je kunt een echte hulp zijn door te zeggen dat de ouderlingen je vriend kunnen en willen helpen. Als hij zijn zonde niet aan de ouderlingen wil bekennen, moet je ze daar zelf over inlichten. Zo laat je zien dat je hem echt wilt helpen. w21.10 7 ¶19-21

donderdag 28 september

Heb niet alleen oog voor je eigen belangen maar ook voor de belangen van anderen. — Fil. 2:4.

Wij allemaal kunnen Jezus’ mentaliteit van zelfopoffering leren na te volgen. Volgens de Bijbel nam hij ‘de gedaante van een slaaf’ aan (Fil. 2:7). Een betrouwbare slaaf of dienaar zou elke kans aangrijpen om te doen wat zijn meester graag wilde. Als slaaf van Jehovah en dienaar van je broeders en zusters wil je ongetwijfeld graag nog bruikbaarder worden. Vraag je af: Hoeveel tijd en energie ben ik bereid op te offeren voor anderen? Bied ik meteen mijn hulp aan als er vrijwilligers nodig zijn voor de schoonmaak van een congreshal of het onderhoud van de Koninkrijkszaal? Stel dat je een punt ontdekt waar je nog aan moet werken maar dat je niet echt gemotiveerd bent om de nodige veranderingen aan te brengen. Ga dan in gebed tot Jehovah. Vertel hem wat je voelt en vraag of hij je ‘zowel de wil als de kracht om te handelen’ geeft (Fil. 2:13). w22.02 22-23 ¶9-11

vrijdag 29 september

Ik zal je nieuwe kracht geven. — Matth. 11:28.

Jezus liet zien dat hij vriendelijk was door zachtaardig en inschikkelijk te zijn (Matth. 11:29, 30). Neem de keer dat een Fenicische vrouw hem smeekte haar kind te genezen. Aanvankelijk deed hij niet wat ze vroeg, maar toen ze een groot geloof toonde, was hij zo vriendelijk haar kind te genezen (Matth. 15:22-28). Jezus’ vriendelijkheid maakte hem niet overdreven sentimenteel. Soms was hij uit vriendelijkheid juist streng voor de personen van wie hij hield. Toen Petrus hem er bijvoorbeeld van wilde afhouden Jehovah’s wil te doen, wees hij hem in het bijzijn van de andere discipelen terecht (Mark. 8:32, 33). Dat deed hij niet om Petrus te vernederen, maar om hem op te leiden en om de andere discipelen te waarschuwen nooit aanmatigend te zijn. Hoewel Petrus het ongetwijfeld niet fijn vond, heeft hij veel aan de correctie gehad. Om echt vriendelijk te zijn voor personen van wie je houdt, kan het soms nodig zijn ze eerlijk te zeggen waar het op staat. Volg in zo’n geval Jezus na door je raad te baseren op principes uit Gods Woord. w22.03 11 ¶12-13

zaterdag 30 september

Laten we via hem altijd een slachtoffer van lof aan God brengen, namelijk de vrucht van onze lippen die zijn naam in het openbaar bekendmaken. — Hebr. 13:15.

Je aanbidt Jehovah als je hem prijst (Ps. 34:1). Je prijst Jehovah door met waardering te spreken over zijn prachtige eigenschappen en wat hij heeft gedaan. Prijzende woorden komen uit een dankbaar hart. Als je de tijd neemt om te mediteren over Jehovah’s goedheid, over alles wat hij voor ons heeft gedaan, zul je altijd genoeg redenen hebben om hem te prijzen of loven. Vooral in de prediking krijgen we een mooie kans om ‘een slachtoffer van lof aan God te brengen, namelijk de vrucht van onze lippen’. Wat voor je gebeden tot Jehovah geldt, geldt ook voor je contacten met mensen in de dienst: denk van tevoren goed na over wat je gaat zeggen. Probeer God echt je beste ‘slachtoffer van lof’ te brengen. Spreek uit je hart als je met mensen over de waarheid praat. w22.03 21 ¶8

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen