10Toen nam Sa̱muël de pul+ met olie en goot die uit over zijn hoofd en kuste+ hem en zei: „Is het niet omdat Jehovah* u tot leider+ over zijn erfdeel+ heeft gezalfd?
18 en hij is het hoofd van het lichaam, de gemeente.+ Hij is het begin, de eerstgeborene uit de doden,+ opdat hij in alle dingen de eerste+ zou worden;
5 Tot wie van de engelen heeft hij bijvoorbeeld ooit gezegd: „Gij zijt mijn zoon; heden ben ík uw vader geworden”?+ En wederom: „Ík zal zijn vader worden, en híȷ́ zal mijn zoon worden”?+