Psalmen
95 O komt, laten wij een vreugdegeroep aanheffen voor Jehovah!+
Laten wij in triomf onze Rots van redding toejuichen.+
2 Laten wij voor zijn persoon* komen met dankzegging;+
Laten wij hem met melodieën in triomf toejuichen.+
3 Want Jehovah is een groot God*+
En een groot Koning boven alle [andere] goden,*+
4 Hij in wiens hand de binnenste diepten* der aarde zijn+
En aan wie de toppen der bergen behoren;+
5 Aan wie de zee, die hijzelf gemaakt heeft, behoort+
En wiens eigen handen zelfs het droge land hebben gevormd.+
7 Want hij is onze God, en wij zijn het volk van zijn weide en de schapen van zijn hand.+
Heden, indien GIJ naar zíȷ́n stem luistert,+
8 Verhardt UW hart niet als bij Me̱riba,*+
Als op de dag van Ma̱ssa* in de wildernis,+
9 Toen UW voorvaders mij op de proef stelden;+
Zij onderzochten mij, ook zagen zij mijn activiteit.+